Naam toegangspunt — U krijgt de naam van het
toegangspunt van de serviceprovider.
Gebruikersnaam — De gebruikersnaam kan nodig zijn bij
het maken van een gegevensverbinding en wordt doorgaans
verstrekt door uw serviceprovider.
Wachtwoord vragen — Selecteer
op de server telkens een nieuw wachtwoord moet invoeren
of als u het wachtwoord niet in het apparaat wilt opslaan.
Wachtwoord — Een wachtwoord kan nodig zijn bij het
maken van een gegevensverbinding en wordt doorgaans
verstrekt door uw serviceprovider.
Authenticatie — Selecteer
altijd gecodeerd moet worden verzonden of selecteer
Normaal
als uw wachtwoord indien mogelijk gecodeerd
moet worden verzonden.
Homepage — Voer het internetadres of het adres van de
multimediaberichtencentrale in, afhankelijk van het
toegangspunt dat u instelt.
Toegangspunt gebruiken — Selecteer
u wilt dat het apparaat om bevestiging vraagt voordat de
verbinding via dit toegangspunt wordt gemaakt, of
Automatisch
als u wilt dat het apparaat met de bestemming
verbindt door dit toegangspunt automatisch te gebruiken.
Selecteer
Opties
Geavanc. instellingen
>
de volgende opties:
Netwerktype — Selecteer het internetprotocoltype voor het
overbrengen van gegevens naar en van uw apparaat. De
overige instellingen zijn afhankelijk van het geselecteerde
netwerktype.
76
Ja
als u bij aanmelding
Beveiligd
als uw wachtwoord
Na bevestiging
en kies een van
IP-adres telefoon (alleen voor IPv4) — Voer het IP-adres van
het apparaat in.
DNS-adressen — Voer de IP-adressen van de primaire en
secundaire DNS-servers in (indien vereist voor de
serviceprovider). Neem voor deze adressen contact op met
uw internetprovider.
Proxyserveradres — Voer het adres van de proxyserver in.
Proxypoortnummer — Voer het poortnummer van de
proxyserver in.
WLAN-toegangspunten voor internet
Selecteer
Menu
>
Bestemmingen
> Toegangspunt, en volg de instructies.
Als u de instellingen van een draadloos LAN-toegangspunt
(WLAN) wilt bewerken, opent u een van de groepen met
toegangspunten en selecteert u een toegangspunt dat is
gemarkeerd met
Volg de aanwijzingen van de WLAN-serviceprovider.
als
Selecteer een van de volgende opties:
WLAN-netwerknaam — Selecteer
Netwerken
zoeken. Als u een bestaand netwerk selecteert,
wordt de WLAN-netwerkmodus en WLAN-beveiligingsmodus
bepaald door de instellingen van het bijbehorende
toegangspuntapparaat.
Netwerkstatus — Definieer of de netwerknaam wordt
weergegeven.
Instellingen
en
Connectiviteit
.
Handmatig opgeven
© 2009 Nokia. Alle rechten voorbehouden.
>
of