nl
6.6.7.2 Dry Run Sensor Selection
6.6.7.3 Pump Limits and Changer
6.6.7.4 Min/Max Frequency
58
•
High Water Stop Level
Wanneer u de ingestelde niveaus bereikt heeft, worden alle extra gestarte pompen uitge-
schakeld. Alleen de pompen die volgens de besturing nodig zijn, blijven in bedrijf. Er wordt
een invoer gemaakt in Data Logger.
Fabrieksinstelling: 100 m
Invoer: 0,05 tot 100 m
•
Alternative Start Level
Extra inschakelniveau voor het eerder afpompen van de pompput. Dit eerdere inschakel-
niveau verhoogt het volume van de reserveput voor bijzondere situaties, bijv. bij zware re-
genval. Bezet een digitale ingang op de I/O-module met de functie "Alternative Start Le-
vel" om het extra inschakelniveau te activeren. Wanneer u de ingestelde niveaus bereikt
heeft, start het maximale aantal ingevoerde pompen (zie System Limits ➜ Pump Limits
and Changer).
Fabrieksinstelling: 100 m
Invoer: 0,05 tot 100 m
•
Dry Run Level
Wanneer u de ingestelde niveaus bereikt heeft, worden alle pompen uitgeschakeld. Er
wordt een invoer gemaakt in Data Logger.
Fabrieksinstelling: 0,05 m
Invoer: 0,05 tot 100 m
Sensor registreren voor de droogloop.
•
Sensor Type
Fabrieksinstelling: Sensor
Invoer: Sensor, Dry Run Input
–
Sensor
Het droogloopniveau wordt via de niveausensor bepaald.
–
Dry Run Input
Het signaal voor het droogloopniveau wordt via een digitale ingang overgebracht.
Om ongelijkmatige looptijden van de afzonderlijke pompen te voorkomen wordt de basis-
lastpomp regelmatig gewisseld.
•
Max. Pumps
Maximale aantal pompen in de installatie dat tegelijkertijd gebruikt mag worden.
Fabrieksinstelling: 2
Invoer: 1 tot 4
•
Pump Change Strategy
Fundamentele besturing voor de pompwisseling.
Fabrieksinstelling: Impulse
Invoer: Impulse, Cyclic
–
Impulse
De pompwisseling vindt plaats nadat alle pompen gestopt zijn.
–
Cyclic
De pompwisseling vindt plaats na afloop van de ingestelde tijd onder "Cyclic Period Ti-
me".
•
Cyclic Period Time
Als de wisselmodus "Cyclic" is ingesteld, voer hier de duur in, waarna een pompwisseling
volgt.
Fabrieksinstelling: 60 min
Invoer: 1 tot 1140 min
Bepaal de minimale en maximale bedrijfsfrequentie van de pompen in de installatie:
•
Max.
Maximale bedrijfsfrequentie van de pompen in de installatie.
Fabrieksinstelling: maximale frequentie volgens typeplaatje
Invoer: van minimale tot maximale frequentie volgens typeplaatje
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo DDI-I • Ed.03/2023-06