schakelaar moet op "
de motor daarmee is uitgerust).
OFF
5.
Steek het geknoopte uiteinde van de
noodstartkoord in de inkeping in de
vliegwielrotor en wind de koord verschil-
lende keren met de wijzers van de klok
mee rond het vliegwiel.
6.
Trek langzaam aan de koord tot u weer-
stand voelt.
7.
Geef een stevige ruk aan de koord om
de motor aan te zwengelen. Herhaal in-
dien nodig.
" (on) staan (als
ZMU02334
ON
ZMU03541
Herstellen van defecten
NOTA:
Als de motor niet start met die procedure, zie
pagina 65.
DMU29670
De motor werkt niet
DMU29691
Het ontstekingssysteem is defect
Als de accuspanning laag is of het onwaar-
schijnlijke geval van een defect in het ontste-
kingssysteem
kan
onregelmatig worden of de motor kan stilval-
len. Volg in dergelijke situatie onderstaande
procedure.
1.
Verwijder het CDI-eenheiddeksel of het
elektrisch deksel, indien voorzien.
2.
Koppel het gele snoer (noodcircuit) van
de CDI-eenheid los om naar de haven
terug te keren.
DWM00350
WAARSCHUWING
Als het gele snoer losgekoppeld is, zijn
de vrijloopsnelheid en de lage snelheid
iets hoger dan normaal. Wees voorzichtig
bij het starten en het stoppen.
DCM00380
OPGELET:
Volg die procedure alleen in een noodge-
val en juist lang genoeg om naar de ha-
ven terug te keren voor herstelling.
ZMU02614
het
motortoerental
65