•
Voor nauwkeurig drogen kunt u de concentrator (
föhn ( ) bevestigen.
•
Voor meer volume in uw krullen en een veerkrachtig kapsel
bevestigt u de diffuser ( ) op de föhn ( ).
•
Om het hulpstuk te verwijderen, trekt u het van de föhn af.
2 Zet de luchtstroomschakelaar ( ) op voor een zachte luchtstroom
voor het drogen van kort haar en om uw haar te stylen, of op
een sterke luchtstroom om uw haar snel te drogen.
•
De ionenfunctie schakelt in wanneer u een luchtstroom hebt
gekozen. Ook gaat de ionenindicator ( ) branden. De functie
geeft extra glans en vermindert pluizigheid.
Wanneer de functie is ingeschakeld, kunt u een speciale geur
»
ruiken. Dit is normaal en wordt veroorzaakt door de ionen die
het apparaat produceert.
3 Zet de temperatuurknop ( ) op
voor een warme luchtstroom, of op
Druk op de knop ( ) voor een koele luchtstroom voor het fixeren
van uw kapsel.
•
Met de diffuser: als u meer volume bij de haarwortels wilt, drukt u
de pinnen in uw haar en maakt u draaiende bewegingen.
Als u lang haar hebt, kunt u lokken uitspreiden over de bovenkant
»
van de diffuser of het haar met de pinnen kammen van de
wortels naar de punten.
Voor krullend of golvend haar houdt u de diffuser op een afstand
»
van 10 tot 15 cm van het haar, zodat het geleidelijk kan drogen.
Na gebruik:
1 Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact.
2 Plaats het apparaat op een hittebestendig oppervlak tot het is
afgekoeld.
3 Neem het luchtinlaatrooster ( ) van het apparaat om haar en stof
te verwijderen.
4 Maak het apparaat schoon met een vochtige doek.
5 Berg het apparaat op een veilige, droge en stofvrije plaats op. U kunt
het apparaat ook aan het ophangoog ( ) hangen.
voor een hete luchtstroom, op
voor een koude luchtstroom.
) op de
voor