HET UITVOEREN VAN EEN OPDRACHTPROGRAMMA
1
Druk op de [
S
ACC.#-C
2
Tip de programmanummertoets aan
van het gewenste programma.
WERKPROGRAMMA'S
DRUK OP PROGRAMMANUMMER.
OPROEPEN
HET WISSEN VAN EEN OPGESLAGEN PROGRAMMA
1
Druk op de [
S
ACC.#-C
2
Tip op de [OPSLAAN/WISSEN] toets.
AMMANUMMER.
ROEPEN
OPSLAAN/WISSEN
] toets.
Het opdrachtprogramma
wordt uitgevoerd. Een
nummer waarvoor geen
opdrachtprogramma
werd opgeslagen kan
niet geselecteerd
worden.
] toets.
AANGEPASTE INSTELLINGEN
3
Plaats het origineel, controleer het
origineelformaat en stel vervolgens
het aantal kopieën en andere gewen-
ste kopieerinstellingen in die niet in
het programma zijn opgeslagen. Wan-
neer u klaar bent, drukt u op de
[START] toets (
ACC.#-C
3
Selecteer het programmanummer dat
u wilt wissen.
VERLATEN
OPSLAAN/WISSEN
4
Tip op de [WISSEN] toets.
EEN WERKPROGRAMMA IS AL OPGESLAGEN.
EEN ANDER PROGRAMMA OPSLAAN?
ANNULEREN
WISSEN
OPSLAAN
OPROEPEN
OPSLAAN/WISSE
Als u klaar bent met het wissen van programma's tip dan
de [VERLATEN] toets aan in het scherm van stap 3 om
het te verlaten.
).
Indien er een numerieke
toets geselecteerd wordt,
waarvoor geen
opdrachtprogramma
werd opgeslagen, ga dan
verder naar stap 4 op de
vorige pagina (voor het
opslaan van een
opdrachtprogramma).
Het geselecteerde pro-
gramma wordt gewist en u
keert terug naar het sch-
erm van stap 3. Indien de
[ANNULEREN] toets
wordt aangetipt keert u
terug naar het scherm van
stap 3 zonder het pro-
gramma te wissen.
57
4