9 Bij het scherpstellen op de minimale scherpstelafstand met een AF 80–200mm
f/2.8, AF 35–70mm f/2.8, AF 28–85mm f/3.5–4.5 <Nieuw> of AF 28–85mm f/3.5–
4.5 objectief op maximaal inzoomen, wordt de scherpstelindicator mogelijk
weergegeven wanneer het beeld op een mat scherm in de zoeker niet is
scherpgesteld. Stel handmatig scherp tot het beeld in de zoeker is
scherpgesteld.
10 Bij maximaal diafragma van f/5.6 of hoger.
11 Sommige objectieven kunnen niet worden gebruikt (zie pagina 369).
12 Rotatiebereik van de AI 80–200mm f/2.8 ED wordt bij bevestiging op een statief
beperkt door de camerabody. Wanneer de AI 200–400mm f/4 ED op de camera
is bevestigd, kunnen geen filters worden verwisseld.
13 Als het maximale diafragma wordt opgegeven via Niet-CPU-objectief (0 214),
wordt de diafragmawaarde weergegeven in de zoeker en in het bovenste lcd-
venster.
14 Kan alleen worden gebruikt als de brandpuntsafstand en het maximale
diafragma zijn opgegeven via Niet-CPU-objectief (0 214). Gebruik
spotmeting of centrumgerichte meting als niet het gewenste resultaat wordt
bereikt.
15 Voor een grotere nauwkeurigheid stelt u de brandpuntsafstand en het
maximale diafragma in via Niet-CPU-objectief (0 214).
16 Kan worden gebruikt in handmatige belichtingsstanden bij sluitertijden die ten
minste één stap langer zijn dan de flitssynchronisatietijd.
17 De belichting kan worden bepaald door het diafragma vooraf in te stellen. In de
belichtingsstand Diafragmavoorkeuze moet u het diafragma instellen met de
diafragmaring alvorens de belichting te vergrendelen of het objectief te
verschuiven. In de handmatige belichtingsstand moet u het diafragma instellen
met de diafragmaring en de belichting bepalen alvorens het objectief te
verschuiven.
18 Belichtingscorrectie is vereist in combinatie met de AI 28–85mm f/3.5–4.5, AI
35–105mm f/3.5–4.5, AI 35–135mm f/3.5–4.5 en de AF-S 80–200mm f/2.8D.
Raadpleeg de handleiding van de teleconverter voor meer informatie.
19 Automatische tussenring PK-12 of PK-13 is vereist. Afhankelijk van de camera-
oriëntatie is mogelijk de PB-6D vereist.
20 Gebruik een vooraf ingesteld diafragma. In de belichtingsstand
Diafragmavoorkeuze moet u het diafragma instellen via het objectief alvorens
de belichting te bepalen en de foto te maken.
• Voor de repro-unit PF-4 is de camerahouder PA-4 vereist.
n
367