Scherm met motorgegevens
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Het scherm met motorgegevens wordt weergegeven als u het
toestel inschakelt. De weergave van dit scherm is afhankelijk
van het motornetwerk en de gashendelcontroller.
Vanuit dit scherm kunt u andere gegevensschermen en het
startscherm openen. Veeg het scherm naar links of rechts om
een ander scherm te openen of selecteer de pijlen aan de
zijkanten van het scherm.
Gegevensvelden
Houd ingedrukt om de gegevens te vervangen.
Huidige tijd
Houd ingedrukt om de reisgegevens te bekijken.
Druk in om de joystick-knop Punt instellen-functies in te stellen
(Helm Master
).
®
Tankniveau-informatie
Houd een tank ingedrukt om gedetailleerde sensorinformatie over
het tankniveau te bekijken.
GPS-signaalsterkte
Selecteer om het limiet voor de hoge RPM voor het vispunt in te
stellen (Helm Master).
Selecteer om de trollingsnelheid in te stellen (Command Link Plus
Gegevensvelden
Houd ingedrukt om de gegevens te vervangen.
Schakelpositie
Tachometer en trim-hoek
Houd de knop ingedrukt om de achtergrond te wijzigen.
Motorgegevens
Houd ingedrukt om de gegevens te vervangen en de presentatie
van de meter te wijzigen.
Pictogrammen GPS-signaalsterkte
De pictogrammen die rechtsboven in het motorscherm worden
getoond, geven de GPS-signaalsterkte aan.
GPS-satellietsignaalsterkte
Geen GPS-satellietsignaal
Pictogrammen motortoestand
Oranje pictogrammen geven de toestand van de motor aan.
Yamaha
®
beveiligingssysteem is aan.
Motoren staan onder beheer in synchronisatie. Niet van
toepassing op quad-motortypen.
Motoren worden opgewarmd.
Pictogrammen motorwaarschuwing
Rode pictogrammen geven afwijkingen van de motor aan.
Neem contact op met uw Yamaha dealer als het probleem niet
gevonden of opgelost kan worden.
Scherm met motorgegevens
LET OP
Lage koelwaterdruk.
Lage oliedruk.
Stop de motor. Controleer het motorolieniveau en voeg zo nodig
meer olie toe.
Laat de motor niet lopen als deze indicator zichtbaar is. Hierdoor
kunt u ernstige schade aan de motor toebrengen.
Motor is aan het oververhitten.
Zet de motor onmiddellijk uit. Controleer de koelwaterinlaat van
de motor en verwijder mogelijke verstoppingen.
Laat de motor niet lopen als deze indicator zichtbaar is. Hierdoor
kunt u ernstige schade aan de motor toebrengen.
Lage accuspanning.
Controleer de accu en accu-verbindingen en maak alle
loszittende accu-verbindingen vast.
Keer terug naar de haven als door het vastmaken van de accu-
verbindingen het voltage van de accu niet wordt verhoogd. Neem
onmiddellijk contact op met uw Yamaha dealer.
OPMERKING: Zet de motor NIET uit als deze waarschuwing
wordt weergegeven. Als u dat doet, kan de motor mogelijk niet
opnieuw starten.
Water in de brandstof.
Er zit opgehoopt water in de brandstoffilter (brandstofscheider).
Zet de motor onmiddellijk uit en raadpleeg de handleiding van de
motor om het water uit de brandstoffilter te verwijderen.
OPMERKING: Als benzine wordt gemengd met water kan dat de
motor beschadigen.
Controleer motor-/onderhouds-waarschuwing.
Neem onmiddellijk contact op met uw Yamaha dealer. De
controleer motor-waarschuwing verschijnt ook als het laatste
onderhoud langer dan 100 uur geleden was.
Motorwaarschuwingsmelding. (Helm Master)
Probleem met motoruitlaat.
).
®
De meters instellen
Het aantal motoren configureren
1
Selecteer in het meterscherm Menu > Herstel > Aantal
motoren.
2
Selecteer het aantal motoren.
De tankniveausensors configureren
U moet de brandstofsensors aansluiten op ingang 1, 2, 3 of 4.
Als u een brandstofsensor aansluit op ingang 5 of 6, dan zal het
brandstofbeheersysteem niet goed werken.
1
Selecteer in een meterscherm Menu > Tank voorinstelling.
2
Selecteer de tankniveausensor die u wilt configureren.
3
Selecteer Naam, voer een naam in en selecteer OK.
4
Selecteer Type en selecteer het type sensor.
5
Selecteer Stijl en selecteer de stijl van de sensor.
6
Selecteer Tankcapaciteit, voer de capaciteit van de tank in
en selecteer OK.
7
Selecteer Kalibreer en volg de instructies op het scherm om
de tankniveaus te kalibreren.
Als u de tankniveaus niet kalibreert, gebruikt het systeem de
standaardinstellingen voor de tankniveaus.
Trim-hulp instellen
Voordat u trim-hulp instelt, moet u de motoren verlagen naar het
trim-bereik. Trim-hulp verlaagt de motoren niet totdat u ze in een
versnelling hebt geschakeld.
LET OP
LET OP
LET OP
LET OP
1