2. Snel aan de slag
• Het indicatielampje voor overgebleven papier aan de rechter voorkant van de papierlade laat
zien hoeveel papier er ongeveer over is.
• Voor details over papiersoorten die door het apparaat ondersteund worden, raadpleeg Pag.86
"Papier en andere media".
• Voor details over de papierinstellingen, raadpleeg Pag.120 "Het papiertype en -formaat
opgeven".
Papier plaatsen in lade 2
Het voglende voorbeeld geeft uitleg van de plaatsingsprocedure voor lade 2.
• Zorg voor het afdrukken op al het papier behalve enveloppen dat de fuseereenheidshendels
achter de voorklep omhoog staan. Als de hendels omlaag blijven, kan dit problemen veroorzaken
met de adrukkwaliteit op ander papier dan enveloppen.
• Zorg ervoor dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovengrensmarkering aan de
binnenzijde van de papierlade. Anders kunnen er papierstoringen optreden.
• Geef, nadat u het papier in de lade hebt geplaatst, de papiersoort op via het bedieningspaneel
om afdrukproblemen te vermijden. Dit apparaat herkent niet automatisch het papierformaat.
• Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade.
• Forceer de zijgeleiders niet. Dat kan de lade beschadigen.
• Forceer de eindgeleider niet. Dat kan de lade beschadigen.
• Zorg er bij het plaatsen van de lade voor dat deze niet schuin wordt geplaatst. Als deze toch
schuin wordt geplaatst, kan dit het apparaat beschadigen.
1.
Til en trek lade 2 voorzichtig op en trek deze er vervolgens met beide handen uit.
Plaats de lade op een vlak oppervlak.
110
CER070