2. Snel aan de slag
7.
Duw lade 1 voorzichtig recht in het apparaat.
Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst.
• Zorg dat u de enveloppen zo plaatst dat de flappen aan de rechterkant zitten. Als u dit niet doet,
raken de enveloppen gekreukeld.
• Als enveloppen tijdens het afdrukken verkreukelen, plaatst u de enveloppen in omgekeerde
richting en draait u het afdrukobject 180 graden met behulp van het printerstuurprogramma
voordat u afdrukt. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie.
• Voor details over papiersoorten die door het apparaat ondersteund worden, raadpleeg Pag.86
"Papier en andere media".
• Voor details over de papierinstellingen, raadpleeg Pag.120 "Het papiertype en -formaat
opgeven".
Enveloppen plaatsen in de handinvoerlade
• Vermijd het gebruik van zelfklevende enveloppen. Deze kunnen storingen aan het apparaat
veroorzaken.
• Controleer voordat u de enveloppen plaatst of er geen lucht in zit.
• Plaats alleen enveloppen van hetzelfde formaat en soort.
• Strijk de voorste randen (de randen die het apparaat ingaan) van de enveloppen met een potlood
of liniaal glad voordat u de enveloppen laadt.
• Sommige envelopsoorten kunnen vastlopen of rimpelen, en kan de afdruk erop slecht zijn.
• De afdrukkwaliteit van enveloppen kan onregelmatig zijn als delen van de enveloppen
verschillende diktes hebben. Druk een of twee enveloppen af om de afdrukkwaliteit te controleren.
• In een warme en vochtige omgeving kunnen enveloppen verkreukeld of onjuist bedrukt uit de
printer komen.
118
CER051