CONDTROL SMART 20 - Handleiding laserafstandsmeter

CONDTROL SMART 20 laserafstandsmeter

FUNCTIES/TOEPASSINGEN

Laserafstandsmeter SMART 20 is bedoeld om afstanden te meten in gebouwen.

VERPAKKING

  1. Laserafstandsmeter – 1 st.
  2. Batterijen (type AAA) - 2 st.
  3. Gebruikershandleiding – 1 st.

SPECIFICATIES

Werkbereik 0,2...20m*
Kleinste weergegeven eenheid 1mm
Meetnauwkeurigheid ±3mm**
Lasertype Klasse II, 630-670nm, < 1mW
Continue meting (tracking) +
Display achtergrondverlichting +
Automatische uitschakeling van de laser 30sec.
Automatische uitschakeling van de laserafstandsmeter 180sec.
Opslagtemperatuur -10...+60°С
Werktemperatuur 0...+40°С
Batterij 2 х 1.5V AAA LR3 (alkaline)
Levensduur batterij tot 5000 metingen
Afmetingen 100х40х25mm
Gewicht 80g

* Gebruik een reflecterende plaat om het meetbereik te vergroten bij daglicht of als het doel slechte reflecterende eigenschappen heeft.
** Onder gunstige omstandigheden (goede eigenschappen van het doeloppervlak, kamertemperatuur) tot 10 m. Onder ongunstige omstandigheden, zoals intense zon, een slecht reflecterend doeloppervlak of aanzienlijke temperatuurschommelingen, kan de nauwkeurigheid afnemen bij een afstand van meer dan 10 m.

PRODUCTOMSCHRIJVING

PRODUCTOMSCHRIJVING

Display
Display CONDTROL SMART 20

  1. Hoofdweergavelijn
  2. Secundaire weergavelijn
  3. Batterijlading
  4. Meeteenheid
  5. Laserstraalindicatie
  6. Referentiepunt

WERKING

Batterijen plaatsen/vervangen
Verwijder het batterijklepje. Plaats de batterijen en let op de juiste polariteit. Plaats het batterijklepje terug. Verwijder de batterijen als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt om corrosie en ontlading van de batterijen te voorkomen. Beide batterijen moeten tegelijkertijd worden vervangen. Beide batterijen moeten van hetzelfde merk zijn en hetzelfde laadniveau hebben. Vervang de batterijen wanneer u het symbool op het display ziet.

In-/uitschakelen
Inschakelen: houd de knop 1 seconde ingedrukt.
Het apparaat wordt ingeschakeld en gaat naar de modus voor het meten van een enkele afstand. De laserstraal wordt tegelijkertijd ingeschakeld. De laserstraal wordt automatisch uitgeschakeld 30 seconden na de laatste handeling.
Uitschakelen: houd de knop 1 seconde ingedrukt.
Om batterijvermogen te besparen, schakelt het apparaat automatisch uit binnen 3 minuten na de laatste handeling.

Display achtergrondverlichting
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, wordt de achtergrondverlichting automatisch ingeschakeld wanneer u op de knop drukt. De achtergrondverlichting wordt automatisch uitgeschakeld 10 seconden na de laatste handeling.

Referentiepunt
Het referentiepunt is de onderkant van het apparaat.

Meeteenheid.

Druk tegelijkertijd op de knoppen en om het referentiepunt te selecteren – m (meter) of ft (voet).

METINGEN

  1. Enkele afstandsmeting
    Druk kort op de knop om het apparaat in te schakelen. De laserstraal wordt ingeschakeld. Richt de laserstraal op het doel en druk kort op de knop voor een enkele afstandsmeting. Het meetresultaat verschijnt in de hoofdlijn op het display. Om de volgende enkele afstandsmeting uit te voeren, drukt u op de knop om de laserstraal in te schakelen en drukt u vervolgens nogmaals op .

  1. Continue meting (tracking)
    Wanneer in de modus voor het meten van een enkele afstand, houdt u de knop 1 seconde ingedrukt. Het apparaat voert metingen na elkaar uit en toont de laatst gemeten waarde. Om de continue meting te stoppen, drukt u op de knop of . Om de modus te verlaten, drukt u kort op .

FOUTMELDINGEN

Tijdens de werking kunnen de volgende codes/symbolen op het display verschijnen:

Bericht Oorzaak Oplossing
204 Rekenfout Raadpleeg de gebruikershandleiding en herhaal de procedure.
208 Overmatige stroom Neem contact op met de distributeur of een erkend servicecentrum.
220 Batterijen zijn bijna leeg Vervang de batterijen.
252 De bedrijfstemperatuur is te hoog Koel het apparaat af tot een temperatuur binnen 0...+40 0 С.
253 De bedrijfstemperatuur is te laag Verwarm het apparaat tot een temperatuur binnen 0...+40 0 С
255 Het ontvangen signaal is te zwak Voer metingen uit op een oppervlak met betere reflecterende eigenschappen. Gebruik een reflecterende plaat.
256 Het ontvangen signaal is te sterk Voer metingen uit op een oppervlak met lagere reflecterende eigenschappen. Gebruik een reflecterende plaat.
261 Buiten het meetbereik Voer metingen uit binnen het bereik dat acceptabel is voor dit apparaat.
500 Hardwarefout Schakel het apparaat meerdere keren in/uit. Als deze fout nog steeds optreedt, neem dan contact op met de distributeur of een erkend servicecentrum.

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download CONDTROL SMART 20 - Handleiding laserafstandsmeter

Beschikbare talen

Inhoudsopgave