Microlife BP A6 PC - Handleiding bloeddrukmeter
- 1 Overzicht
- 2 Introductie
- 3 Belangrijke feiten over bloeddruk en zelfmeting
- 4 Belangrijke feiten over atriumfibrilleren (AF)
- 5 Het apparaat voor het eerst gebruiken
- 6 Een bloeddrukmeting uitvoeren
- 7 Weergave van de atriumfibrillatie-indicator voor vroege detectie
- 8 Verkeerslichtindicator in het display
- 9 PC-Link functies
- 10 Dataopslag
- 11 Batterij-indicator en batterij vervangen
- 12 Een netadapter gebruiken
- 13 Foutmeldingen
- 14 Veiligheid en bescherming
- 15 Apparaatonderhoud
- 16 De manchet reinigen
- 17 Nauwkeurigheidstest
- 18 Afvalverwerking
- 19 Garantie
- 20 Technische specificaties
- 21 Referenties
- 22 Download handleiding
- 23 In andere talen

Overzicht

- START/STOP-knop
- Display
- Manchetconnector
- Aansluiting voor netadapter
- Batterijvak
- Manchet
- Manchetconnector
- AFIB/MAM-schakelaar
- Gebruikersschakelaar
- Tijdknop
- M-knop (geheugen)
- «Terug»-knop
- + «Vooruit»-knop
- Vergrendelingsschakelaar
- USB-poort
Display
- Datum/tijd
- Systolische waarde
- Diastolische waarde
- Hartslag
- Batterijweergave
- Verkeerslichtindicator
- Opgeslagen waarde
- Hartslagindicator
- Manchetcontrole-indicator
- Atriumfibrillatie-indicator (AFIB)
- AFIB/MAM-modus
- Armbewegingsindicator
- Gebruikersindicator
- MAM-intervaltijd
Introductie
Lees de instructies zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt.
Type BF toegepast onderdeel
Droog houden
Beoogd gebruik:
Deze oscillometrische bloeddrukmeter is bedoeld voor het meten van niet-invasieve bloeddruk bij mensen van 12 jaar of ouder.
Het is klinisch gevalideerd bij patiënten met hypertensie, hypotensie, diabetes, zwangerschap, pre-eclampsie, atherosclerose, terminale nierziekte, obesitas en ouderen.
Het apparaat kan een onregelmatige pols detecteren die wijst op atriumfibrilleren (AF). Houd er rekening mee dat het apparaat niet bedoeld is om AF te diagnosticeren. Een diagnose van AF kan alleen worden bevestigd door middel van een ECG. De patiënt wordt geadviseerd een arts te raadplegen.
Dit apparaat is ontwikkeld in samenwerking met artsen en uitgevoerde klinische tests bewijzen dat de meetnauwkeurigheid van een zeer hoog niveau is.*
Microlife AFIB-detectie is 's werelds toonaangevende digitale bloeddrukmeet technologie voor de detectie van atriumfibrilleren (AF) en arteriële hypertensie. Dit zijn de twee belangrijkste risicofactoren voor het krijgen van een beroerte of hartaandoening. Het is belangrijk om AF en hypertensie in een vroeg stadium te detecteren, ook al ervaart u mogelijk geen symptomen. AF-screening in het algemeen en dus ook met het Microlife AFIB-algoritme, wordt aanbevolen voor mensen van 65 jaar en ouder. Het AFIB-algoritme geeft aan dat atriumfibrilleren aanwezig kan zijn. Om deze reden wordt aanbevolen dat u uw arts bezoekt wanneer het apparaat een AFIB-signaal geeft tijdens uw bloeddrukmeting. Het AFIB-algoritme van Microlife is klinisch onderzocht door verschillende vooraanstaande klinische onderzoekers en toonde aan dat het apparaat patiënten met AFIB detecteert met een zekerheid van 97-100%. 1,2
Als u vragen of problemen heeft of reserveonderdelen wilt bestellen, neem dan contact op met uw lokale Microlife-klantenservice. Uw dealer of apotheek kan u het adres geven van de Microlife-dealer in uw land. U kunt ook een bezoek brengen aan het internet op www.microlife.com waar u een schat aan waardevolle informatie over onze producten vindt. Blijf gezond – Microlife AG!
* Dit apparaat gebruikt dezelfde meettechnologie als het bekroonde «BP 3BTO-A» model, getest volgens het protocol van de British and Irish Hypertension Society (BIHS).
1 Kearley K, Selwood M, Van den Bruel A, Thompson M, Mant D, Hobbs FR et al.: Triage tests for identifying atrial fibrillation in primary care: a diagnostic accuracy study comparing single-lead ECG and modified BP monitors. BMJ Open 2014; 4:e004565.
2 Wiesel J, Arbesfeld B, Schechter D: Comparison of the Microlife blood pressure monitor with the Omron blood pressure monitor for detecting atrial fibrillation. Am J Cardiol 2014; 114:1046-1048.
Belangrijke feiten over bloeddruk en zelfmeting
- Bloeddruk is de druk van het bloed dat in de slagaders stroomt, gegenereerd door het pompen van het hart. Twee waarden, de systolische (bovenste) waarde en de diastolische (onderste) waarde, worden altijd gemeten.
- Het apparaat geeft de hartslag aan (het aantal keren dat het hart in een minuut klopt).
- Permanent hoge bloeddrukwaarden kunnen uw gezondheid schaden en moeten door uw arts worden behandeld!
- Bespreek uw waarden altijd met uw arts en vertel hem/haar als u iets ongewoons heeft opgemerkt of zich onzeker voelt. Vertrouw nooit op afzonderlijke bloeddrukmetingen.
- Er zijn verschillende oorzaken van extreem hoge bloeddrukwaarden. Uw arts zal ze in meer detail uitleggen en indien nodig een behandeling aanbieden. Naast medicatie kunnen gewichtsverlies en lichaamsbeweging ook uw bloeddruk verlagen.
- U mag in geen geval de doseringen van geneesmiddelen wijzigen of een behandeling starten zonder uw arts te raadplegen.
- Afhankelijk van lichamelijke inspanning en conditie is de bloeddruk in de loop van de dag aan grote schommelingen onderhevig. U dient uw metingen daarom in dezelfde rustige omstandigheden te verrichten en wanneer u zich ontspannen voelt! Neem elke keer minstens twee metingen (in de ochtend en in de avond) en bereken het gemiddelde van de metingen.
- Het is heel normaal dat twee metingen die kort na elkaar worden gedaan, aanzienlijk verschillende resultaten opleveren. Daarom raden we aan om de MAM-technologie te gebruiken.
- Afwijkingen tussen metingen die door uw arts of in de apotheek worden gedaan en die thuis worden gedaan, zijn heel normaal, omdat deze situaties totaal verschillend zijn.
- Verschillende metingen geven veel meer betrouwbare informatie over uw bloeddruk dan slechts één enkele meting.
Daarom raden we aan om de MAM-technologie te gebruiken. - Neem een korte pauze van minstens 15 seconden tussen twee metingen.
- Als u last heeft van een onregelmatige hartslag, moeten metingen die met dit apparaat worden gedaan, worden geëvalueerd met uw arts.
- De hartslagweergave is niet geschikt voor het controleren van de frequentie van hartpacemakers!
- Als u zwanger bent, moet u uw bloeddruk regelmatig controleren, omdat deze gedurende deze tijd drastisch kan veranderen.
- Deze monitor is speciaal getest voor gebruik tijdens zwangerschap en pre-eclampsie. Wanneer u ongebruikelijk hoge waarden detecteert tijdens de zwangerschap, moet u na korte tijd opnieuw meten (bijv. 1 uur). Als de waarde nog steeds te hoog is, raadpleeg dan uw arts of gynaecoloog.
Tijdens de zwangerschap kan het AFIB-symbool worden genegeerd.
- Deze monitor is speciaal getest voor gebruik tijdens zwangerschap en pre-eclampsie. Wanneer u ongebruikelijk hoge waarden detecteert tijdens de zwangerschap, moet u na korte tijd opnieuw meten (bijv. 1 uur). Als de waarde nog steeds te hoog is, raadpleeg dan uw arts of gynaecoloog.
Hoe beoordeel ik mijn bloeddruk?
Tabel voor het classificeren van bloeddrukwaarden thuis bij volwassenen in overeenstemming met de internationale richtlijnen (ESH, ESC, JSH). Gegevens in mmHg.
| Bereik | Systolisch | Diastolisch | Aanbeveling | |
| 1. | bloeddruk normaal | < 120 | < 74 | Zelfcontrole |
| 2. | bloeddruk optimaal | 120 - 129 | 74 - 79 | Zelfcontrole |
| 3. | bloeddruk verhoogd | 130 - 134 | 80 - 84 | Zelfcontrole |
| 4. | bloeddruk te hoog | 135 - 159 | 85 - 99 | Medisch advies inwinnen |
| 5. | bloeddruk gevaarlijk hoog | ≥ 160 | ≥ 100 | Dringend medisch advies inwinnen! |
De hogere waarde bepaalt de evaluatie.
Voorbeeld: een bloeddrukwaarde van 140/80 mmHg of een waarde van 130/90 mmHg geeft aan «bloeddruk te hoog».
Belangrijke feiten over atriumfibrilleren (AF)
Wat is atriumfibrilleren (AF)?
Normaal gesproken trekt uw hart samen en ontspant het in een regelmatig ritme.
Bepaalde cellen in uw hart produceren elektrische signalen die ervoor zorgen dat het hart samentrekt en bloed pompt. Atriumfibrilleren treedt op wanneer er snelle, ongeorganiseerde elektrische signalen aanwezig zijn in de twee bovenste kamers van het hart, de atria genoemd; waardoor ze onregelmatig samentrekken (dit wordt fibrilleren genoemd). Atriumfibrilleren is de meest voorkomende vorm van hartritmestoornis. Het veroorzaakt vaak geen symptomen, maar het verhoogt uw risico op een beroerte aanzienlijk. U heeft een arts nodig om u te helpen het probleem onder controle te houden.
Wie moet worden gescreend op atriumfibrilleren?
AF-screening wordt aanbevolen voor mensen ouder dan 65 jaar, omdat de kans op een beroerte met de leeftijd toeneemt. AF-screening wordt ook aanbevolen voor mensen vanaf 50 jaar met een hoge bloeddruk (bijv. SYS hoger dan 159 of DIA hoger dan 99) en voor mensen met diabetes, coronaire hartziekte of voor degenen die eerder een beroerte hebben gehad.
Bij jonge mensen of tijdens de zwangerschap wordt AF-screening niet aanbevolen, omdat dit valse resultaten en onnodige angst kan veroorzaken. Bovendien hebben jonge individuen met AF een laag risico op het krijgen van een beroerte in vergelijking met oudere mensen.
Ga voor meer informatie naar onze website: www.microlife.com/afib.
Microlife AFIB-detectie biedt een handige manier om te screenen op AF (alleen in AFIB/MAM-modus)
Weten wat uw bloeddruk is en weten of u of uw familieleden AF hebben, kan het risico op een beroerte helpen verminderen. Microlife AFIB-detectie biedt een handige manier om te screenen op AF terwijl u uw bloeddruk meet.
Risicofactoren die u kunt beheersen
Vroegtijdige diagnose van AF, gevolgd door een adequate behandeling, kan het risico op een beroerte aanzienlijk verminderen. Weten wat uw bloeddruk is en weten of u AF heeft, is de eerste stap in proactieve beroertepreventie.
Het apparaat voor het eerst gebruiken
De batterijen plaatsen
Zet de vergrendelingsschakelaar
in de stand «ontgrendelen» (unlock). Het batterijvak
bevindt zich aan de onderkant van het apparaat. Plaats de batterijen (4 x 1,5 V, maat AAA) en let daarbij op de aangegeven polariteit.
De datum en tijd instellen
- Nadat de nieuwe batterijen zijn geplaatst, knippert het jaartal in het display. U kunt het jaar instellen door op de «+» AM-knop of de «-»
knop te drukken. Om te bevestigen en vervolgens de maand in te stellen, drukt u op de tijdknop
. - Druk op de «+»
of de «-»
knop om de maand in te stellen. Druk op de tijdknop
om te bevestigen en vervolgens de dag in te stellen. - Volg de bovenstaande instructies om de dag, het uur en de minuten in te stellen.
- Zodra u de minuten hebt ingesteld en op de tijdknop hebt gedrukt, zijn de datum en tijd ingesteld en wordt de tijd weergegeven.
- Als u de datum en tijd wilt wijzigen, houdt u de tijdknop ca. 3 seconden ingedrukt totdat het jaartal begint te knipperen. Nu kunt u de nieuwe waarden invoeren zoals hierboven beschreven.
De juiste manchet selecteren
Microlife biedt verschillende manchetmaten aan. Selecteer de manchetmaat die past bij de omtrek van uw bovenarmen (gemeten door nauwsluitend in het midden van de bovenarm).
| Manchetmaat | voor bovenarmomtrek |
| S | 17 - 22 cm |
| M | 22 - 32 cm |
| M - L | 22 - 42 cm |
| L | 32 - 42 cm |
| L - XL | 32 - 52 cm |
Gebruik alleen Microlife manchetten.
- Neem contact op met uw lokale Microlife Service als de meegeleverde manchet
niet past. - Sluit de manchet aan op het apparaat door de manchetconnector
zo ver mogelijk in de manchetaansluiting
te steken.
De gebruiker selecteren
Dit apparaat maakt het mogelijk om de resultaten voor 2 individuele gebruikers op te slaan.
- Stel voor elke meting de gebruikersschakelaar
in voor de beoogde gebruiker: gebruiker 1 of gebruiker 2. - Gebruiker 1: schuif de gebruikersschakelaar
omhoog naar het pictogram van gebruiker 1. - Gebruiker 2: schuif de gebruikersschakelaar
omlaag naar het pictogram van gebruiker 2.
De eerste persoon die meet, moet gebruiker 1 selecteren.
Standaard of AFIB/MAM-modus selecteren
Met dit apparaat kunt u de standaardmodus (enkele standaardmeting) of de AFIB/MAM-modus (automatische drievoudige meting) selecteren. Om de standaardmodus te selecteren, schuift u de AFIB/MAM-schakelaar
aan de zijkant van het apparaat omlaag naar stand «1» en om de AFIB/MAM-modus te selecteren, schuift u deze schakelaar omhoog naar stand «3».
AFIB/MAM-modus (sterk aanbevolen)
In de AFIB/MAM-modus worden automatisch 3 metingen na elkaar uitgevoerd en wordt het resultaat automatisch geanalyseerd en weergegeven. Omdat de bloeddruk voortdurend schommelt, is een resultaat dat op deze manier wordt bepaald betrouwbaarder dan een resultaat dat wordt verkregen door een enkele meting. AF-detectie is alleen geactiveerd in de AFIB/MAM-modus.
- Wanneer u de 3 metingen selecteert, verschijnt het AFIB/MAM-symbool
in het display. - Het onderste, rechtergedeelte van het display toont een 1, 2 of 3 om aan te geven welke van de 3 metingen momenteel wordt uitgevoerd.
- Er zit een pauze van 15 seconden tussen de metingen. Een aftelling geeft de resterende tijd aan.
- De afzonderlijke resultaten worden niet weergegeven. Uw bloeddruk wordt pas weergegeven nadat alle 3 de metingen zijn uitgevoerd.
- Verwijder de manchet niet tussen de metingen.
- Als een van de afzonderlijke metingen twijfelachtig was, wordt automatisch een vierde meting uitgevoerd.
Een bloeddrukmeting uitvoeren
Checklist voor het uitvoeren van een betrouwbare meting
- Vermijd inspanning, eten of roken onmiddellijk voor de meting.
- Ga zitten op een stoel met rugleuning en ontspan u 5 minuten. Houd de voeten plat op de grond en kruis uw benen niet.
- Meet altijd aan dezelfde arm (normaal gesproken links). Het wordt aanbevolen dat artsen bij een eerste bezoek van een patiënt dubbele armmetingen uitvoeren om te bepalen aan welke arm in de toekomst moet worden gemeten. De arm met de hogere bloeddruk moet worden gemeten.
- Verwijder nauwsluitende kleding van de bovenarm. Om vernauwing te voorkomen, mogen de mouwen van het shirt niet worden opgerold - ze hinderen de manchet niet als ze plat liggen.
- Zorg er altijd voor dat de juiste manchetmaat wordt gebruikt (markering op de manchet).
- Plaats de manchet strak, maar niet te strak.
- Zorg ervoor dat de manchet 1-2 cm boven de elleboog is geplaatst.
- De slagader markering op de manchet (ca. 3 cm lange balk) moet over de slagader liggen die aan de binnenkant van de arm loopt.
- Ondersteun uw arm zodat deze ontspannen is.
- Zorg ervoor dat de manchet zich op dezelfde hoogte bevindt als uw hart.
- Schuif de vergrendelingsschakelaar
omlaag naar de stand «ontgrendelen» (unlock). Druk op de START/STOP-knop (START/STOP)
om de meting te starten. - De manchet wordt nu automatisch opgepompt. Ontspan u, beweeg niet en span uw armspieren niet aan totdat het meetresultaat wordt weergegeven. Adem normaal en praat niet.
- Wanneer de juiste druk is bereikt, stopt het pompen en daalt de druk geleidelijk. Als de vereiste druk niet is bereikt, pompt het apparaat automatisch meer lucht in de manchet.
- Tijdens de meting knippert de pulsindicator BM in het display.
- Het resultaat, bestaande uit de systolische
en de diastolische
bloeddruk en de hartslag
wordt weergegeven. Let ook op de uitleg over verdere displaysymbolen in dit boekje. - Wanneer het apparaat klaar is met meten, verwijdert u de manchet.
- Schakel het apparaat uit. (De monitor schakelt na ca. 1 minuut automatisch uit).
Hoe een meting niet op te slaan
Zodra de meting wordt weergegeven, houdt u de START/STOP-knop (START/STOP)
ingedrukt totdat «M»
knippert. Bevestig om de meting te verwijderen door op de M-knop
te drukken.
U kunt de meting op elk moment stoppen door op de START/STOP-knop (START/STOP) te drukken (bijv. als u zich ongemakkelijk voelt of een onaangenaam drukgevoel ervaart).
Als bekend is dat de systolische bloeddruk erg hoog is, kan het een voordeel zijn om de druk individueel in te stellen. Druk op de START/STOP-knop (START/STOP) nadat de monitor is opgepompt tot een niveau van ca. 30 mmHg (weergegeven op het display). Houd de knop ingedrukt totdat de druk ongeveer 40 mmHg boven de verwachte systolische waarde ligt - laat de knop vervolgens los.
Weergave van de atriumfibrillatie-indicator voor vroege detectie
(Alleen actief in AFIB/MAM-modus)
Dit apparaat is in staat om atriumfibrillatie (AF) te detecteren. Dit symbool BO geeft aan dat atriumfibrillatie is gedetecteerd tijdens de meting. Raadpleeg de volgende paragraaf voor informatie over het raadplegen van uw arts.
Informatie voor de arts over het frequent voorkomen van de atriumfibrillatie-indicator
Dit apparaat is een oscillometrische bloeddrukmeter die ook de onregelmatigheid van de pols tijdens de meting analyseert. Het apparaat is klinisch getest.
Het AFIB-symbool wordt na de meting weergegeven als er atriumfibrillatie is opgetreden tijdens het meten. Als het AFIB-symbool verschijnt na het uitvoeren van een volledige bloeddrukmeting (drievoudige metingen), wordt de patiënt geadviseerd om nog een meting (drievoudige metingen) uit te voeren.
Als het AFIB-symbool opnieuw verschijnt, raden we de patiënt aan medisch advies in te winnen. Als het AFIB-symbool op het scherm van de bloeddrukmeter verschijnt, geeft dit de mogelijke aanwezigheid van atriumfibrillatie aan.
De diagnose atriumfibrillatie moet echter worden gesteld door een cardioloog op basis van ECG-interpretatie.
In de aanwezigheid van atriumfibrillatie is de diastolische bloeddrukwaarde mogelijk niet nauwkeurig.
Houd de arm stil tijdens het meten om valse metingen te voorkomen.
Dit apparaat detecteert mogelijk geen of verkeerde atriumfibrillatie bij mensen met pacemakers of defibrillatoren.
Verkeerslichtindicator in het display
De balken aan de linkerkant van het display
laten u het bereik zien waarbinnen de aangegeven bloeddrukwaarde ligt.
Afhankelijk van de hoogte van de balk bevindt de afleeswaarde zich in het optimale (groen), verhoogde (geel), te hoge (oranje) of gevaarlijk hoge (rood) bereik. De classificatie komt overeen met de 4 bereiken in de tabel zoals gedefinieerd door de internationale richtlijnen (ESH, ESC, JSH), zoals beschreven in het gedeelte «Belangrijke feiten over bloeddruk en zelfmeting».
PC-Link functies
Dit apparaat kan worden gebruikt in combinatie met een personal computer (PC) waarop de Microlife Blood Pressure Analyzer+ (BPA+) software draait. De geheugengegevens kunnen naar de PC worden overgebracht door de monitor via een kabel aan te sluiten.
Als er geen downloadvoucher en kabel zijn meegeleverd, download dan de BPA+ software van www.microlife.com/software en gebruik een USB-kabel met een Mini-B 5-pins connector.
Tijdens de verbinding wordt het apparaat volledig door de computer bestuurd.
Dataopslag
Dit apparaat slaat automatisch tot 99 meetwaarden op voor elk van de 2 gebruikers.
De opgeslagen waarden bekijken
Selecteer gebruiker 1 of 2 met de gebruikersschakelaar
.
Schuif de vergrendelingsschakelaar
naar de «unlock» (ontgrendel) stand. Druk kort op de M-knop
. Het display toont eerst «M»
en «A», wat staat voor het gemiddelde van alle opgeslagen waarden.
Door herhaaldelijk op de «+»
of de «-»
knop te drukken, kunt u van de ene opgeslagen waarde naar de andere gaan. Druk nogmaals op de M-knop om de geheugenmodus te verlaten.
Geheugen vol
Let erop dat de maximale geheugencapaciteit van 99 geheugens per gebruiker niet wordt overschreden. Wanneer het 99e geheugen vol is, wordt de oudste waarde automatisch overschreven met de 100e waarde. Waarden moeten door een arts worden beoordeeld voordat de geheugencapaciteit is bereikt - anders gaan gegevens verloren.
Alle waarden wissen
Zorg ervoor dat de juiste gebruiker is geactiveerd.
- Ontgrendel eerst het apparaat
, selecteer vervolgens 1 of 2 met de gebruikersschakelaar
. - Houd de M-knop
ingedrukt totdat «CL» verschijnt en laat de knop vervolgens los. - Druk op de M-knop terwijl «CL» knippert om permanent alle waarden van de geselecteerde gebruiker te wissen.
Verwijdering annuleren: druk op de START/STOP-knop
terwijl «CL» knippert.
Individuele waarden kunnen niet worden gewist.
Batterij-indicator en batterij vervangen
Batterij bijna leeg
Wanneer de batterijen ongeveer ¾ leeg zijn, knippert het batterijsymbool
zodra het apparaat wordt ingeschakeld (gedeeltelijk gevulde batterij weergegeven). Hoewel het apparaat betrouwbaar blijft meten, dient u vervangende batterijen aan te schaffen.
Lege batterij - vervanging
Wanneer de batterijen leeg zijn, knippert het batterijsymbool
zodra het apparaat wordt ingeschakeld (lege batterij weergegeven). U kunt geen verdere metingen verrichten en moet de batterijen vervangen.
- Open het batterijvak
aan de onderkant van het apparaat. - Vervang de batterijen - zorg voor de juiste polariteit, zoals aangegeven door de symbolen in het compartiment.
- Volg de procedure beschreven in het gedeelte «Het apparaat voor het eerst gebruiken» om de datum en tijd in te stellen.
Het geheugen behoudt alle waarden, hoewel de datum en tijd opnieuw moeten worden ingesteld - het jaartal knippert daarom automatisch nadat de batterijen zijn vervangen.
Welke batterijen en welke procedure
Gebruik 4 nieuwe, duurzame 1,5 V alkalinebatterijen van het type AAA.
Gebruik geen batterijen na de vervaldatum.
Verwijder de batterijen als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt.
Oplaadbare batterijen gebruiken
U kunt dit apparaat ook bedienen met oplaadbare batterijen.
Gebruik alleen oplaadbare batterijen van het type «NiMH».
Batterijen moeten worden verwijderd en opgeladen wanneer het symbool voor een lege batterij verschijnt. Ze mogen niet in het apparaat blijven zitten, omdat ze beschadigd kunnen raken (totale ontlading als gevolg van weinig gebruik van het apparaat, zelfs wanneer het is uitgeschakeld).
Verwijder altijd de oplaadbare batterijen als u het apparaat een week of langer niet wilt gebruiken.
Batterijen kunnen niet worden opgeladen in de bloeddrukmeter. Laad batterijen op in een externe oplader en neem de informatie over opladen, onderhoud en duurzaamheid in acht.
Een netadapter gebruiken
U kunt dit apparaat bedienen met de Microlife-netadapter (DC 6V, 600 mA).
Gebruik alleen de Microlife-netadapter die als origineel accessoire verkrijgbaar is en geschikt is voor uw voedingsspanning.
Zorg ervoor dat de netadapter en de kabel niet beschadigd zijn.
- Steek de adapterkabel in de netadapteraansluiting
in de bloeddrukmeter. - Steek de adapterstekker in het stopcontact.
Wanneer de netadapter is aangesloten, wordt er geen batterijstroom verbruikt.
Foutmeldingen
Als er een fout optreedt tijdens de meting, wordt de meting onderbroken en wordt er een foutmelding weergegeven, bijvoorbeeld «ERR 3».
| Fout | Omschrijving | Mogelijke oorzaak en oplossing |
| «ERR 1» | Signaal te zwak | De pulssignalen op de manchet zijn te zwak. Plaats de manchet opnieuw en herhaal de meting.* |
«ERR 2» ![]() | Foutsignaal | Tijdens de meting werden foutsignalen gedetecteerd door de manchet, bijvoorbeeld veroorzaakt door beweging of spierspanning. Herhaal de meting en houd uw arm stil. |
«ERR 3» ![]() | Geen druk in de manchet | Er kan geen adequate druk in de manchet worden opgebouwd. Er kan een lek zijn ontstaan. Controleer of de manchet correct is aangesloten en niet te los zit. Vervang indien nodig de batterijen. Herhaal de meting. |
| «ERR 5» | Abnormaal resultaat | De meetsignalen zijn onnauwkeurig en er kan daarom geen resultaat worden weergegeven. Lees de checklist voor het uitvoeren van betrouwbare metingen en herhaal vervolgens de meting.* |
| «ERR 6» | AFIB/MAM-modus | Er waren te veel fouten tijdens de meting in de AFIB/MAM-modus, waardoor het onmogelijk was om een eindresultaat te verkrijgen. Lees de checklist voor het uitvoeren van betrouwbare metingen en herhaal vervolgens de meting.* |
| «HI» | Puls of manchetdruk te hoog | De druk in de manchet is te hoog (meer dan 299 mmHg) OF de pols is te hoog (meer dan 200 slagen per minuut). Ontspan 5 minuten en herhaal de meting.* |
| «LO» | Pols te laag | De pols is te laag (minder dan 40 slagen per minuut). Herhaal de meting.* |
* Raadpleeg onmiddellijk uw arts als dit of een ander probleem zich herhaaldelijk voordoet.
Als u denkt dat de resultaten ongebruikelijk zijn, lees dan de informatie in het gedeelte «Belangrijke feiten over bloeddruk en zelfmeting» zorgvuldig door.
Veiligheid en bescherming
- Volg de gebruiksaanwijzing. Dit document bevat belangrijke informatie over de bediening en veiligheid van het product met betrekking tot dit apparaat. Lees dit document aandachtig door voordat u het apparaat gebruikt en bewaar het voor toekomstig gebruik.
- Dit apparaat mag alleen worden gebruikt voor de doeleinden die in deze instructies worden beschreven. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door onjuiste toepassing.
- Dit apparaat bevat gevoelige onderdelen en moet met de nodige voorzichtigheid worden behandeld. Neem de opslag- en bedrijfsomstandigheden in acht die worden beschreven in het gedeelte «Technische specificaties».
- Bescherm het tegen:
- water en vocht
- extreme temperaturen
- impact en vallen
- verontreiniging en stof
- direct zonlicht
- hitte en kou
- De manchetten zijn gevoelig en moeten met zorg worden behandeld.
- Verwissel of gebruik geen ander type manchet of manchetconnector voor meting met dit apparaat.
- Pomp de manchet pas op als deze is aangebracht.
- Gebruik dit apparaat niet in de buurt van sterke elektromagnetische velden, zoals mobiele telefoons of radio-installaties. Houd een minimale afstand van 3,3 m tot dergelijke apparaten aan wanneer u dit apparaat gebruikt.
- Gebruik dit apparaat niet als u denkt dat het beschadigd is of iets ongewoons opmerkt.
- Open dit apparaat nooit.
- Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten de batterijen worden verwijderd.
- Lees de aanvullende veiligheidsinformatie in de afzonderlijke paragrafen van deze handleiding.
- De meetresultaten die door dit apparaat worden gegeven, zijn geen diagnose. Het vervangt niet de noodzaak van een consultatie met een arts, vooral niet als het niet overeenkomt met de symptomen van de patiënt. Vertrouw niet alleen op het meetresultaat, maar houd altijd rekening met andere mogelijk optredende symptomen en de feedback van de patiënt. Het wordt aangeraden om een arts of ambulance te bellen indien nodig.

Zorg ervoor dat kinderen dit apparaat niet zonder toezicht gebruiken; sommige onderdelen zijn klein genoeg om te worden ingeslikt. Wees bedacht op het risico van verstikking in het geval dat dit apparaat wordt geleverd met kabels of buizen.
Apparaatonderhoud
Reinig het apparaat alleen met een zachte, droge doek.
De manchet reinigen
Verwijder voorzichtig vlekken op de manchet met een vochtige doek en zeepsop.
Was de manchet niet in een wasmachine of vaatwasser!
Nauwkeurigheidstest
We raden aan om dit apparaat om de 2 jaar of na mechanische impact (bijv. vallen) op nauwkeurigheid te laten testen. Neem contact op met uw lokale Microlife-service om de test te regelen (zie voorwoord).
Afvalverwerking

Batterijen en elektronische apparaten moeten worden afgevoerd in overeenstemming met de plaatselijk geldende voorschriften, niet met het huisvuil.
Garantie
Op dit apparaat zit een garantie van 5 jaar vanaf de aankoopdatum. Tijdens deze garantieperiode zal Microlife naar eigen goeddunken het defecte product kosteloos repareren of vervangen.
Het openen of wijzigen van het apparaat maakt de garantie ongeldig.
De manchet heeft een functionele garantie (blaasdichtheid) van 2 jaar.
Mocht garantieservice nodig zijn, neem dan contact op met de dealer waar het product is gekocht, of met uw lokale Microlife-service. U kunt contact opnemen met uw lokale Microlife-service via onze website: www.microlife.com/support
Technische specificaties
| Bedrijfsomstandigheden: | 10 - 40°C / 50 - 104°F 15 - 95% relatieve maximale luchtvochtigheid |
| Opslagomstandigheden: | -20 - +55°C / -4 - +131°F 15 - 95% relatieve maximale luchtvochtigheid |
| Gewicht: | 354 g (inclusief batterijen) |
| Afmetingen: | 160 x 80 x 32 mm |
| Meetprocedure: | oscillometrisch, overeenkomend met de Korotkoff-methode: Fase I systolisch, Fase V diastolisch |
| Meetbereik: | 20 - 280 mmHg – bloeddruk 40 - 200 slagen per minuut – pols |
| Weergavebereik manchet: | 0 - 299 mmHg |
| Resolutie: | 1 mmHg |
| Statische nauwkeurigheid: | druk binnen ± 3 mmHg |
| Nauwkeurigheid pols: | ± 5% van de afgelezen waarde |
| Spanningsbron: | 4 x 1,5 V alkaline batterijen; maat AAA Netadapter DC 6V, 600 mA (optioneel) |
| Levensduur batterij: | ca. 400 metingen (bij gebruik van nieuwe batterijen) |
| IP-klasse: | IP20 |
| Referentie naar normen: | EN 1060-1 /-3 /-4; IEC 60601-1; IEC 60601-1-2 (EMC); IEC 60601-1-11 |
| Verwachte levensduur: | Apparaat: 5 jaar of 10000 metingen Accessoires: 2 jaar |
Dit apparaat voldoet aan de eisen van de Richtlijn Medische Hulpmiddelen 93/42/EEG.
Technische wijzigingen voorbehouden.

Referenties
Hypertension and Fever Management - Microlife AG (Hypertensie en Koorts Management - Microlife AG)
AFIBsens - Microlife AG
Request Support Microlife BP Analyzer+ Software - Microlife AG (Ondersteuning aanvragen Microlife BP Analyzer+ Software - Microlife AG)
Support - Microlife AG (Ondersteuning - Microlife AG)
Download handleiding
Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.
Download Microlife BP A6 PC - Handleiding bloeddrukmeter
knop te drukken. Om te bevestigen en vervolgens de maand in te stellen, drukt u op de tijdknop
.
of de «-»
knop om de maand in te stellen. Druk op de tijdknop
niet past.
zo ver mogelijk in de manchetaansluiting
te steken.
in voor de beoogde gebruiker: gebruiker 1 of gebruiker 2.
in het display.
omlaag naar de stand «ontgrendelen» (unlock). Druk op de START/STOP-knop (START/STOP)
en de diastolische
bloeddruk en de hartslag
wordt weergegeven. Let ook op de uitleg over verdere displaysymbolen in dit boekje.
, selecteer vervolgens 1 of 2 met de gebruikersschakelaar
.
ingedrukt totdat «CL» verschijnt en laat de knop vervolgens los.
aan de onderkant van het apparaat.
in de bloeddrukmeter.
