Waarschuwingen
Lees voordat u begint de veiligheidsverklaringen en de instructies in deze handleiding.
Negeer symptomen van lage/hoge glucose niet: gebruik uw BG-meter om behandelingsbeslissingen te nemen wanneer
uw sensormetingen niet overeenkomen met uw symptomen van lage/hoge glucose. Zoek indien nodig onmiddellijk medische
hulp.
Geen getal, geen pijl, geen CGM-behandelingsbeslissing: gebruik uw BG-meter om behandelingsbeslissingen te nemen
wanneer uw Dexcom ONE+ niet zowel een getal als een trendpijl weergeeft. Gebruik uw BG-meter ook tijdens de
sensoropwarmtijd van 30 minuten.
Niet gebruiken als u dialyse ondergaat of ernstig ziek bent: de prestaties van de Dexcom ONE+ zijn niet geëvalueerd in
deze populaties en sensormetingen kunnen onnauwkeurig zijn.
Sensordraad breekt af: negeer gebroken of losgekomen sensordraden niet. Neem als dit gebeurt, contact op met Technische
Ondersteuning van Dexcom op
dexcom.com
of met uw plaatselijke Dexcom-distributeur.
Als een sensordraad onder uw huid afbreekt of losraakt en u deze niet kunt zien, probeer deze dan niet te verwijderen. Neem
contact op met uw zorgverlener als u symptomen van infectie of ontsteking hebt — roodheid, zwelling of pijn — op de
inbrengplaats.
Waar inbrengen — arm, buik of billen: alle patiënten kunnen hun buik en achterkant van de arm gebruiken. Bij patiënten
van 2 tot 6 jaar kunnen ook de bovenbillen worden gebruikt. De sensor is niet getest of goedgekeurd voor andere locaties.
Bespreek de beste plaats voor u met uw zorgverlener.
Waar bewaren: u kunt uw sensoren bewaren bij kamertemperatuur of in uw koelkast, tussen 2°C en 30°C, maar niet in de
vriezer.
Inspecteren: gebruik geen beschadigde of gebarsten onderdelen van het Dexcom ONE+-systeem, omdat deze mogelijk niet
correct werken en letsel door elektrische schokken kunnen veroorzaken.
Gebruik zoals aangegeven: Dexcom ONE+ is klein en kan bij inslikken verstikkingsgevaar opleveren. Steek deze niet in uw
mond of laat kinderen de Dexcom ONE+ niet vasthouden zonder toezicht van een volwassene.
Optionele waarschuwingen: U krijgt geen glucosewaarschuwingen tenzij u ze aanzet. U wordt gevraagd om de optionele
waarschuwingen aan te zetten bij het instellen van uw Dexcom ONE+-systeem. U moet ze aanzetten om glucose- en
systeemwaarschuwingen te krijgen. Volg de instructies en veiligheidswaarschuwingen in deze gebruikershandleiding om
ervoor te zorgen dat u waarschuwingen op uw weergaveapparaat ontvangt.
De instellingen van uw weergaveapparaat worden niet overschreven door de waarschuwingen van de Dexcom ONE+. U hoort
geen waarschuwingen voor hoge of lage glucose als uw weergaveapparaat op stil is ingesteld (geluid is uitgeschakeld).
Controleer de instellingen van uw weergaveapparaat zodat u geen waarschuwingen mist.
Controleer de instellingen
Volume en geluid van de telefoon: Zorg ervoor dat het volume van uw telefoon hoog staat, niet gedempt is, en dat de
luidspreker werkt. Als uw telefoon op gedempt staat, de modus 'volledig stil' of 'niet storen', ontvangt u geen waarschuwingen
van de Dexcom ONE+. Als er een hoofdtelefoon op uw telefoon is aangesloten, zijn de waarschuwingen alleen in de
hoofdtelefoon te horen, niet uit de luidspreker van uw telefoon.
®
Bluetooth
draadloze technologie: zorg ervoor dat uw Bluetooth aan staat. Anders ontvangt u geen metingen of
waarschuwingen.
2 • Veiligheidsinformatie |
Dexcom ONE+ Gebruikershandleiding
5