Instelling DIP-
schakelaar
= AAN
3.
4.
Meer details over de installatie van de CS507 uitgangenmodule in de verschillende
behuizingen vindt u in De controle-eenheid installeren op pagina 17.
5.3.2 De CS507 bedraden
Aansluiting
DATA
AUX
COM(-)
Vout
TAM
Out 1-5
CS875-575-275-175 Installatiehandleiding
Adres
Uitgangen
24
1-7
25
9-15
26
17-23
27
25-31
= UIT
Tabel 14 DIP-schakelaars CS507 uitgangenmodule
De uitgangen kunnen worden weggeschreven in het logboek. De
uitgangnummers die in het logboek verschijnen, zijn gekoppeld aan het
geselecteerde moduleadres van de CS507 uitgangenmodule.
Sluit de CS507 uitgangenmodule aan op de voeding. Het adres van de
CS507 uitgangenmodule wordt geregistreerd.
Aansluiten op de de DATA aansluitklem van de CSx75.
Aansluiten op de Aux+ aansluitklem van de CSx75.
Stroomverbruik bedraagt 30 mA.
Aansluiten op de COM aansluitklem van de CSx75.
Deze aansluiting kan maximaal 100 mA leveren, los van
de voeding in de centrale.
Opmerking: Elke stroomafname van deze aansluiting
moet worden opgeteld bij het totale stroomverbruik van
de CSx75. Op die manier wordt de voeding van de
centrale gescheiden van de afstandsapparatuur. Als er
een kortsluiting optreedt achter de AUX-aansluiting, valt
deze apparatuur bijgevolg uit, maar blijft de andere
apparatuur, zoals de CS507 uitgangenmodule,
functioneren. De CS507 uitgangenmodule rapporteert dit
probleem aan de centrale, zodat het op het bediendeel
wordt weergegeven als een storing van de voeding van
de uitgangenmodule.
Indien niet in gebruik, doorverbinden op een COM-
aansluiting.
Open Collector-uitgangen die naar GND schakelen
indien geactiveerd. (kunnen maximaal 100 mA
schakelen).
Opmerking: Als externe elementen op deze uitgangen
Instelling DIP-
schakelaar
Beschrijving
Adres
Uitgangen
28
33-39
29
41-46
30
49-55
31
57-63
47