3
Plaats de geheugenkaart.
Houd de kaart in de getoonde rich-
ting en schuif deze in het apparaat
totdat deze aan de achterkant van
de sleuf vastklikt.
O
Controleer of de kaart in de juiste
richting is geplaatst; steek de kaart er
niet onder een hoek in en oefen geen
kracht uit.
4
Sluit de kap van het batterijvak.
Sluit en vergrendel de kap.
O
Als de kap niet dicht kan, controleert
u of de batterij in de juiste richting is
geplaatst. Probeer de kap niet dicht te
forceren.
O
Open de kap van het batterijvak niet wanneer de camera is ingeschakeld.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging
van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg hebben.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
2
39