Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Dell 5210n Gebruikershandleiding pagina 143

Inhoudsopgave
1. Controleer of het lampje op de printer brandt.
2. Ga naar de parameters van het huidige draadloze netwerk van de computer en leg deze vast.
Raadpleeg de documentatie voor het vinden van de huidige parameters van het draadloze netwerk, of neem contact op met degene die uw netwerk
beheert.
3. Wijzig de huidige parameters voor het draadloze netwerk in de volgende waarden:
 
Parameter voor het draadloze netwerk
SSID (Netwerknaam of Service Set ID)
Basic Service Set Type (BSST)
Gegevenscoderingsmodus
WEP-sleutel
4. Controleer het IP-adres van de printer.
De printer krijgt een IP-adres met de AutoIP-methode. Dit adres moet binnen het bereik van 169.254 liggen. Als u op zoek bent naar het IP-adres van
de printer, drukt u de pagina met netwerkinstellingen af.
5. Zorg ervoor dat de computer aan zichzelf een IP-adres heeft toegekend dat verschilt van dat van de printer, maar dat wel binnen hetzelfde IP-bereik
ligt. Voorbeeld:
 
Apparaat
Computer
Afdrukserver
Als het IP-adres van de computer niet binnen hetzelfde bereik ligt als dat van de afdrukserver, dient u het IP-adres te wijzigen zodat het binnen het
juiste bereik ligt.
Raadpleeg de documentatie bij uw computer of besturingssysteem voor informatie over het opzoeken en wijzigen van het IP-adres van de computer.
6. Open een webbrowser en voer het IP-adres van de afdrukserver in als URL om toegang te krijgen tot de geïntegreerde webpagina van de 
afdrukserver.
OPMERKING:
Als 802.1x — RADIUS de bedoelde beveiligingsmodus voor het draadloze netwerk is, en een ondertekend certificaat en/of certificaat van
de certificeringsinstantie vereist is voor de verificatiemethode, raadpleegt u
verder gaat met de configuratie.
7. Klik op Configuration (Configuratie) aan de linkerzijde van de webpagina.
8. Klik in Other Settings (Overige instellingen) op Network/Ports (Netwerk/poorten).
9. Klik onder Network/Ports (Netwerk/poorten) op Wireless (Draadloos).
10. Wijzig de netwerkinstellingen zodat ze passen bij het draadloze netwerk waarbij de printer zal worden gebruikt, inclusief:
SSID
l
BSS-type
l
Kanaalnummer (alleen ad-hoc)
l
Beveilingsmodus voor draadloos
l
Coderingsmodus (indien van toepassing)
l
De SSID moet exact dezelfde zijn als de SSID die op het netwerk wordt gebruikt. SSID's zijn hoofdlettergevoelig: als de SSID onjuist wordt
ingevoerd, kan de afdrukserver niet communiceren op het netwerk, en zal het configuratieproces opnieuw moeten worden uitgevoerd.
OPMERKING:
Als u WEP hebt geselecteerd als de beveiligingsmodus, klikt u op Geavanceerde instellingen voor de optie om extra WEP-
beveiligingssleutels in te voeren.
11. Klik op Verzenden.
12. Herstel de computerinstellingen voor een draadloos netwerk tot de oorspronkelijke waarden die in stap 3 zijn vastgelegd.
Certificaatbeheer
 
Sommige verificatiemechanismen die zijn verbonden aan de 802.1x — RADIUS "Beveiligingsmodus voor draadloos" vereisen het gebruik van een certificaat van
de certificeringsinstantie (PEAP en EAP-TTLS), of het gebruik van zowel een ondertekend certificaat als een certificaat van de certificeringsinstantie (EAP-TLS).
 
Certificaten voor gebruik met 802.1x — RADIUS beheren
1. Klik op Configuratie aan de linkerzijde van de geïntegreerde webpagina van de afdrukserver.
2. Klik op Certificaatbeheer.
3. Kies de gewenste beheeroptie(s).
IP-adres
169.254.10.40
169.254.10.41
Certificaatbeheer
om de benodigde certificaten te verkrijgen voordat u
Instellen op
printerserver
Ad-hoc
Geen
Geen
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

5310n

Inhoudsopgave