a. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
b. Dubbelklik op Classic en vervolgens op het installatiepakket voor de printer.
OPMERKING:
Een PPD-bestand geeft Macintosh-computers gedetailleerde informatie over de mogelijkheden van de printer.
c. Klik op de gewenste taal en klik op Continue (Ga door).
d. Lees het Leesmij-bestand door en klik op Continue (Ga door).
e. Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik op Agree (Akkoord) om hiermee akkoord te gaan.
f. Klik in het scherm Installation Type (Installatietype) op Install (Installeer). Alle benodigde bestanden worden op de computer geïnstalleerd.
g. Klik op Close (Sluit) wanneer de installatie is voltooid.
2. Voer de volgende stappen uit:
Mac OS 9.0: Open Apple LaserWriter.
l
Mac OS 9.1-–9.x: Open Programma's en klik vervolgens op Hulpprogramma's.
l
3. Dubbelklik op Desktop Printer Utility.
4. Selecteer Printer (USB) en klik vervolgens op OK.
5. Kijk bij Selectie USB-printer op Change (Wijzig).
Als de printer niet wordt weergegeven in de lijst Selectie USB-printer, controleert u of de USB-kabel goed is aangesloten en of de printer is
ingeschakeld.
6. Selecteer de naam van de printer en klik op OK. De printer wordt weergegeven in het originele venster Printer (USB).
7. Klik in het gedeelte voor PostScript-printerbeschrijvingsbestand (PPD) op Autoconfig. Controleer of de PPD nu overeenkomt met de printer.
8. Klik op Maak aan en vervolgens op Bewaar.
9. Geef een printernaam op en klik op Bewaar. De printer is nu opgeslagen als bureaubladprinter.
Linux/UNIX
Veel UNIX- en Linux-platforms, zoals Sun Solaris en Red Hat, ondersteunen lokaal afdrukken.
Pakketten met printerstuurprogramma's zijn beschikbaar op de cd Drivers and Utilities. Alle pakketten met printerstuurprogramma's ondersteunen lokaal
afdrukken via een parallelle aansluiting. Het pakket voor Sun Solaris ondersteunt bovendien USB-aansluitingen met Sun Ray-apparaten en Sun-werkstations.
Voor het installeren
Doe het volgende voordat u stuurprogramma's installeert:
1. Controleer of u bent aangemeld als hoofdgebruiker.
2. Controleer of u genoeg schijfruimte beschikbaar hebt voor een complete installatie.
3. Stel een gebruikersgroep voor beheerders op.
Tijdens de installatie van printerstuurprogramma's wordt u gevraagd of u de gebruikersgroep voor beheerders voor printerstuurprogramma's wilt
wijzigen. De standaardbeheerdersgroep is bin.
Als u een beheerdersgroep op uw host hebt, kunt u die groep gebruiken als de beheerdersgroep voor de printerstuurprogramma's. Gebruikers die geen
beheerders zijn, kunnen geen wachtrijen toevoegen of verwijderen.
4. Bepaal waar u het pakket printerstuurprogramma's wilt installeren.
Het pakket printerstuurprogramma's kan in verschillende opstellingen worden geïnstalleerd. U kunt printerstuurprogramma's installeren op:
Elk werkstation waarvan u wilt dat het printerstuurprogramma's gebruikt.
l
Eén host, terwijl andere werkstations de bestanden van het pakket printerstuurprogramma's kunnen aanspreken via het NFS. Raadpleeg
l
Printerstuurprogramma's aanspreken via het NFS voor meer informatie.
Ondersteunde besturingssystemen
Controleer of u één van de volgende Linux-versies hebt met de nieuwste beschikbare wijzigingen.
Debian GNU/Linux
l