printerobject wordt toegevoegd aan de map Printers. De tijd die hiervoor nodig is varieert afhankelijk van netwerkverkeer en andere factoren.
4. Sluit Mijn netwerklocaties of Netwerkomgeving.
5. Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren.
6. Klik in Windows XP op Start®Configuratiescherm®Printers en andere hardware®Printers en faxapparaten.
Klik in andere besturingssystemen op Start®Instellingen®Printers.
7. Selecteer de printer die u zojuist hebt gemaakt.
8. Klik op Bestand®Eigenschappen.
9. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken) op het tabblad General (Algemeen).
Als met succes een testpagina wordt afgedrukt, is de printerinstallatie voltooid.
Peer-to-Peer
Als u de methode Peer-to-Peer gebruikt, wordt het printerstuurprogramma volledig geïnstalleerd op elke clientcomputer. Het stuurprogramma kan worden
aangepast op de netwerkclients. Afdruktaken worden verwerkt met de clientcomputer.
1. Klik in Windows XP op Start®Configuratiescherm®Printers en andere hardware®Printers en faxapparaten.
Klik in andere besturingssystemen op Start®Instellingen®Printers.
2. Klik op Printer toevoegen om de wizard Printer toevoegen te openen.
3. Klik op Netwerkafdrukserver.
4. Selecteer de netwerkprinter in de lijst met gedeelde printers. Als de printer niet voorkomt in de lijst, typt u het pad van de printer in het volgende
tekstvak.
Voorbeeld: \\<hostnaam afdrukserver>\<naam gedeelde printer>
De hostnaam van de afdrukserver is de naam van de computer met de afdrukserver waaronder de afdrukserver bekend is op het netwerk. De naam van
de gedeelde printer is de naam die tijdens de installatie van de afdrukserver wordt toegewezen.
5. Klik op OK.
Als dit een nieuwe printer is, wordt u mogelijk gevraagd om een printerstuurprogramma te installeren. Als geen systeemstuurprogramma beschikbaar is,
moet u het pad naar de beschikbare stuurprogramma's opgeven.
6. Selecteer of u deze printer als standaardprinter voor de client wilt gebruiken en klik vervolgens op Voltooien.
7. Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren:
a. Klik in Windows XP op Start®Configuratiescherm®Printers en andere hardware®Printers en faxapparaten.
Klik in andere besturingssystemen op Start®Instellingen®Printers.
b. Selecteer de printer die u zojuist hebt gemaakt.
c. Klik op Bestand®Eigenschappen.
d. Klik op Print Test Page (Testpagina afdrukken) op het tabblad General (Algemeen).
Als met succes een testpagina wordt afgedrukt, is de printerinstallatie voltooid.
Macintosh
OPMERKING:
Een PostScript Printer Description (PPD)-bestand geeft UNIX- of Macintosh-computers gedetailleerde informatie over de mogelijkheden
van de printer.
Als Macintosh-gebruikers willen afdrukken op een netwerkprinter, moeten zij een speciaal PPD-bestand (PostScript-printerbeschrijvingsbestand) installeren en
een bureaubladprinter maken op de computer (Mac OS 9.x), of een afdrukwachtrij maken in Afdrukbeheer (Mac OS X).
Mac OS X
Stap 1: Een aangepast PPD-bestand installeren
Installeer een PostScript-printerbeschrijvingsbestand (PPD) op de computer.
1. Plaats de cd Drivers and Utilities in het cd-romstation.
2. Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
OPMERKING:
Een PPD-bestand geeft Macintosh-computers gedetailleerde informatie over de mogelijkheden van de printer.