Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
Opnametechnieken
• Wanneer de functie voor automatische scherpstelling is ingesteld op
[Continue AF], worden de scherpstelling en de belichting tijdens het
maken van opnamen voortdurend aangepast. De diafragmawaarde wordt
ingesteld op F3.5 (indien de maximale diafragmawaarde van de lens
grotere is dan F3.5, wordt de waarde ingesteld op de maximale
diafragmawaarde) en de ISO-gevoeligheid kan worden aangepast.
• In de stand voor handmatige scherpstelling of wanneer de stand voor
automatische scherpstelling is ingesteld op [Enkelvoudige AF], kunt u de
ISO-gevoeligheid en het diafragma aanpassen. Wanneer [Enkelvoudige AF]
is geselecteerd, wordt de scherpstelling vergrendeld bij het eerste beeld.
Opmerkingen
• De sluitertijd is langer, afhankelijk van de ISO- of diafragma-instelling. Hierdoor
zijn continuopnamen mogelijk langzamer.
• De functie Gezichtsherkenning is uitgeschakeld.
• Wanneer [Auto HDR] is geselecteerd, wordt het DRO-proces tijdelijk uitgevoerd
volgens de DRO-instelling.
• U kunt [Kwaliteit] niet instellen op [RAW] of [RAW en JPEG].
• De snelheid van continuopnamen wordt geschat aan de hand van onze criteria. De
snelheid van continuopnamen kan lager zijn, afhankelijk van de opnameomstandigheden
(beeldgrootte, ISO-instelling, diafragmawaarde, NR bij hoge ISO en de instelling
van [Lenscomp.: vervorming]).

Autom. programma

Deze functie is geschikt voor:
Gebruik van de automatische belichting, terwijl uw eigen instellingen voor ISO-
z
gevoeligheid, instellingen, Dynamisch-bereikoptimalisatie enzovoort behouden
blijven.
1
Zet de functiekeuzeknop in de stand P.
De opnamestand selecteren
91
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave