Tips voor bediening en
gebruik
Neem dit hoofdstuk door voordat u een bunker gaat
harken. Veel omstandigheden hebben een invloed op
welke afstellingen nodig zijn: de structuur en diepte
van het zand, het vochtgehalte, onkruid en de mate
van compactie kunnen per golfbaan en per bunker
verschillen. Stel de borstel af om optimale resultaten
voor uw specifieke bunker te behalen.
Harksnelheid
Oefen u in het gebruik van de hark in een grote,
vlakke bunker. Oefen starten en stoppen, draaien,
de borstel omhoog- en omlaagbrengen en de bunker
op- en afrijden. Oefen het harken bij een matig
motortoerental en een lage rijsnelheid. Als uw
rijsnelheid te laag is, kan er een groef worden gevormd
in het zand door de opening tussen de borstels. Als
uw rijsnelheid te hoog is, kunnen de borstels stuiteren,
waardoor er een ongewenst resultaat ontstaat.
Harkinformatie
Als het zand diep genoeg is, kunt u op vlak terrein tot
de rand van de bunker harken. Als het zand op de
grasmat dwarrelt, moet u voldoende afstand tot de
rand bewaren om te voorkomen dat de ondergrond
wordt verstoord. Hark niet te dicht in de buurt van
korte, steile taluds; hierdoor zal het zand neervallen
op de bodem van de bunker. Soms zult u steile taluds,
kleine holle stukken, enz. wat moeten bijwerken met
een handhark. Als u de borstel gebruikt in nat, zwaar
zand en het gewenste resultaat wordt niet bereikt,
kunt u optionele stijvere borstels aanschaffen. Op
steilere hellingen, wanneer bijkomend contact met de
grond vereist is, is een optionele vleugelgewichtenset
verkrijgbaar.
Harkpatroon
Het aanbevolen harkpatroon voor een bunker wordt
getoond in
Figuur
16. Deze werkwijze voorkomt
onnodige overlapping, beperkt de compactie tot een
minimum en zorgt voor een verzorgd en aantrekkelijk
patroon op het zand. Rij de bunker in met een rechte
lijn in de lengterichting, op een plaats waar deze het
minst sterk glooit. Rij door het midden van de bunker
totdat u bijna het einde ervan hebt bereikt, maak een
zo scherp mogelijke bocht in een van beide richtingen
en hark in een rechte lijn terug naast de eerste baan.
Werk in een spiraal naar buiten zoals wordt getoond
op de tekening, en verlaat de bunker in een rechte
hoek op een vlak stuk. Sla steile, korte taluds en
kleine holle stukken over en werk die naderhand bij
met een handhark.
1. Rij een bunker in met
een rechte lijn in de
lengterichting op een vlak
stuk.
De bunker in- en uitrijden
Als u de bunker inrijdt, mag u de borstel pas neerlaten
als deze zich boven het zand bevindt. Hiermee
voorkomt u dat het gras wordt beschadigd of dat er
maaisel of vuil wordt meegesleept naar de bunker.
Laat de borstel neer terwijl de machine in beweging
is. Als u de bunker uitrijdt, moet u beginnen met de
borstel omhoog te brengen zodra het voorwiel de
bunker verlaat. Als de machine dan de bunker uitrijdt,
wordt de borstel omhooggebracht zonder dat deze
zand naar het gras meesleept. Oefen dit om de juiste
timing te bereiken.
9
Figuur 16
2. Verlaat een bunker in een
rechte hoek op een vlak
stuk.
g003409