7.4.2
Aandrijving op ventielhuis monteren
Fig. 21: Dichting
Vervang de afdichting.
DANGER!
Gevaar door smeermiddel.
Smeermiddel kan het medium verontreinigen. Bij zuurstoftoepassingen bestaat daardoor explosiegevaar.
▶ Bij specifieke toepassingen alleen de toegestane smeermiddelen gebruiken (bijv. bij zuurstof- of analyse-
toepassingen)
Schroefdraad van de huisverbinding voor opnieuw inbouwen invetten (bijv. met Klüberpaste UH1
96-402 van de fa. Klüber).
ATTENTION!
Beschadiging van de ventielzittingdichting of van de contour van de zitting.
▶ Bij de installatie van de aandrijving moet het ventiel zich in geopende stand bevinden.
Aandrijving in het ventielhuis schroeven. Aandraaimoment van de volgende tabel in acht nemen.
Zittingmaat
15
20
25
32
40
50
65
80
Tab. 9: Aandraaimomenten ventielhuis en huisverbinding
7.5
Aandrijving draaien, apparaat met zeskant
De volgende beschrijving geldt alleen voor apparaten met zeskant aan aandrijving.
Voor apparaat zonder zeskant aan aandrijving: in de bedieningshandleiding het hoofdstuk "Aandrij-
ving draaien, apparaat zonder zeskant" naleven.
De positie van de aansluitingen kan door verdraaien van de aandrijving 360° traploos worden uitgelijnd.
26
Type 2000
Installatie
Dichting
Aandraaimoment [Nm]
45 ±3
50 ±3
60 ±3
65 ±3
65 ±3
70 ±3
70 ±3
120 ±5