Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Apparaat Pneumatisch Aansluiten; Stuurmedium Aansluiten - Burkert 2000 Bedieningshandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor 2000:
Inhoudsopgave
7.6

Apparaat pneumatisch aansluiten

DANGER!
Bij stuurfunctie I: gevaar bij uitval van de stuurdruk.
Bij uitval van de stuurdruk blijft het ventiel in een ongedefinieerde positie staan.
▶ Voor gecontroleerd opnieuw starten het apparaat onder stuurdruk zetten, daarna het medium inschake-
len.
DANGER!
Gevaar voor letsel door aansluiting van ongeschikte slangen.
▶ Alleen slangen gebruiken die bestand zijn tegen de druk en de temperatuur van het medium.
▶ Technische gegevens van de slangfabrikant in acht nemen.
7.6.1

Stuurmedium aansluiten

De positie van de aansluitingen kan door verdraaien van de aandrijving 360° traploos worden uitge-
lijnd. De werkwijze is in hoofdstuk "Aandrijving draaien" beschreven.
Stuurfunctie A:
Het stuurmedium aansluiten op de stuurluchtaansluiting onderaan.
Stuurfunctie B:
Het stuurmedium aansluiten op de stuurluchtaansluiting bovenaan.
Stuurfunctie I:
Het stuurmedium aansluiten op de stuurluchtaansluiting bovenaan en onderaan.
Druk aan bovenste aansluiting sluit het ventiel.
Druk aan onderste aansluiting opent het ventiel.
Stuurfunctie
A
B
I
Tab. 10: Stuurluchtaansluiting
Bij gebruik in agressieve omgeving vrije pneumatische aansluitingen met behulp van een pneumati-
sche slang in een neutrale atmosfeer afvoeren.
Stuurluchtslang:
Er kunnen stuurluchtslangen van de maten G¼" of G⅛" (aandrijving ø40 mm) worden gebruikt.
28
Stuurluchtaansluiting
boven
X
X
sluit
het ventiel
Type 2000
Installatie
onder
Stuurlucht-
X
aansluiting:
boven
onder
X
opent
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave