Samenvatting van Inhoud voor Vaillant atmoVIT VK BE 254/1-5
Pagina 1
atmoVIT VK BE 164/1-5 VK BE 254/1-5 VK BE 324/1-5 VK BE 414/1-5 VK BE 484/1-5 VK BE 564/1-5 BE; LU; FR...
Pagina 2
Inhalt / Inhoud / Indice BE/LU Deutsch für Belgien und Luxemburg Flams voor België BE/LU/FR Français pour la France, pour Belgique et Luxembourg...
Pagina 33
Voor de installateur Installatie- en onderhoudshandleiding atmoVIT Gasketel VK BE 164/1-5 VK BE 254/1-5 VK BE 324/1-5 VK BE 414/1-5 VK BE 484/1-5 VK BE 564/1-5...
Pagina 34
Inhoud Pagina Pagina Aanwijzingen bij de documentatie ....6 Aanpassing aan de verwarmingsinstallatie ..18 Meegeleverde documenten en service-hulpmiddelen Selectie en instelling van parameters ..Aanbrengen en bewaren van de documentatie .
Beschrijving van het apparaat 1 Aanwijzingen bij de documentatie 1 Beschrijving van het apparaat De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de De Vaillant gasverwarmingsketels atmoVIT worden hele documentatie. gebruikt als warmteopwekkers voor centrale In combinatie met deze installatie- en verwarmingsinstallaties die werken met warm water.
1 Beschrijving van het apparaat 1.1 Typeoverzicht De Vaillant gasverwarmingsketels atmoVIT worden geleverd met de volgende vermogens: Toesteltype Bestemmingsland Toelatings- Gassoort Nom. vermogen P (kW) (ISO 3166) categorie VK BE 164/1-5-H BE (België) G20/25 (aardgas E, aardgas LL) 16,9 (80/60 °C)
AAN/UIT schakelkast digitaal informatie- en analysesysteem met display gasarmatuur reservoirtemperatuurregelaar brander toevoertemperatuurregelaar vul- en ledigingskraan van de ketel inbouwplaats voor Vaillant regelapparaten kijkopening dompelhuls Aansluitingen aan de achterkant van de ketel: veiligheidstemperatuurbegrenzer STB aansluiting vertrekwaterleiding verwarming frontbekleding stromingsbeveiliging gasaansluiting...
2 Veiligheidsinstructies/Voorschriften 2 Veiligheidsinstructies/Voorschriften 2.2 Voorschriften, normen en richtlijnen De plaatsing, installatie en eerste ingebruikname van het Voor de installatie van het apparaat moeten het Vaillanttoestel mag enkel uitgevoerd worden door een plaatselijke gasdistributiebedrijf en de lokale bekwaam installateur die, onder zijn schoorsteenveger geïnformeerd worden.
Montage 3 3 Montage 3.1.2 Aanwijzingen bij de verwarmingsinstallatie en bij de opstellingsplaats 3.1 Opstellingsplaats van de gasvloerketel – Van de afblaasleiding van de veiligheidsklep moet op de plaats van installatie en afvoerbuis met inlooptrechter 3.1.1 Voorschriften voor de opstellingsplaats en sifon naar een geschikte afvoer (aansluiting aan het Voor de keuze van de opstellingsplaats en voor de waterafvoersysteem) in de opstellingsruimte geleid...
Montage 3 3.3 Vereiste minimum afstanden voor de opstelling Afb. 3.2 Minimum afstanden Bij de opstelling van de ketel moeten de in afb. 3.2 getoonde minimum afstanden aangehouden worden om een volledige toegankelijkheid van de ketel te garanderen. De zijdelingse afstand voor de montage van de bekledingsplaten moet minstens 100 mm bedragen.
4 Installatie 4 Installatie Keteltype Watercirculatie in Drukverlies in /h bij mbar bij ∆t=10 K ∆t=20 K ∆t=10 K ∆t=20 K 4.1 Aansluiten vertrek- en retourwaterleidingen VK BE 164/1-5 1,45 0,73 VK BE 254/1-5 2,15 VK BE 324/1-5 VK BE 414/1-5 1,75 20,5 VK BE 484/1-5...
4.3 Warmwaterreservoir aansluiten Voor de aansluiting van een warmwaterreservoir kunt u de reservoirlaadset uit het Vaillant toebehoren inzetten. Een aansluiting op de plaats van installatie kan gebeuren met een in de handel verkrijgbaar T-stuk. Bij aansluiting van reservoirwaterverwarmers met...
De elektrische installatie moet worden uitgevoerd door een erkend vakman, die verantwoordelijk is voor de naleving van de bestaande normen en richtlijnen (AREI). De Vaillant gasketels zijn uitgerust met aansluitstekkers systeem Pro E voor een gemakkelijkere elektrische installatie en zijn gereed voor aansluiting bedraad.
De in tabel 4.2 opgesomde regelapparaten kunnen voor Zorg er met name voor dat bij de aansluiting van een de regeling van de Vaillant atmoVIT en de aanlegthermostaat voor een vloerverwarming de brug verwarmingsinstallatie gebruikt worden.
Installatie 4 Ingebruikname 5 5 Ingebruikname 4.5.5 Externe voelers, regelaars enz. aansluiten Let op! Voor de ingebruikneming alsook na inspecties, onderhoud en reparaties moet het gastoestel op gasdichtheid gecontroleerd worden! 5.1 Waterbereiding in verwarmingsinstallaties Eisen aan de eigenschappen van het vulwater: Warmteopwekkers met een installatievermogen tot 100 kW: Als vulwater kan water met een carbonhardheid tot 3,0 mol/m...
5 Ingebruikname • Controleer alle regel- en toezichtsinrichtingen op hun 5.3.2 Controle van de gasaansluitdruk werking en juiste instelling. • Maak de klant vertrouwd met de bediening van het apparaat en overhandig hem de met het apparaat meegeleverde handleidingen om ze te bewaren. •...
Ingebruikname 5 5.4 Controle van de gasafvoerinstallatie 5.5 Functiecontrole De afvoergasverliesmeting moet eveneens onder de • Neem het apparaat in gebruik conform de voornoemde operationele voorwaarden worden gebruiksaanwijzing. uitgevoerd. De afvoergastransportdruk mag om een • Controleer de gastoevoerleiding, de foutloze gasafvoer te garanderen niet lager liggen dan gasafvoerinstallatie, de ketel en de noodzakelijk en mag om een goed rendement te verwarmingsinstallatie op dichtheid.
6 Aanpassing aan de verwarmingsinstallatie 6 Aanpassing aan de verwarmingsinstallatie De atmoVIT-apparaten zijn uitgerust met een digitaal informatie- en analysesysteem (DIA-systeem). 6.1 Selectie en instelling van parameters In de diagnosemodus kunt u verschillende parameters wijzigen om het verwarmingsapparaat aan te passen aan de verwarmingsinstallatie.
Aanpassing aan de verwarmingsinstallatie 6 6.2 Overzicht van de instelbare installatieparameters De volgende parameters kunnen ingesteld worden voor de aanpassing van het apparaat aan de verwarmingsin- stallatie en aan de behoeftes van de klant: Aanwijzing! In de laatste kolom kunt u uw instellingen noteren nadat u de installatiespecifieke parameters heeft ingesteld.
(b.v. een achteraf geïsoleerd catalogi van vervangingsonderdelen. Inlichtingen oud gebouw; de ketel wordt slechts gebruikt aan een daarover krijgt u bij alle Vaillant fabrieksklanten- deel van de verwarmingsinstallatie). diensten. – Voer een instelling in de richting van meer uren uit bij minder schakelcycli van de ketel (b.v.
Inspectie en onderhoud 7 7.3 Overzicht van de onderhoudswerkzaamheden De volgende werkstappen moeten bij het onderhoud van het apparaat worden uitgevoerd: Uit te voeren: Werkstap Indien Algemeen nodig Apparaat isoleren van het stroomnet en gastoevoer sluiten Algemene toestand van het apparaat controleren, algemene vervuilingen aan het apparaat verwijderen Brander controleren op vervuiling en beschadigingen Brander reinigen...
7 Inspectie en onderhoud 7.3.1 Demontage van de brander 7.3.2 Warmtewisselaar reinigen Afb. 7.1 Demontage van de brander Afb. 7.2 Reiniging van de warmtewisselaar Demonteer voor het onderhoud van de brander en van Voor de reiniging van de warmtewisselaar gaat u als de warmtewisselaar eerst de brander.
Inspectie en onderhoud 7 7.3.3 Brander reinigen Afb. 7.3 Reiniging van de brander • Maak de branderbuizen (4) in de buurt van de primaire luchtaanzuiging en de uitlaatopeningen schoon met Afb. 7.4 Testprogramma P5 starten een penseel of een borstel (geen staalborstel!). •...
8 Opheffen van storingen 8 Opheffen van storingen 8.1 Foutcodes Voor het opsporen en het opheffen van fouten volstaan in de regel de foutmeldingen van het DIA-systeem. De volgende foutcodes worden getoond in het display en bieden u hulp bij het lokaliseren en opheffen van een storing: Code Betekenis...
Opheffen van storingen 8 8.2 Ontgrendeling na uitschakeling door de 8.3 Statuscodes veiligheidstemperatuurbegrenzer (STB) De statuscodes, die u krijgt via het display van het DIA-systeem, geven u informatie over de huidige bedrijfstoestand van het apparaat. Als er tegelijkertijd meerdere bedrijfstoestanden voorkomen wordt altijd de belangrijkste statuscode getoond.
8 Opheffen van storingen 8.4 Diagnosecodes • Indien vereist wijzigt u de waarde met de toetsen “+” In de diagnosemodus kunt u bepaalde parameters of “–” (indicatie knippert). wijzigen of meer informatie laten tonen (zie tabel). • Sla de nieuw ingestelde waarde op door de toets “i” Veranderbare parameters zijn vet gedrukt.
Pagina 59
Opheffen van storingen 8 Indicatie Betekenis Indicatiewaarden/Instelbare waarden d.48 Werkelijke waarde temperatuur afvoergassensor in °C d.50 Uitschakelhysterese van de toevoerregelaar Instelbereik 0 ... 10 (fabrieksinstelling: 6) d.51 Inschakelhysterese van de toevoerregelaar Instelbereik 0 ... 10 (fabrieksinstelling: -2) d.60 Aantal STB-uitschakelingen Aantal d.61 Aantal stookautomaatstoringen...
2.Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven.