Overnames capaciteitsregeling unit [Unit Capacity
Overrides]
Limieten m.b.t. de capaciteitsregeling van de unit kunnen worden gebruikt om de
algehele capaciteit van de unit te limiteren. Alleen in Koel-modus. Er kunnen
tegelijkertijd meerdere limieten van kracht zijn. De laagste limiet wordt altijd gebruikt
bij de capaciteitsregeling van de unit.
Verzachte toevoer [soft load], het beperken van de vraag [demand limit], en netwerk-
limiet gebruiken een dode zone rond de feitelijke grenswaarden, zodat de toename van
de capaciteit van de unit niet is toegestaan in deze dode zone. Als de capaciteit van de
unit boven de dode zone komt, wordt de capaciteit verminderd totdat deze zich weer
binnen de dode zone bevindt.
•
Voor 1 en 2 compressorunits bedraagt de dode zone 7%.
Verzachte toevoer
Verzachte toevoer [Soft Loading] is een te configureren functie die wordt gebruikt om
de capaciteit van de unit gedurende een bepaalde tijd op te voeren. De instelpunten die
deze functie reguleren zijn:
•
Verzachte toevoer [Soft Load] – (ON/OFF)
•
Begin Capacity Limit [Limiet begincapaciteit] – (Unit %)
•
Opvoeren door verzachte toevoer [Soft Load Ramp] – (seconden)
De unit-limiet verzachte toevoer [Soft Load Unit Limit] verhoogt lineair vanaf het
instelpunt limiet begincapaciteit [Begin Capacity Limit] tot 100% gedurende de tijd die
bij het instelpunt Opvoeren door Verzachte Toevoer [Soft Load Ramp] is ingesteld. Als
de optie is uitgeschakeld, wordt de limiet verzachte toevoer ingesteld op 100%.
Maximale vraag [Demand Limit]
De maximum capaciteit van de unit can worden gelimiteerd met een 4 tot 20 mA signaal
op de analoge input maximale vraag [Demand Limit] op de unit-controller. Deze functie
is alleen ingeschakeld als het instelpunt maximale vraag [Demand Limit] is ingesteld op
AAN [ON].
Omdat het signaal varieert van 4 mA tot 20 mA, wijzigt de maximum capaciteit van de
unit met stappen van 1% van 100% tot 0%. De capaciteit van de unit wordt aangepast
zoals benodigd om aan deze limiet te voldoen, m.u.v. de laatste compressor die in
bedrijf is. Deze kan niet kan worden uitgeschakeld om te voldoen aan een limiet die
lager is dan de minimumcapaciteit van de unit.
Netwerk-limiet [Network Limit]
De maximum capaciteit van de unit kan worden gelimiteerd door een netwerksignaal.
Deze functie is alleen ingeschakeld als de aanstuurbron van de unit is ingeschakeld om
te kunnen netwerken. Het signaal wordt ontvangen via de BAS-interface op de unit-
controller.
Omdat het signaal varieert van 0% tot 100%, wijzigt de maximum capaciteit van de unit
van 0% tot 100%. De capaciteit van de unit wordt aangepast zoals benodigd om aan
deze limiet te voldoen, m.u.v. de laatste compressor die in bedrijf is. Deze kan niet kan
worden uitgeschakeld om te voldoen aan een limiet die lager is dan de
minimumcapaciteit van de unit.
Stroomlimiet [Current Limit]
Regulering van de stroomlimiet [Current Limit] wordt alleen geactiveerd wanneer de
input activering stroomlimiet gesloten is.
Unit-stroom wordt berekend op basis van de 4-20 mA input, die een signaal ontvangt
van een extern apparaat. Er wordt van uitgegaan dat de stroom bij 4 mA 0 is, en de
stroom bij 20 mA wordt gedefinieerd bij een instelpunt. Omdat het signaal varieert van 4
tot 20 mA, varieert de berekende unit-stroom lineair van 0 ampère tot aan de ampère-
waarde die door een instelpunt is gedefinieerd.
D – EOMWC00310-12NL