79
I n s t e l l i n g e n
Handset
vergrendelen
U kunt
uw
telefoon
vergrendelen.
De
volgende
vier
vergrendelingsopties zijn
beschikbaar:
Bij
inschakelen: hierdoor wordt de handset
vergrendeld
zodra die wordt
ingeschakeld.
Indien USIM
opgeladen:
hierdoor wordt de handset
vergrendeld
als de USIM-kaart
van
de telefoon is
gewijzigd.
Meteen: hiermee wordt de handset
meteen
vergrendeld.
Geen: hiermee wordt de
vergrendeling uitgeschakeld.
U wordt verzocht de
beveiligingscode
in
te
voeren
om
de selectie
te
bevestigen.
]
U
moet
de
beveiligingscode
invoeren
om
de
handset
te
ontgrendelen.
Codes
wijzigen
U kunt de
PIN-code,
de
PIN2-code,
het wachtwoord
van
de mobiele telefoon
en
het
blokkeringswachtwoord
voor
oproepen
wijzigen.
PIN-code
PIN is de
afkorting
van
Persoonlijk
Identificatie
Nummer
en
wordt
gebruikt
om
gebruik
door
een
onbevoegde gebruiker
te
beperken.
Wijzigingsprocedure
PIN-code
1. Selecteer 'PIN-code' in de
lijst
'Codes
wijzigen'
en
druk op
.
2. Voer de
huidige
PIN-code in
en
druk op
.
3. Voer de nieuwe PIN-code in
en
druk op
.
4. Voer de nieuwe PIN-code
nogmaals
in
en
druk op
.
]
De
PUK-code kan maximaal 10 keer worden
ingevoerd.
(Opmerking:
als
u
10
keer
een
foute PUK-code hebt
ingevoerd,
wordt de USIM-kaart
geblokkeerd
en
moet
u
deze
vervangen.)
]
Als het verzoek
om
de PIN-code
niet
door de
operatorinstellingen
kan worden
uitgeschakeld,
kunt
u
dit
menu-item niet
kiezen.
L600V_Dut_1018-2
2006.10.19
10:55
AM
Page
79