nl Veiligheid 1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Veiligheid nl 1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge- gevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis- selstroom aansluiten.
nl Veiligheid ▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be- schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net- voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶...
Pagina 69
Veiligheid nl Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun- nen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie- ve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶...
nl Veiligheid 1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar- lijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri- citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
Het voorkomen van materiële schade nl ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- 2 Het voorkomen van lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: materiële schade – Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. LET OP! – Houd 300 mm afstand aan tot Door het gebruik van de plint, laden olie- en kolenfornuizen.
nl Opstellen en aansluiten ¡ Uitrusting en accessoires Klimaat- Toegestane ruimte- ¡ Montagemateriaal klasse temperatuur ¡ Montagehandleiding 16 °C…32 °C ¡ Gebruiksaanwijzing 16 °C…38 °C ¡ Klantenservice overzicht 16 °C…43 °C ¡ Garantiebijlage ¡ Energielabel Het apparaat is volledig functioneel ¡ Informatie over energieverbruik en binnen de toegestane binnentempe- geluiden ratuur.
Uw apparaat leren kennen nl 4.5 Apparaat elektrisch aan- 5.2 Bedieningspaneel sluiten Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en De netstekker van het aansluit- informatie krijgen over de gebruiks- snoer van het apparaat in een toestand. stopcontact in de omgeving van → Fig.
nl Bediening raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. 6.3 Flessenrek ananas, bananen, citrusvruchten, au- Bewaar flessen veilig op het flessen- gurken, courgette, paprika, tomaten rek. en aardappelen. Om het flessenrek naar wens te vari- ëren, kunt u het flessenrek verwijde- 6.5 Boter- en kaasvak ren en op een andere plaats weer te- Bewaar boter en harde kaas in het...
Extra functies nl De gewenste temperatuur instellen. Superkoelen inschakelen → Pagina 75 Druk op ▶ brandt. 7.2 Opmerkingen bij het ge- Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt bruik het apparaat over op de normale ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- werking. geschakeld, duurt het tot enkele Superkoelen uitschakelen uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt.
nl Ontdooien 10.1 Tips voor het bewaren 10.3 Sticker "OK" van levensmiddelen in Met de sticker OK kunt u controleren het koelvak of in het koelvak de voor de levens- middelen aanbevolen veilige tempe- ¡ Alleen verse en onbeschadigde le- ratuurbereiken van +4°C of kouder vensmiddelen inruimen.
Reiniging en onderhoud nl Vloeistof in de verlichting of in de be- 12 Reiniging en onder- dieningselementen kan gevaarlijk zijn. houd Het afwaswater mag niet in de ver- ▶ lichting of in de bedieningselemen- Reinig en onderhoud uw apparaat ten terechtkomen. zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
nl Reiniging en onderhoud 12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat regelmatig, om ervoor te zor- gen dat het dooiwater kan weglopen. Reinig de dooiwatergoot en het af- ▶ voergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje. 12.4 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap-...
Storingen verhelpen nl 13 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat ▶...
Pagina 80
nl Storingen verhelpen Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat produceert Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. geluiden. Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ▶ ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. Haal flessen of containers van elkaar. ▶...
Opslaan en afvoeren nl Haal de stekker van het apparaat 13.1 Apparaatzelftest uitvoe- uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het Uw apparaat beschikt over een appa- stopcontact trekken of de zekering raatzelftest, welke storingen weer- in de meterkast uitschakelen. geeft, die uw service kan verhelpen.
nl Servicedienst Voer het apparaat milieuvriendelijk eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie Gedetailleerde informatie over de ga- verkrijgen over de actuele afvoer- rantieperiode en garantievoorwaar- methoden.
Pagina 83
Technische gegevens nl productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het ty- peplaatje. Alternatief vindt u de mo- delidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.