Regeneratie van het dieselpartikelfilter (vervolg)
Een geparkeerde of herstel regeneratie uitvoeren
De uitlaattemperatuur is hoog (ongeveer 600°C) tijdens de regeneratie van het DPF.
Heet uitlaatgas kan u of anderen schaden, en tot licht of middelmatig letsel leiden.
• Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen.
• Zorg dat er zich geen ontvlambare materialen in de buurt van het uitlaatsysteem
bevinden.
• Raak nooit enig onderdeel van een heet uitlaatsysteem aan.
• Blijf nooit in de buurt van de uitlaat van de machine staan.
De computer van de machine annuleert de DPF-regeneratie als u het laag stationaire
toerental verhoogt of de parkeerrem vrijzet.
1. Verzeker dat de machine voldoende brandstof in de tank heeft voor de betreffende
regeneratie:
• Geparkeerd Regeneratie: 1/4 tank brandstof
• Herstel Regeneratie: 1/2 tank brandstof
2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, op een plaats zonder brandbare
materialen.
3. Verzeker dat tractiebediening of rijhendels op
4. Schakel indien nodig de aftakas uit en laat de maai-eenheden of werktuigen zakken.
5. Schakel de parkeerrem in en zet de gashendel in de stand L
6. In het menu voor regeneratie van het
roetfilter, scroll naar Parked Regen start of
Recovery Regen start. Druk op de
rechterknop om de regeneratie te starten.
7. Als er om gevraagd wordt, controleer dan dat
er brandstof in de tank zit, zoals aangegeven
in stap 1. Druk op de rechterknop om door te
gaan.
Gebruik: Tijdens de werking
OPGELET
BELANGRIJK
NEUTRAAL
G448024
G448025
Pagina 5–32
staan.
S
.
AAG
TATIONAIR
3467-859 A