Instellingen - IO-toewijzing
Algemeen
In deze menuoptie kunnen de eigenschappen van de afzonderlijke in- en uitgang
(I/O) van de inverter worden geconfigureerd. Afhankelijk van de functionaliteit en
systeemconfiguratie kunnen slechts die instellingen worden geselecteerd die met
het betreffende systeem mogelijk zijn.
Een actief geschakelde uitgang die niet is toegewezen ('vrij'), blijft tot het op-
nieuw opstarten van de inverter actief. De toestand van een uitgang wordt alleen
gewijzigd als de specificaties van de toegewezen diensten worden gewijzigd.
Noodstroom
Functie
Noodstroomvergrendeling active-
ren
Feedback vergrendeling (optio-
neel)
Noodstroomvereisten
Met de configuratie van deze parameter wordt de noodstroomvoorziening geacti-
veerd.
Belastingbeheer
Hier kunnen maximaal vier pinnen voor het belastingbeheer worden geselecteerd.
De overige instellingen voor het belastingbeheer vindt u in het menu Lastmana-
gement.
Default-pin: 1
IO-besturing
Hier kunnen de pins voor de IO-besturing worden ingesteld. De overige instellin-
gen vindt u in het menu EVU Editor - IO-besturing.
IO-besturing
IO-besturing 1 (optioneel)
IO-besturing 2 (optioneel)
IO-besturing 3 (optioneel)
IO-besturing 4 (optioneel)
IO-besturing 5 (optioneel)
UIT - Demand
Demand Response Modes voor Australië
Response Modes
(DRM)
Hier kunnen de pins voor de besturing via DRM worden ingesteld:
98
Beschrijving
Uitgang, netwerkontkoppeling ac-
tiveren (schakelaar)
Ingang, feedback of de vergren-
deling actief is
Ingang, noodstroomvoorziening
activeren
De-
fault-
Pin
IO-besturing
2
IO-besturing 6 (optioneel)
3
IO-besturing 7 (optioneel)
4
IO-besturing 8 (optioneel)
5
IO-besturing feedback
(optioneel)
6
De-
fault-
Pin
0
5
4
De-
fault-
Pin
7
8
9
0