Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Te Regelen Medium, Toepassingsgebied; Opslag En Transport; Opbouw En Werking - Samson 1 Inbouw- En Bedieningsvoorschrift

Temperatuurregelaar zonder hulpenergie
Inhoudsopgave
2

Te regelen medium, toepassingsgebied

Temperatuurregelaars voor vloeibare, gasvormige en dampvormige media, met name voor de
warmtevoerende media water, olie en stoom of voor koelmedia zoals bijvoorbeeld koelwater
of koelvloeistof. Met regelthermostaat type 2231 tot 2235 voor gewenste waarden van –10 °C
tot +250 °C. Ventielen met doorlaat DN 15 tot DN 250. Nominale druk PN 16 tot PN 40. Voor
temperaturen tot 350 °C.

2.1 Opslag en transport

De temperatuurregelaars moeten zorgvuldig worden behandeld, opgeslagen en vervoerd. De
temperatuurregelaar dient voor de installatie beschermd te worden tegen invloeden van bui-
ten zoals vuil, vochtigheid en vorst.
3

Opbouw en werking

Zie ook "Afbeelding 2: Opbouw en werking, weergave regelaar" op pagina 7.
Type 1 / type4: Het ventiel sluit, als de temperatuur van het medium toeneemt en de ingestel-
de gewenste waarde wordt overschreden.
Type 1u / type 4u: Het ventiel opent, als de temperatuur van het medium toeneemt en de in-
gestelde gewenste waarde wordt overschreden.
De temperatuurregelaars bestaan uit het ventiel (1), de thermostaat (temperatuursensor) (19)
en de verbindingspijp (11).
Het ventiel bestaat in essentie uit het huis met de zitting (2), klep (3) en klepsteel (5). Deze zijn
gecombineerd met de verschillende thermostaten.
De thermostaat bestaat uit een temperatuursensor (19), de setpoint-insteller (12), de verbin-
dingspijp (11) en het werkzame element (8).
De temperatuurregelaar werkt volgens het principe van de uitzetting van vloeistof. Stijgt bij-
voorbeeld de temperatuur van de temperatuursensor (19), dan zet de vloeistof in de sensor
uit en drukt de stelbalg (10) de pin van het werkzame element (9) naar boven. Daarbij schuift
de pin de klepsteel (5) met de klep (3) naar de ventielzitting. Als de temperatuur nog verder
stijgt, dan sluit het ventiel.
Temperatuurregelaar type 1 heeft een niet-ontlast ventiel, bij type 4 is het ventiel door een me-
taalbalg (4.1) ontlast.
Daarbij komt de druk voor het ventiel via de doorboorde klepsteel op de buitenzijde van de bo-
dem van de metaalbalg terecht en de druk achter het ventiel op de binnenzijde ervan.
De krachten op de klep worden hierdoor opgeheven en het ventiel wordt volledig ontlast. Wij-
zigingen in de druk van het medium hebben daardoor geen invloed op de positie van de klep.
EB 2111/2112/2113/2121/2123
Te regelen medium, toepassingsgebied
5
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

1u44u

Inhoudsopgave