Nominale stroom (zonder ver-
lichting)
BUS-interface
Toegelaten omgevingstemp.
Beschermingsklasse
Beveiligingsklasse
Tabel 2
Technische gegevens
2.6
Karakteristieken temperatuursensor
Bij metingen met temperatuursensoren, de volgende voorwaar-
den respecteren:
•
De installatie voor het meten stroomloos schakelen.
•
Weerstand op de kabeluiteinden meten.
•
De weerstandswaarden zijn gemiddelde waarden, waarbij
toleranties moeten worden gerespecteerd.
°C
°C
20
50
12486
25
10000
55
30
8060
60
35
6536
65
40
5331
70
45
4372
75
Tabel 3
Meetwaarde temperatuursensor
°C
°C
– 30 364900 25 20000 80
– 20 198400 30 16090 90
– 10 112400 35 12800 95
0
66050
40 10610 100
5
50000
50 7166
10
40030
60 4943
15
32000
70 3478
20
25030
75 2900
Tabel 4
Meetwaarde collectortemperatuursensor
2.7
Aanvullend toebehoren
Exacte informatie over geschikt toebehoren is opgenomen in de
catalogus.
Functiemodule en bedieningseenheden van het regelsysteem
EMS plus:
•
SM100: module voor solarinstallatie of verswaterstation
•
SM200: module voor uitgebreide solarinstallatie of om-
laadsysteem.
Logamatic SC300 – 6720859731 (2014/10)
9 mA
EMS plus
0 °C ... 50 °C
III
IP20
°C
80
3605
1256
2989
85
1070
2490
90
915
2084
100
677
1753
–
–
1480
–
–
°C
°C
2492 150
364
1816 160
290
1500 170
233
1344 180
189
110
1009 190
155
120
768
200
127
130
592
–
–
140
461
–
–
2.8
Afvoeren
▶ Sorteer en recycleer de verpakking op milieuvriendelijke
wijze.
▶ Bij vervangen van een module of een component: oude mo-
dule of oude component milieuvriendelijk afvoeren.
3
Installatie
Zie voor het gedetailleerde installatieschema betreffende de in-
stallatie van de hydraulische modules en componenten en de
bijbehorende stuurelementen de planningsdocumenten of de
aanbesteding.
WAARSCHUWING:
Er bestaat gevaar voor verbranding!
▶ Wanneer warmwatertemperaturen boven 60 °C zijn inge-
steld of de thermische desinfectie is ingeschakeld, moet
een thermostatische warmwatermengkraan worden geïn-
stalleerd.
WAARSCHUWING:
Levensgevaar door elektrische stroom!
Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan
kan een elektrische schok veroorzaken.
▶ Voor de montage van toebehoren: voedingsspanning naar
de warmtebron, gebouwbeheersysteem en naar alle BUS-
deelnemers over alle polen onderbreken en beveiligen te-
gen onbedoeld herinschakelen.
3.1
Installatiemanieren
Hoe de bedieningseenheid moet worden geïnstalleerd, is af-
hankelijk van het gebruik van de bedieningseenheid en de op-
bouw van de gehele installatie ( hoofdstuk 2, pagina 4).
3.2
Installatieplaats van de bedieningseenheid
Wij adviseren voor een directe en eenvoudig toegankelijke be-
diening de bedieningseenheid in de woonomgeving te installe-
ren.
Installatie
3
5