Installatie
3
3.3
Installatie in de referentieruimte
Het installatievlak op de muur moet vlak zijn.
▶ Installeer de sokkel op een wand ( afb. 3).
6 mm
6 mm
3,5 mm
Afb. 3
Installatie van de sokkel
BUS
Aansluiting BUS-verbinding
6
3,5 mm
6 720 645 407-04.1O
3.4
Elektrische aansluiting
De bedieningseenheid wordt via de BUS-kabel met energie ge-
voed.
De polariteit van de aders is willekeurig.
Inbedrijfstelling van de installatie is niet mogelijk, wanneer de
maximale totale lengte van de BUS-verbindingen tussen alle
BUS-deelnemers wordt overschreden of in het BUS-systeem
sprake is van een ringsysteem.
Maximale totale lengte van de BUS-verbindingen:
2
•
100 m met 0,50 mm
2
•
300 m met 1,50 mm
▶ Houd een minimale afstand van 100 mm tussen de afzon-
derlijke BUS-deelnemers aan, wanneer meerdere BUS-
deelnemers worden geïnstalleerd.
▶ Sluit de BUS-deelnemers in parallel aan, wanneer meerde-
re BUS-deelnemers worden geïnstalleerd.
▶ Om inductieve beïnvloeding te vermijden: alle laagspan-
ningskabels van netspanning geleidende kabels afzonder-
lijk installeren (minimale afstand 100 mm).
▶ Bij externe inductieve invloeden (bijvoorbeeld van het foto-
voltaïsch systeem) kabel afgeschermd uitvoeren (bijvoor-
beeld LiYCY) en afscherming eenzijdig aarden. Sluit de
afscherming niet aan op de aansluitklem voor de randaarde
in de module, maar op de huisaarde, bijvoorbeeld vrije
randaardeklem of waterleiding.
▶ Maak de BUS-verbinding met de solarmodule.
Logamatic SC300 – 6720859731 (2014/10)
aderdiameter
aderdiameter.