Smart BMS Manager
Weergaven op het LCD-paneel
A
Q
P
O
N
ALL
ZONE
GROUP
A:
/
/
B: Lijnnummer
C: Zonenummer
D: Groepsnummer
E: Werkingsmodus
F: Temperatuur
G: Luchtvolume
8
-NL
B
C
M
K
L
,
Het geselecteerde lijnnummer, zonenummer of groepsnummer wordt weergegeven.
1.2
1~64
1~64
Aangesloten groepen worden automatisch herkend en weergegeven.
Wanneer een groep met de
weergegeven.
Knipperen: Toont de groep waarvan de instellingen op het paneel weergegeven worden.
Verlichting: Toont geselecteerde groepen.
Onderstreept: Toont dat de groep in bedrijf is.
De onderstreping knippert, wanneer er een alarm optreedt.
De actuele werkingsmodus wordt weergegeven.
AUTO
:
* Wanneer
inschakelen van
De insteltemperatuur wordt weergegeven.
AUTO
Een van
D
E
J
I
H
, of
wordt weergegeven.
Wanneer een lijn wordt geselecteerd, knippert het ( ) symbool van
het geselecteerde lijnnummer.
Het nummer licht op als een regelbare eenheid gedetecteerd wordt
op de lijn.
Wanneer zowel lijn 1 als lijn 2 worden geselecteerd, wordt de
lijn van het knipperende ( ) symbool weergegeven.
De onderstreping wordt verlicht, wanneer er ten minste één
airconditioner op de lijn in bedrijf is.
De onderstreping knippert, wanneer er een alarm optreedt.
GROUP
HEAT
DRY
:
:
wordt verlicht wanneer de
HEAT
COOL
en
werkingsmodus gedeactiveerd.
HEAT
MED.
,
,
G
toets is gespecificeerd, wordt deze als
COOL
FAN
:
:
toets wordt ingedrukt, is het
LOW
FIXED
,
, of
Handleiding
F
wordt weergegeven.