•
Wanneer u niet actief sneeuw aan het ruimen
bent, schakelt u de aandrijving van de vijzel uit.
•
Wees uiterst voorzichtig bij het werken op of het
kruisen van grindpaden, voetpaden of wegen. Hou
rekening met onverwachte gevaren en verkeer.
•
Probeer nooit afstellingen uit te voeren wanneer
de motor loopt.
•
Als u een vreemd voorwerp hebt geraakt, moet
u de motor uitschakelen, het contactsleuteltje
(uitsluitend model met elektrisch startsysteem)
verwijderen, de machine grondig op beschadiging
controleren en de schade herstellen alvorens de
machine opnieuw te starten en te gebruiken.
•
Als de machine abnormaal zou beginnen te trillen,
moet u de motor afzetten en nagaan wat de
oorzaak daarvan is.
•
Laat de motor nooit lopen in een afgesloten
ruimte, tenzij om te starten en om de machine in
of uit de ruimte te rijden. Open de buitendeuren;
uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
•
Vermijd overbelasting van de machine als u te
snel wilt werken.
•
Raak nooit een hete motor of geluiddemper aan.
10