Download Print deze pagina

Electrolux AES II RM 4185 Gebruikers- En Installatiehandleiding pagina 6

Caravan
Het inbouwvak
De koelkast moet in een vak worden ingebouwd. De afme-
tingen staan vermeld onder TECHNISCHE GEGEVENS.
De bodem van dit vak moet goed horizontaal lopen en zo
gelijkmatig zijn dat de koelkast makkelijk op zijn plaats kan
worden geschoven. Het vak moet sterk genoeg zijn om het
gewicht van de koelkast te kunnen dragen.
In het vak dient men boven, onder en aan de zijkant lijsten
aan te brengen die voorzien zijn van elastische afdichtings-
strips, zie fig. 5.
De koelkast wordt zover in de nis geschoven dat voorkant
van koelkast en voorkant van nis samenvallen (achter het
koelaggregaat moeten 10 - 20 mm vrij blijven).
In de zijwanden van de koelkast zitten vier kunststof bussen
waar schroeven in liggen waarmee de kast kan worden
vastgezet in het inbouwvak (fig. 8). De zijwanden van het
inbouwvak en/of de verstevigingslijsten voor het vastzetten
van de kast moeten zo worden gemaakt dat de schroeven
goed vast blijven zitten, ook bij de krachten waaraan de
kast tijdens de rit worden blootgesteld.
Als de kast in de juiste stand staat draait men de
schroeven, door de omhuizing, vast in de wanden van het
inbouwvak. De speling tussen kast en wand mag aan iedere
zijde niet meer zijn dat 3 mm. Breng indien noodzakelijk
latjes, strips of iets dergelijks aan.
N.B.: Dit is de enige toegestane bevestigingsmethode.
Schroeven die op andere plaatsen in de koelkast worden
gedraaid penetreren de isolatie van de kast en kunnen
delen beschadigen die in piepschuim zitten, bijv. elektrische
bedrading.
VENTILEREN VAN HET AGGREGAAT
Bij hoge omgevingstemperaturen is de volle prestatie alleen
door goede ventilatie van het koelaggregaat gewaarborgd.
Ventilatie van het koelaggregaat gebeurt door middel van
twee openingen in de caravanwand (fig. 6). Verse buitelucht
treedt door de onderste opening in en, verwarmd, door de
bovenste opening weer uit de aggregaatruimte.
Het onderste opening moet zo dicht mogelijk bij de nisbo-
dem aangebracht worden, het bovenste opening zo vermo-
gelijk boven de kondensor (C) van het koelaggregaat, doch
tenminste als getoond in fig. 7b, of beter nog fig. 7a.
Ventilatieroosters
De openingen in de buitenwanden van de caravan moeten
voorzien worden van geschikte ventilatieroosters met een
voldoende warmtebestendigheid.
De roosters dienen een vrije doorstromingsoppervlakte van
2
tenminste 250 cm
te hebben. N.B.: Wanneer achter het
rooster een vliegennet wordt aangebracht kan deze opperv-
lakte met 50% gereduceerd worden.
De openingen moeten worden voorzien van het A 1620-
ventilatierooster (fig. 2) dat speciaal tot dit doel door Elec-
trolux is ontwikkeld. Ook dient men frame R 1640 te monte-
ren. Dan kan men de roosters makkelijk verwijderen, waar-
door het mogelijk is de koelkast te inspecteren en kleine
reparaties te verrichten zonder de koelkast eerst uit het vak
te demonteren.
Als niet gewaarborgd is dat eventueel lekkend gas (zwaar-
der dan lucht!) door het bij de nisbodem geplaatste ventila-
tierooster naar buiten kan stromen, dan moet in de nisruim-
te een gat van cirka 40 mm diameter in de caravanbodem
geboord worden, zodat lekgas naar buiten kan. Aan de
onderkant het gat beschermen tegen opspattend water.
Afvoer van verbrandingsgassen
De ruimte tussen de koelkast en de wand van uw voertuig
(fig. 7) is van het woongedeelte afgescheiden. Zo kan er
geen koude tocht ontstaan (kamperen in de winter) en
kunnen de verbrandingsgassen niet in de wagen doordrin-
gen. Daarom is het niet nodig een uitlaat voor de gassen te
installeren; deze worden samen met de ventilatielucht
afgevoerd door het bovenste rooster.
N.B.: Bij deze methode van ventileren gebruikt men boven
en beneden hetzelfde soort rooster, zonder de
geïntegreerde doorvoer voor de gassen. Ook het eventueel
geleverde T-stuk is in dit geval niet nodig.
Een aluminium plaat (B), fig. 7a/b, boven de uitlaatbuis in
het inbouwvak (I) vergemakkelijkt de afvoer van warmte.
Verklaring van de aanduidingen in fig. 7a/b:
A
Frame R 1610 voor ventilatierooster
B
Geleideplaat
C
Condensor (del uit van koelaggregaat)
D
Ventilatierooster A 1609
E
Afdichtingsstrip
breedte 525 mm, Artikelnr. . . . . . 295 1147-00
486 mm. . . . . . . . . . . . . . . 295 1147-10
F
Koelkast
G
Houten lat, ca. 10 x 20 mm
H
Hoogte inbouwvnis
(zie onder TECHNISCHE GEGEVENS)
I
Uitlaatpijp
K
T-stuk
FLESSENGAS-AANSLUITING
De koelkast is ontworpen voor het gebruik op Propaan of
Butaan met een gasdruk van 30mbar (300 mmwk) of
50mbar (500mmwk). Kontroleer het typeplaatje.
De koelkast mag niet op stads- of aardgas gebruik worden.
Laat de gasaansluiting door een erkend vakman maken.
Zie toe dat de gasleiding zo gelegd is dat deze niet kan
beschadigen.
Laat een bereikbare tussenkraan monteren.
Zie toe dat alle koppelingen op lekkage gekontroleerd
worden; dat kunt u ook zelf door ze in te smeren met een
water/zeepoplossing (bellen blazen) terwijl de kranen
open zijn, zodat er druk op de leiding staat. Gebruik nooit
open vuur, zoals een aansteker, om lekkage vast te
stellen.
Sleutel nooit aan een drukregelaar; zodra u hem niet
meer vertrouwt (dat merkt u doorgaans ook aan de
branders van uw kooktoestel), koop dan een nieuwe van
goede kwaliteit.
WAARSCHUWING! Kontroleer de gasdruk; deze staat
aangegeven op de drukregelaar (is reduktieventiel) van
de betreffende gasfles.
54
loading