Download Print deze pagina
loading

Samenvatting van Inhoud voor Arkray AUTION ELEVEN AE-4020

  • Pagina 2 Voorwoord Dank u voor het aanschaffen van onze semi-automatische urine-analyser, de AUTION ELEVEN AE-4020. Deze handleiding bevat belangrijke informatie over de functies van de AUTION ELEVEN AE-4020. Deze handleiding wordt uitgegeven door ARKRAY, Inc. Lees de handleiding zorgvuldig door alvorens het apparaat in gebruik te nemen.
  • Pagina 3 © 2007 ARKRAY, Inc. • Het is streng verboden enig deel van deze handleiding te kopiëren zonder de expliciete toestemming van ARKRAY, Inc. • De informatie in deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
  • Pagina 4 Symbolen De onderstaande symbolen in deze handleiding en de labels op dit instrument worden gebruikt om uw aandacht te trekken naar specifieke items.  Lichamelijke letsels Volg de hier gegeven instructies op, ter voorkoming van blootstelling aan pathogene micro-organismen. Volg de hier gegeven instructies op, ter voorkoming van letsel en schade. ...
  • Pagina 5 Waarschuwingsetiketten Op dit instrument zijn meerdere waarschuwingsetiketten aangebracht op onderdelen die mogelijk gevaar opleveren. Stel u op de hoogte van de mogelijke gevaren waar elk etiket voor waarschuwt, en volg de voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden beschreven. a Draagarm De draagarm beweegt tijdens het uitvoeren van metingen. Kom niet met uw handen in de buurt van de draagarm terwijl deze beweegt, zodat deze u niet raakt of vastklemt.
  • Pagina 6 d Afvalbak Raak de afvalbak nooit met onbeschermde handen aan op plekken die door monsters kunnen besmet zijn. Draag tijdens het reinigen van of plegen van onderhoud aan de afvalbak beschermende handschoenen, zodat u niet aan pathogene micro-organismen wordt blootgesteld. e Motor Raak de motor en het omliggende gebied dat warm kan worden en brandwonden kan veroorzaken op de handen, niet aan, vooral tijdens het gebruik en niet na het uitschakelen van...
  • Pagina 7 Inhoudsopgave 1 Voorwoord...................... i 2 Inleiding......................ii 3 Symbolen ...................... iii 4 Waarschuwingsetiketten ................iv 5 Inhoudsopgave....................vi Hoofdstuk 1. Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.1. Omschrijving van de AE-4020 ..............1-2 1.1.1. Functies van de AE-4020................1-2 1.1.2. Metingstypen..................... 1-4 1.1.3. Specificaties ....................1-5 1.1.4.
  • Pagina 8 2.4. Metingen uitvoeren................2-16 2.4.1. Normale meting..................2-16 2.4.2. STAT-meting ................... 2-20 2.4.3. Controlemeting..................2-25 2.4.4. Proefmeting..................... 2-29 2.5. De meetresultaten lezen ............... 2-34 Hoofdstuk 3. Overige bediening 3.1. Omschrijving menuscherm ..............3-2 3.1.1. Werken met menuschermen ..............3-2 3.1.2. Menulijst ....................3-3 3.2.
  • Pagina 9 Hoofdstuk 4. Onderhoud 4.1. Dagelijks onderhoud ................4-2 4.1.1. De doseerder reinigen................4-2 4.1.2. De afvalbak reinigen ................4-10 4.1.3. Desinfectie ....................4-11 4.2. Het thermische papier vervangen............4-12 4.3. Onderhoud van het instrument wanneer het niet wordt gebruikt gedurende een langere periode..................4-15 Hoofdstuk 5.
  • Pagina 10 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken Hoofdstuk 1 Omschrijving van de AE-4020 ..............1-2 1.1.1. Functies van de AE-4020 ..................1-2 1.1.2. Metingstypen .....................1-4 1.1.3. Specificaties ......................1-5 1.1.4. Meetprincipes ....................1-6 1.1.5. Rangtabellen .....................1-8 De items in de verpakking bevestigen ............1-10 1.2.1.
  • Pagina 11 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken Omschrijving van de AE-4020 De AUTION ELEVEN AE-4020 is een semi-automatische urine-analysator die teststrips gebruikt. Dit compacte instrument is in staat verschillende functies uit te voeren. 1.1.1 Functies van de AE-4020  Compact en licht gewicht met een eenvoudige structuur Het instrument heeft een minimale voetafdruk voor de installatie van het gebied van een blad A4 papier.
  • Pagina 12 Omschrijving van de AE-4020  Automatische detectie type teststrip Het instrument identificeert automatisch het type teststrips (in de veronderstelling dat ze automatische classificatiemarkeringen hebben) en voert de gepaste metingen uit. Het instrument detecteert de teststrip echter niet automatisch wanneer het geselecteerde type teststrip “Uriflet S 11UA” is. ...
  • Pagina 13 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.1.2 Metingstypen  Normale meting In de normale meetmodus worden monsters achtereenvolgens gemeten. Aan metingen in deze modus worden MEAS-nr. * * * * toegewezen. Nadat het meetnummer van het eerste monster is ingevoerd, verhoogt het systeem het nummer automatisch met één voor elke daaropvolgende meting.
  • Pagina 14 Omschrijving van de AE-4020 1.1.3 Specificaties Monster Urine Teststrip/reagentverpakking AUTION-sticks / Uriflet S / AUTION SCREEN Gemeten waarden GLU, KET, BIL, NIT, PRO, URO, pH, BLD, LEU, ALB, CRE, Specifieke zwaartekracht, kleurtint Meetbereik Teststrip: Rangtabel (zie “1.1.5. Rangtabellen” op pagina 1-8) Kleurtint: Classificatiediagram kleurtint (zie “...
  • Pagina 15 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.1.4 Meetprincipes Metingen met dubbele of enkele golflengtereflectie via teststrips die zijn ontworpen voor de AE-4020.  Meten met teststrips Dompel een teststrip gedurende 2 seconden in het monster en plaats de teststrip in de teststriplade. De draagarm vervoert vervolgens de teststrip van het toevoermechanisme voor de teststrip naar het fotometrische gedeelte.
  • Pagina 16 Omschrijving van de AE-4020  Correctie kleurtint Bij de verlichting van monsters worden de golflengten R (635 nm),  Licht en schakering, en tint (23 kleurtinten) G (565 nm), B (430 nm) en IR (760 nm) toegepast op het KLEURLOOS kleurtintcorrectiegedeelte van een teststrip.
  • Pagina 17 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.1.5 Rangtabellen  GLU (Glucose) Rangnummer Kwalitatieve waarde – ± Semikwantitatieve 1000 OVER waarde (mg/dl)  PRO (eiwit) Rangnummer Kwalitatieve waarde – ± Semikwantitatieve OVER waarde (mg/dl)  BIL (bilirubine) Rangnummer Kwalitatieve waarde –...
  • Pagina 18 Omschrijving van de AE-4020  NIT (nitriet) Rangnummer Kwalitatieve waarde –  LEU (leukocyten) Rangnummer Kwalitatieve waarde – Semikwantitatieve waarde (leu/µl)  ALB (albumine) Rangnummer Semikwantitatieve OVER waarde (mg/l)  CRE (creatinine) Rangnummer Semikwantitatieve OVER waarde (mg/dl)  A/C (verhouding albumine/creatinine) Rangnummer Kwalitatieve waarde NORMAAL...
  • Pagina 19 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken De items in de verpakking bevestigen OPMERKING: Teststrips en controles zijn niet inbegrepen bij het instrument. Deze items zijn onderstreept in de secties “Voorbereiden:” op de latere pagina’s. 1.2.1 Items in de verpakking a Instrument b Accessoiredoos Naam...
  • Pagina 20 De items in de verpakking bevestigen  Accessoiredoos a Teststriplade b Controlestrookset c Thermisch papier d Netadapter e Netsnoeren f Handleiding Naam Omschrijving Hoev. Teststriplade Set controlestroken 2 controlestroken (wit) Thermisch papier 58 mm breed, 5 rollen Netadapter Netsnoeren Spanning: 125V 7A (A-type stekker) en 250V 2.5A (C-type stekker) Gebruik het juiste netsnoer voor de stroomspanning van uw regio.
  • Pagina 21 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken Naam en functie van elk onderdeel 1.3.1 Voorzijde Onderhoudsdeksel gesloten Onderhoudsdeksel open Naam Functie Display Toont informatie zoals de werkingsstatus en foutmeldingen. Bedieningspaneel Wordt gebruikt voor het starten en stoppen van de metingen en voor het invoeren van numerieke waarden.
  • Pagina 22 Naam en functie van elk onderdeel 1.3.2 Achterzijde Naam Functie Stroomschakelaar Zet het instrument AAN/UIT. Voedingsingang Voor het aansluiten van de meegeleverde netadapter. B.C.R. Terminal voor de optionele handheld barcodelezer. RS-232C Terminal voor een extern apparaat. Ethernet (optioneel) Voor het aansluiten op een Ethernet-apparaat. Afvalbak Gebruikte teststrips worden in deze bak gegooid.
  • Pagina 23 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.3.3 Display  Stand-byscherm Als u het instrument inschakelt, wordt het stand-by scherm weergegeven. Naam Functie Meetmodus De meetmodus die op dit moment geselecteerd is, wordt met een pictogram aangegeven. Om de meetmodus te wijzigen, drukt u op wanneer het [Stand-byscherm] wordt getoond.
  • Pagina 24 Naam en functie van elk onderdeel De functie van elk pictogram vindt u hieronder. Pictogram Naam Functie pagina Moduspictogram Wordt geselecteerd om de meetmodus te wijzigen. Geheugenpictogram Wordt geselecteerd voor het opnieuw afdrukken of verzenden van de meetresultaten. Datumpictogram Wordt geselecteerd voor het instellen van de datum en tijd. 3-10 Lijstpictogram Wordt geselecteerd voor het afdrukken van een lijst met abnormale...
  • Pagina 25 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.3.4 Bedieningspaneel Toets Naam Functie START Hiermee start u het meten. STOP Hiermee onderbreekt u het meten, een menufunctie of een instelling, of annuleert u het invoeren. PAPIERINVOER Hiermee voert u thermisch papier in de ingebouwde printer in. MENU Hiermee schakelt u om tussen menu’s of pagina’s.
  • Pagina 26 Het instrument installeren Het instrument installeren 1.4.1 Voorzorgsmaatregelen voor installatie Lees voordat u het instrument installeert de volgende items en neem altijd de juiste voorzorgsmaatregelen.  Plaats het instrument minimaal 20 cm van muren af. Onvoldoende afstand tussen het instrument en muren kan leiden tot oververhitting van het instrument of tot een te grote spanning op kabelaansluitingen, wat brand of foutieve meetresultaten kan veroorzaken.
  • Pagina 27 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.4.2 Het instrument installeren Bepaalde componenten worden veilig bevestigd met de bevestigingstape om het instrument tijdens het transport te beschermen. De tapes moeten worden verwijderd en deze beveiligingsmaatregelen moeten worden losgemaakt om het systeem te installeren en het instrument voor te bereiden op het gebruik.
  • Pagina 28 Het instrument installeren De zuigpoorten losmaken a Verwijder de bevestigingstape van de zuigpoorten. Bevestigingstape Zuigpoorten OPMERKING: Na het verwijderen van de bevestigingstape, drukt u met uw vinger op de zuigpoorten en controleert u of het onderdeel stevig op de juiste positie is bevestigd. Het onderhoudsdeksel sluiten a Sluit het onderhoudsdeksel tot het vastklikt.
  • Pagina 29 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken De printerklep sluiten a Verwijder de bevestigingstape van de printerklep op de achterkant van het instrument. Bevestigingstape De afvalbak losmaken a Verwijder de bevestigingstape van de afvalbak op de achterkant van het instrument. Bevestigingstape Het netsnoer aansluiten a Sluit het netsnoer aan op de netadapter.
  • Pagina 30 Het instrument installeren Een extern apparaat aansluiten (indien nodig) REFERENTIE: Gebruik een geschikte aansluitkabel (optie) wanneer u een extern apparaat aansluit. a Sluit de kabel van het externe apparaat aan op de RS-232C RS-232C-aansluiting op de achterkant van het instrument. Haal de aansluitingsschroeven aan.
  • Pagina 31 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken 1.4.3 Gebruik starten en eindigen na de installatie Deze sectie beschrijft het opstartproces van het instrument, het instellen van het thermisch papier en het instellen van de datum en tijd. OPMERKING: Wanneer het instrument wordt INGESCHAKELD, herhaalt de draagarm de toevoerbeweging van de teststrip. Controleer of er niets op de teststriplade de beweging van de draagarm hindert.
  • Pagina 32 Het instrument installeren b Na 20 seconden eindigt het opwarmen en wordt het stand-byscherm weergegeven. De huidig geselecteerde meetmodus, het teststriptype en het meetnummer worden op het scherm weergegeven. OPMERKING: Een fout of storing wordt door een geluidsignaal en een melding op het scherm weergegeven, zoals in de afbeelding rechts.
  • Pagina 33 Hoofdstuk 1 Voordat u de AE-4020 gaat gebruiken Het instrument UITSCHAKELEN a Aan het einde van uw werk of als u geen metingen zult uitvoeren of instellingen zult opgeven, zet u het instrument UIT nadat u eerst hebt gecontroleerd of het [Stand-byscherm] wordt weergegeven.
  • Pagina 34 Metingen Hoofdstuk 2 Overzicht van de metingen ................2-2 2.1.1. Stroomdiagram voor het uitvoeren van metingen ..........2-2 2.1.2. Meting........................2-3 Voorzorgsmaatregelen bij het uitvoeren van metingen ......2-4 2.2.1. Voorzorgsmaatregelen bij het werken met het instrument ........2-4 2.2.2. Voorzorgsmaatregelen bij het omgaan met monsters........2-5 2.2.3.
  • Pagina 35 Hoofdstuk 2 Metingen Overzicht van de metingen Dit instrument meet monsters en controles. Dit hoofdstuk beschrijft de operationele stroom en geeft een overzicht van elke meetmodus. 2.1.1 Stroomdiagram voor het uitvoeren van metingen Controle voorafgaande aan het meten Controleer gebruikte teststrips Controleer de invoer Schakel het instrument in Controleer het thermische papier...
  • Pagina 36 Overzicht van de metingen 2.1.2 Meting  Meetmodus Dit instrument heeft vier types meetmodi: “Normale meting”, “STAT-meting”, “Controlemeting” en “Proefmeting”. Druk op op het [Stand-byscherm] om de meetmodus te wijzigen. De onderstaande cijfers tonen het uiterlijk van het [Stand-byscherm] voor elk van de vier meetmodi. Modus Normale meting Modus STAT-meting Modus Controlemeting...
  • Pagina 37 Hoofdstuk 2 Metingen Voorzorgsmaatregelen bij het uitvoeren van metingen 2.2.1 Voorzorgsmaatregelen bij het werken met het instrument  Dit instrument mag alleen door gekwalificeerde personen worden bediend. Een gekwalificeerd persoon is iemand met voldoende kennis van klinische testen en het afvoeren van besmettelijk afval.
  • Pagina 38 Voorzorgsmaatregelen bij het uitvoeren van metingen 2.2.2 Voorzorgsmaatregelen bij het omgaan met monsters  WEES BIJZONDER VOORZICHTIG BIJ HET OMGAAN MET URINE; Door het systeem wordt urine als monster en als ingrediënt van de controle gebruikt. Urine kan besmet zijn met pathogene micro-organismen, die besmettelijke ziekten kunnen veroorzaken.
  • Pagina 39  Gebruik alleen teststrips van ARKRAY die voor de AUTION ELEVEN zijn ontworpen. De AUTION ELEVEN werkt met speciale teststrips die ontworpen zijn en geproduceerd worden door ARKRAY, Inc. Lees de bijsluiter in het teststrippakket goed door en gebruik de strips voor de verloopdatum.  Controleren voor gebruik Gebruik geen teststrips na de uiterste gebruiksdatum.
  • Pagina 40 Voorbereidingen voor het meten Voorbereidingen voor het meten Controleer voordat u het meten start, de afvalbak, de invoer en het thermische papier.  Draag beschermende handschoenen ter voorkoming van blootstelling aan pathogene micro-organismen.  Voer gebruikte teststrips af volgens de plaatselijke regelgeving voor biologisch gevaarlijk afval.
  • Pagina 41 Hoofdstuk 2 Metingen Controleer de invoer a Controleer op aanwezigheid van gekristalliseerde extra urine op de teststriplade. Als u deze aantreft, veegt u deze weg en reinigt u het gebied. Onderhoudspaneel Teststriplade Het onderhoudsdeksel sluiten a Sluit het onderhoudsdeksel tot het vastklikt. Controleer het thermische papier a Als er een rode lijn aan beide kanten van het thermische papier Rode lijnen...
  • Pagina 42 Voorbereidingen voor het meten 2.3.2 Het instrument starten Hieronder wordt de werking van het instrument beschreven vanaf het moment van inschakeling totdat het [stand-byscherm] wordt weergegeven. OPMERKING: Wanneer het instrument wordt INGESCHAKELD, herhaalt de draagarm de toevoerbeweging van de teststrip. Controleer of er niets op de teststriplade de beweging van de draagarm hindert.
  • Pagina 43 Hoofdstuk 2 Metingen OPMERKING: Een fout of storing wordt door een geluidsignaal en een melding op het scherm weergegeven, zoals in de afbeelding rechts. Zie “Hoofdstuk 5. Probleemoplossing” om de fout of het probleem op te lossen. AE-4020 2-10...
  • Pagina 44 Voorbereidingen voor het meten 2.3.3 De meetomstandigheden instellen Voordat u het meten start, stelt u indien nodig de meetomstandigheden in. Als u dezelfde meetomstandigheden wilt gebruiken als de vorige keer, hoeft u deze niet opnieuw in te stellen. Zie “Hoofdstuk 3. Overige bediening” voor uitleg over het instellen van afzonderlijke opties.
  • Pagina 45 Hoofdstuk 2 Metingen 2.3.4 Monsters voorbereiden Bereid de monsters voor door middel van de onderstaande stappen. Raadpleeg daarbij “2.2.2. Voorzorgsmaatregelen bij het omgaan met monsters” op pagina 2-5. Draag beschermende handschoenen ter voorkoming van blootstelling aan pathogene micro-organismen. Monsters voorbereiden Bereid voldoende monsters voor.
  • Pagina 46 Voorbereidingen voor het meten 2.3.5 Patiënt-id-nummers invoeren Voor elk patiënt-id-nummer kunnen maximaal 11 cijfers van numerieke cijfers en “–” tekens worden ingevoerd. Het ingevoerde patiënt-id-nummer is alleen toegewezen aan de meting die is uitgevoerd net nadat deze invoer is gebeurd. Nadat een groep van metingen is voltooid, worden de patiënt-id-nummers automatische verwijderd.
  • Pagina 47 Hoofdstuk 2 Metingen b Druk op • Het geregistreerde patiënt-id-nummer wordt opgeslagen en het display keert terug naar het [Stand-byscherm]. • Nadat het patiënt-id-nummer is ingesteld, worden het “meetnummer + het type teststrip” en “Patiënt-id-nummer” afwisselend weergegeven op het [stand-byscherm]. Wordt afwisselend weergegeven ...
  • Pagina 48 Voorbereidingen voor het meten b Druk op • Het ingevoerde patiënt-id-nummer wordt opgeslagen en het display keert terug naar het [Stand-byscherm]. • Nadat het patiënt-id-nummer is ingesteld, worden het “meetnummer + het type teststrip” en “Patiënt-id-nummer” afwisselend weergegeven op het [stand-byscherm]. Wordt afwisselend weergegeven REFERENTIE: Om een patiënt-id-nummer te annuleren na het drukken op...
  • Pagina 49 Hoofdstuk 2 Metingen Metingen uitvoeren 2.4.1 Normale meting Modus Normale meting wordt gebruikt voor het opeenvolgend meten van monsters. Als u één of meer urgente monsters direct wilt meten terwijl een normale meting bezig is, drukt u op om te schakelen naar de modus STAT-meting.
  • Pagina 50 Metingen uitvoeren Teststrips voorbereiden REFERENTIE: Het huidige teststriptype wordt op het stand-by scherm weergegeven. Om het type teststrip te wijzigen, raadpleegt u “3.7.5. Nr.002: Type teststrip” op pagina 3-20. a Neem het benodigde aantal teststrips uit de fles. b Sluit de teststripfles weer goed af. BELANGRIJK: Sluit direct nadat u de teststrips uit de fles hebt gehaald de dop, anders nemen de teststrips in de fles vocht of stof uit...
  • Pagina 51 Hoofdstuk 2 Metingen Dompel een teststrip gedurende 2 seconden in het monster a Dompel de teststrip gedurende 2 seconden in het monster en haal deze er weer uit. BELANGRIJK:  Dompel het hele monsternamegedeelte van de teststrip in één keer in het monster.
  • Pagina 52 Metingen uitvoeren Het volgende monster en de volgende teststrip klaarmaken a Herhaal stappen 6 en 7 voor het dompelen en plaatsen van volgende teststrips. • Als u een teststrip plaatst, wordt het meten van het volgende monster automatisch gestart. REFERENTIE: ...
  • Pagina 53 Hoofdstuk 2 Metingen 2.4.2 STAT-meting De modus STAT-meting meet monsters opeenvolgend, zoals de modus Normale meting. De modus STAT-meting kan ook worden gebruikt voor het meten van dringende monsters tijdens de normale meting. Druk terwijl het [Stand-byscherm] of [Metingsscherm] wordt weergegeven, op om te schakelen naar de modus STAT-meting.
  • Pagina 54 Metingen uitvoeren Stel het meetnummer in Nadat u het eerste monster een viercijferig meetnummer hebt gegeven, wordt dit automatisch door het systeem met één verhoogd. Deze meetnummers worden in het systeem opgeslagen tot de voeding wordt uitgeschakeld. Als u het eerste meetnummer op “0001”...
  • Pagina 55 Hoofdstuk 2 Metingen De STAT-meting starten BELANGRIJK: De vereiste procedure is nu afhankelijk van de instelling voor de werkingsmodus bij inschakeling. (Zie “ Werkingsmodus” op pagina 2-3.) De standaardinstelling is de modus “Automatisch starten”. Raadpleeg “3.7.8. Nr.005: Werkingsmodus bij inschakeling” op pagina 3-25 om “Werkingsmodus bij inschakeling”...
  • Pagina 56 Metingen uitvoeren Plaats de teststrip in de teststriplade. a Plaats de teststrip in de teststriplade. Bij automatisch starten geeft het instrument een pieptoon weer als er een teststrip wordt gedetecteerd. Hierna verplaatst de draagarm de teststrip naar de zuigpoorten. Nadat overtollige urine is verwijderd, wordt de teststrip via het teststripinvoermechanisme doorgevoerd naar het fotometrische gedeelte.
  • Pagina 57 Hoofdstuk 2 Metingen 10 STAT-meting beëindigen a Wanneer de STAT-meting stopt, keert het display terug naar het [Stand-byscherm]. Het meetnummer en de patiëntcode voor de volgende meting worden op het stand-by scherm weergegeven. AE-4020 2-24...
  • Pagina 58 Voorbereiden: Controles die in de handel verkrijgbaar zijn, laboratoria of vervaardigd door ARKRAY* *AUTION CHECK PLUS die is geproduceerd door ARKRAY aanbevolen. *Voor informatie over het controlemonster dat is geproduceerd door ARKRAY, neemt u contact op met uw distributeur. Het controlemonster voorbereiden...
  • Pagina 59 Hoofdstuk 2 Metingen Een meetnummer instellen Nadat u het eerste monster een viercijferig meetnummer hebt gegeven, wordt dit automatisch door het systeem met één verhoogd. Deze meetnummers worden vervolgens in het systeem opgeslagen tot de voeding wordt uitgeschakeld. Als u het eerste meetnummer op “0001” wilt instellen, voert u geen meetnummer in, maar volgt u de procedure onder stap 4 hieronder.
  • Pagina 60 Metingen uitvoeren De controlemeting starten BELANGRIJK: De vereiste procedure is nu afhankelijk van de instelling voor de werkingsmodus bij inschakeling. (Zie “ Werkingsmodus” op pagina 2-3.) De standaardinstelling is de modus “Automatisch starten”. Raadpleeg “3.7.8. Nr.005: Werkingsmodus bij inschakeling” op pagina 3-25 om “Werkingsmodus bij inschakeling” te wijzigen.
  • Pagina 61 Hoofdstuk 2 Metingen De teststrip in de teststriplade plaatsen a Plaats de teststrip in de teststriplade. Bij automatisch starten geeft het instrument een pieptoon weer als er een teststrip wordt gedetecteerd. Hierna verplaatst de draagarm de teststrip naar de zuigpoorten. Nadat overtollige urine is verwijderd, wordt de teststrip via het teststripinvoermechanisme doorgevoerd naar het fotometrische gedeelte.
  • Pagina 62 Metingen uitvoeren 2.4.4 Proefmeting Proefmeting gebeurt met de controlestroken die zijn inbegrepen met het instrument, om de systeemstatus te bevestigen. De fles met controlestroken bevat twee grijze en twee witte controlestroken. Gebruik één teststrip van elke kleur voor deze meetprocedure. BELANGRIJK: Raak het oppervlak van de controlestrook niet aan.
  • Pagina 63 Reflectielabel OPMERKING: 500 nm wordt niet gebruikt als een meetgolflengte voor de AUTION ELEVEN AE-4020. Zo zal de afdruk van de resultaten van de proefmeting geen 500 nm resultaat bevatten. De beschrijving van 500 nm op het reflectielabel op de fles van controlestroken is voor andere types apparaten.
  • Pagina 64 Metingen uitvoeren • Wanneer u de modus “Cyclus starten” gebruikt, drukt u op om de proefmeting van de eerste strip te starten. • In de modus “Automatisch starten” start het systeem automatisch de proefmeting van de eerste strip wanneer de plaatsing van de controlestrook wordt gedetecteerd.
  • Pagina 65 OPMERKING: 500 nm wordt niet gebruikt als een meetgolflengte voor de AUTION ELEVEN AE-4020. Zo zal de afdruk van de resultaten van de proefmeting geen 500 nm resultaat bevatten. De beschrijving van 500 nm op het reflectielabel op de fles van controlestroken is voor andere types apparaten.
  • Pagina 66 Metingen uitvoeren  Resultaten proefmeting Meetmodus Serienummer van het instrument Datum en tijdstip van de meting Golflengte Reflectie  Wanneer er ongewenst licht in het instrument is binnengedrongen en een goede meting heeft verhinderd  Wanneer de controlestrook niet in de juiste positie werd geplaatst en een correcte meting onmogelijk was AE-4020 2-33...
  • Pagina 67 Hoofdstuk 2 Metingen De meetresultaten lezen  Als het meetresultaat “semikwantitatief” wordt weergegeven. MEAS Normale meting Meetmodus STAT STAT-meting CONTROLE Controlemeting Meetnummer Naam gebruikte teststrip Patiënt-id-nummer Datum en tijdstip Interne systeemtemperatuur van de meting a Gemeten waarden b Kwalitatieve waarde c Semikwantitatieve waarde d Eenheid Resultaat van...
  • Pagina 68 De meetresultaten lezen  Als het formaat voor het geselecteerde meetresultaat “reflectie” is: Reflectie AE-4020 2-35...
  • Pagina 69 Hoofdstuk 2 Metingen AE-4020 2-36...
  • Pagina 70 Overige bediening Hoofdstuk 3 Omschrijving menuscherm................3-2 3.1.1. Werken met menuschermen ................3-2 3.1.2. Menulijst ......................3-3 MODUS (selectie meetmodus) ..............3-4 GEHEUGEN (meetresultaten opnieuw afdrukken en opnieuw verzenden) ..3-6 DATUM (de datum en tijd instellen)............3-10 LIJST (een lijst van abnormale meetresultaten afdrukken) ....3-12 STRIP (het type teststrip selecteren) ............
  • Pagina 71 Hoofdstuk 3 Overige bediening Omschrijving menuscherm Dit systeem heeft zes menu’s, die elk worden weergegeven met een van de pictogrammen uit de groep bovenin het menuscherm. Als u het pictogram selecteert van het menu waarmee u wilt werken, gaat u naar het instelscherm voor dat menu, waar u vervolgens de gewenste instellingen kunt maken.
  • Pagina 72 Omschrijving menuscherm 3.1.2 Menulijst In de onderstaande lijst vindt u de zes menu’s en hun doel. Menu Pictogram Omschrijving Pagina’s MODUS Selectie Meetmodus GEHEUGEN Meetresultaten opnieuw afdrukken en opnieuw verzenden DATUM De datum en tijd instellen 3-10 LIJST Een lijst van abnormale meetresultaten afdrukken 3-12 STRIP Het type teststrip selecteren...
  • Pagina 73 Hoofdstuk 3 Overige bediening MODUS (selectie meetmodus) Gebruik het menu MODUS om de meetmodus te kiezen of te wijzigen. Zie sectie “2.4. Metingen uitvoeren” op pagina 2-16 voor details over de meetmethode voor elke modus. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd keert het display terug naar het [Menuscherm].
  • Pagina 74 MODUS (selectie meetmodus) Het menu MODUS afsluiten (selectie meetmodus) a Druk op • Het stand-by scherm wordt weergegeven. REFERENTIE:  Wanneer het [Stand-byscherm] wordt getoond, kunt u de meetmodus direct wijzigen door te drukken op  U kunt schakelen tussen de modi Normale meting en STAT-meting door te drukken op wanneer u in een van deze twee meetmodi bent.
  • Pagina 75 Hoofdstuk 3 Overige bediening GEHEUGEN (meetresultaten opnieuw afdrukken en opnieuw verzenden) Gebruik het menu GEHEUGEN om de meetgegevens opnieuw af te drukken of opnieuw te verzenden (van max. 520 monsters) die zijn opgeslagen in het geheugen van het instrument. De opgeslagen meetresultaten worden geclassificeerd volgens de meetmodus en volgens het meetresultaat.
  • Pagina 76 GEHEUGEN (meetresultaten opnieuw afdrukken en opnieuw verzenden) De startdatum van de meetperiode opgeven a Gebruik om de knipperende indicator te verplaatsen en gebruik de cijfertoetsen om de startdatum van de meetperiode die opnieuw moet worden afgedrukt of worden verzonden, in te voeren.
  • Pagina 77 Hoofdstuk 3 Overige bediening De monsterafnamemethode selecteren a Druk meerdere keren op tot de gewenste methode voor het afnemen van monsters knippert. • : Afname alle monsters : Afnames op patiënt-id-nummer : Afname op meetnummer b Druk op • Als is geselecteerd, verschijnt het [Selectiescherm type meetresultaat].
  • Pagina 78 GEHEUGEN (meetresultaten opnieuw afdrukken en opnieuw verzenden) 10 Het type zoekresultaat selecteren a Druk meerdere keren op tot het gewenste type meetresultaat knippert. • : alle meetresultaten : Meetresultaten van normale monsters : Meetresultaten van abnormale monsters REFERENTIE: Verschillende schermen verschijnen, afhankelijk van de methode voor het uitpakken van de monstergegevens, geselecteerd in stap 7.
  • Pagina 79 Hoofdstuk 3 Overige bediening DATUM (de datum en tijd instellen) Gebruik het menu DATUM om de datum en tijd in te stellen. Na het instellen van de datum en tijd, hoeft u dit pas in te stellen na een lange gebruiksperiode wanneer een afwijking kan aangeven dat deze instelling opnieuw moet gebeuren.
  • Pagina 80 DATUM (de datum en tijd instellen) De tijd instellen a Gebruik om de knipperende indicator te verplaatsen en gebruik de cijfertoetsen om de huidige tijd in te voeren. • Uur of minuut dat kan worden ingevoerd, knippert. b Druk op •...
  • Pagina 81 Hoofdstuk 3 Overige bediening LIJST (een lijst van abnormale meetresultaten afdrukken) Gebruik het menu LIJST om een lijst van meetresultaten af te drukken, samen met foutmarkeringen van het “*” en markeringen van meetfouten “?”, uitgepakt van de records van max. 520 monsters die in het systeem zijn opgeslagen. Zie “2.5.
  • Pagina 82 LIJST (een lijst van abnormale meetresultaten afdrukken) Het instellingsmenu LIJST afsluiten a Druk op • Het stand-by scherm wordt weergegeven. AE-4020 3-13...
  • Pagina 83 Hoofdstuk 3 Overige bediening STRIP (het type teststrip selecteren) Gebruik het menu STRIP om het type teststrip te selecteren dat u wilt gebruiken in elke meetmodus. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd keert het display terug naar het [Menuscherm].
  • Pagina 84 STRIP (het type teststrip selecteren) De te gebruiken teststrip selecteren a Gebruik om het type teststrip dat moet worden gebruikt in de huidige meetmodus, te selecteren. b Druk op • Het type teststrip wordt bevestigd, en het display keert terug naar het [Menuscherm].
  • Pagina 85 Hoofdstuk 3 Overige bediening SETUP (gebruikersinstellingen) Gebruik het menu SETUP om gedetailleerde voorwaarden in te stellen voor metingen, afdrukken en externe uitvoer. Om de instellingen voor een specifiek item te wijzigen, voert u het gewenste itemnummer voor de gebruikersinstelling in via het [Invoerscherm itemnummer] om het instellingsscherm voor dat specifieke item op te roepen. 3.7.1 Werking van gebruikersinstellingen Het volgende beschrijft de methode voor het invoeren van gebruikersinstellingen.
  • Pagina 86 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.2 Lijst van instelbare items De details voor elk itemnummer zijn als volgt. Nummer Item Omschrijving Standaard- waarde pagina No.000 Afdrukken van itemnummers Druk het itemnummer van de parameter, het – 3-18 van de parameter parameteritem, het opgegeven bereik of het geselecteerde item af.
  • Pagina 87 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.3 Nr.000: Afdrukken van itemnummers van de parameter Gebruik dit submenu-item om parameteritemnummers, parameteritems, opgegeven bereiken of geselecteerde items af te drukken. Raadpleeg het afgedrukte materiaal om de gebruikersinstellingen te wijzigen. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 88 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.4 Nr.001: Parameters afdrukken Gebruik dit submenu om de huidige instellingen af te drukken voor elk parameteritemnummer als u ze moet controleren. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 89 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.5 Nr.002: Type teststrip Gebruik dit submenu om het type teststrip te selecteren voor elke meetmodus. De opeenvolging van meetmodi wanneer u deze instellingen opgeeft, is “Normale meting”, “STAT-meting” en “Controlemeting”. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 90 SETUP (gebruikersinstellingen) Het type teststrip selecteren dat moet worden gebruikt in de modus Controlemeting a Druk op om het gewenste type teststrip dat moet worden gebruikt in modus Controlemeting weer te geven. b Druk op • Het type teststrip dat wordt gebruikt in de modus Controlemeting wordt gecontroleerd en het display keert terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 91 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.6 Nr.003: Opmaak meetresultaten Gebruik dit submenu om een meetresultaatformaat te selecteren voor elke meetmodus, namelijk “semikwantitatieve waarde” of “reflectie”. De opeenvolging van meetmodi wanneer u deze instellingen opgeeft, is “Normale meting”, “STAT-meting” en “Controlemeting”. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 92 SETUP (gebruikersinstellingen) De opmaak van de meetresultaten selecteren voor de modus STAT-meting a Selecteer de opmaak van de meetresultaten voor de modus Proefmeting met de cijfertoetsen. b Druk op • De opmaak van de meetresultaten voor de modus wordt gecontroleerd en het [Instellingsscherm opmaak meetresultaat] voor de modus STAT-meting, verschijnt.
  • Pagina 93 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.7 Nr.004: Plaatsingsrichting voor teststrips Gebruik dit submenu om de richting te selecteren voor het plaatsen van de teststrips op de teststriplade. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 94 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.8 Nr.005: Werkingsmodus bij inschakeling Gebruik dit submenu om de werkingsmodus in te stellen wanneer het instrument wordt ingeschakeld. Bekijk de uitleg over de werkingsmodi in de “ Werkingsmodus” op pagina 2-3. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 95 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.9 Nr.006: Geluidssignaal aan/uit Gebruik dit submenu om te selecteren of het geluidssignaal dat de timing voor het dompelen van de teststrips tijdens het meten aangeeft, moet worden weergegeven. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 96 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.10 Nr.007: Afdrukken van abnormaliteitsmarkeringen Gebruik dit submenu om te kiezen of de abnormale markeringen moeten worden afgedrukt/uitgevoerd (de abnormale markering “*” of de abnormale kleurmarkering “!”) met de meetresultaten wanneer abnormale waarden worden gedetecteerd in monsters. De abnormale kleurmarkering zal alleen afdrukken met de items KET, BIL en URO wanneer de meetresultaten abnormaal zijn.
  • Pagina 97 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.11 Nr.008: Initialisatie van meetnummer bij inschakeling Gebruik dit submenu om op te geven of het meetnummer wordt geïnitialiseerd wanneer het instrument wordt ingeschakeld. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 98 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.12 Nr.009: Printergebruik Gebruik dit submenu om op te geven of de ingebouwde printer moet worden gebruikt. De meetresultaten die zijn opgeslagen in het geheugen, kunnen worden afgedrukt met de functie Opnieuw afdrukken, zelfs als de ingebouwde printer UIT is gezet. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug...
  • Pagina 99 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.13 Nr.010: Aantal af te drukken vellen Gebruik dit submenu om het aantal vellen in te stellen dat wordt gebruikt voor het afdrukken van de meetresultaten. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 100 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.14 Nr.011: Aantal regeleinden Gebruik dit submenu om het aantal regeleinden dat moet worden gemaakt, in te stellen tussen twee afgedrukte meetresultaten. Deze instelling past de laagste marge aan (het aantal regeleinden tussen de laatste lijn en de afsluitingslijn).
  • Pagina 101 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.15 Nr.012: Extra gegevens Gebruik dit submenu om aanvullende af te drukken gegevens op te geven met de meetresultaten. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 102 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.16 Nr.013: Externe uitvoer aan/uit Gebruik dit submenu om op te geven of de meetresultaten moeten worden uitgevoerd naar een extern apparaat. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 103 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.17 Nr.014: Bereikinstelling streepjescode-uitvoer Voordat u de optionele handheld barcodelezer gebruikt, stelt u “het eerste te lezen cijfer” en “het aantal te lezen cijfers” in. De handheld barcodelezer die is ontworpen voor dit instrument kan 32-cijferige barcodes lezen, maar kan slechts maximaal 13 cijfers opslaan of uitvoeren.
  • Pagina 104 SETUP (gebruikersinstellingen) Het menu SETUP afsluiten a Druk tweemaal op • Het stand-by scherm wordt weergegeven. AE-4020 3-35...
  • Pagina 105 Hoofdstuk 3 Overige bediening 3.7.18 Nr.090: Afdrukken van problemenlijst Gebruik dit submenu om de probleemgeschiedenis af te drukken als een lijst. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 106 SETUP (gebruikersinstellingen) 3.7.19 Nr.099: Parameters initialiseren Dit submenu wordt gebruikt om de parameterinstellingen terug te zetten naar hun standaardwaarden. De standaardwaarden voor de parameters worden weergegeven in “3.7.2. Lijst van instelbare items” op pagina 3-17. REFERENTIE: Als u op drukt tijdens de werking of invoer, wordt de huidige instelling geannuleerd en keert het display terug naar het [Invoerscherm itemnummer].
  • Pagina 107 Hoofdstuk 3 Overige bediening AE-4020 3-38...
  • Pagina 108 Onderhoud Hoofdstuk 4 Dagelijks onderhoud ..................4-2 4.1.1. De doseerder reinigen ..................4-2 4.1.2. De afvalbak reinigen..................4-10 4.1.3. Desinfectie.......................4-11 Het thermische papier vervangen ............. 4-12 Onderhoud van het instrument wanneer het niet wordt gebruikt gedurende een langere periode ..................4-15 AE-4020...
  • Pagina 109 Hoofdstuk 4 Onderhoud Dagelijks onderhoud Aan het einde van elke werkdag, zet u het instrument UIT en reinigt u de doseerder en de afvalbak. 4.1.1 De doseerder reinigen Resten van monsters verzamelen zich vaak op de teststriplade, de draagarm, de zuigpoorten en het invoermechanisme voor de teststrips, omdat deze onderdelen de teststrips dragen.
  • Pagina 110 Dagelijks onderhoud De draagarm losmaken a Trek aan de draagarm tot u een klik hoort ((1) in de afbeelding Draagarm rechts) en til deze op om de arm te verwijderen ((2) in de afbeelding rechts). Open het onderhoudsdeksel a Houd de twee knoppen, één aan elke zijde van het instrument, voor het openen van het deksel ingedrukt ((1) in de afbeelding rechts) om het onderhoudsdeksel ((2) in de afbeelding rechts) te openen.
  • Pagina 111 Hoofdstuk 4 Onderhoud De draagarm steriliseren en reinigen a Steriliseer de draagarm met alcohol en was deze vervolgens met water voor het verwijderen van eventueel aanwezig vuil. Uitsteeksels OPMERKING: Veeg en reinig de uitsteeksels in de afbeelding rechts grondig. Vuil dat op de uitsteeksels achterblijft, kan het soepel invoeren van teststrips hinderen.
  • Pagina 112 Dagelijks onderhoud De toevoerlade voor de teststrip losmaken a Schuif de toevoerlade voor de teststrip naar de voorkant ((1) in Toevoerlade teststrip de afbeelding rechts) en til deze op om de lade los te maken ((2) in de afbeelding rechts). De toevoerhendel losmaken a Schuif de witte hendel in het midden naar voor.
  • Pagina 113 Hoofdstuk 4 Onderhoud Reinig de teststriplade, zuigpoorten, teststripinvoerlade en invoerslede. a Was de teststriplade, zuigpoorten, teststripinvoerlade en Toevoerlade teststrip invoerslede met water om eventueel aanwezig vuil te Teststriplade verwijderen. OPMERKING:  Zorg dat u de teststriplade, zuigpoorten, toevoerlade voor de teststrip of de toevoerhendel niet krast of beschadigt. Elke kras of schade kan een vlotte toevoer van de teststrips verhinderen.
  • Pagina 114 Dagelijks onderhoud 11 De toevoerhendel vastmaken a Plaats de invoerslede in het apparaat. Positioneringspin Lijn de invoerslede uit met de twee positioneringspennen. b Schuif de hendel in het midden naar achter tot deze hoorbaar op zijn plaats klikt. OPMERKING: Wanneer u de hendel schuift, mag u er niet op duwen of overmatige kracht uitoefenen waardoor er vervorming van de onderdelen kan optreden en de vlotte toevoer van teststrips kan worden verhinderd.
  • Pagina 115 Hoofdstuk 4 Onderhoud 13 De zuigpoorten vastmaken aan de teststriplade a Duw de zuigpoorten recht in de teststriplade, tot deze tegen de bodem van de lade aan komen (tot de uitsteeksels aan beide kanten niet meer zichtbaar zijn). OPMERKING: Als de zuigpoorten niet correct in contact zijn met de onderkant van de teststriplade, wordt de teststrip mogelijk niet correct vervoerd, wat kan leiden tot het vastlopen van de strip of een ander probleem.
  • Pagina 116 Dagelijks onderhoud 16 Het onderhoudsdeksel sluiten a Sluit het onderhoudsdeksel tot het vastklikt. 17 De draagarm vastmaken a Stop de draagarm in de beugel tot u een klik hoort. OPMERKING: Stop de draagarm rechtop in de beugel. Zorg ervoor dat de draagarm niet scheef tegen de houder zit.
  • Pagina 117 Hoofdstuk 4 Onderhoud 4.1.2 De afvalbak reinigen De afvalbak is vol na ongeveer 100 metingen. Gooi de gebruikte teststrips weg en steriliseer en reinig de afvalbak.  Draag beschermende handschoenen ter voorkoming van blootstelling aan pathogene micro-organismen.  Voer gebruikte teststrips af volgens de plaatselijke regelgeving voor biologisch gevaarlijk afval.
  • Pagina 118 Dagelijks onderhoud Breng de afvalbak aan. a Breng de afvalbak aan op het apparaat. OPMERKING: Wanneer u de afvalbak aan het apparaat bevestigt, mag u geen papieren tissues (Kleenex) of iets anders spreiden op de bodem van de bak. Dit kan later problemen geven bij het afvoeren van het afval.
  • Pagina 119 Hoofdstuk 4 Onderhoud Het thermische papier vervangen Als er aan beide kanten van het thermische papier een rode lijn verschijnt, is het bijna op. Vervang de oprakende papierrol door een nieuwe, voordat deze op is. Een nieuwe rol thermisch papier kan worden gebruikt voor ongeveer 450 metingen.
  • Pagina 120 Het thermische papier vervangen OPMERKING: Als u het thermische papier volledig uit de printer hebt verwijderd, wordt dat in het scherm rechts weergegeven en klinkt er gedurende ongeveer 1 minuut een continu geluidssignaal. Het alarm kan worden gestopt door te drukken op Een nieuwe rol thermisch papier voorbereiden a Knip de eerste (buitenste) laag van een nieuwe rol thermisch...
  • Pagina 121 Hoofdstuk 4 Onderhoud Het printerdeksel sluiten a Sluit het printerpaneel. Printerklep AE-4020 4-14...
  • Pagina 122 Onderhoud van het instrument wanneer het niet wordt gebruikt gedurende een langere periode Onderhoud van het instrument wanneer het niet wordt gebruikt gedurende een langere periode Als het instrument gedurende meer dan een week niet zal worden gebruikt, moet u het onderhouden door de onderstaande procedures te volgen.
  • Pagina 123 Hoofdstuk 4 Onderhoud Het instrument loskoppelen a Trek de stroomkabel uit het stopcontact. Stopcontact Netsnoer AE-4020 4-16...
  • Pagina 124 Probleemoplossing Hoofdstuk 5 Waarschuwingen ..................5-2 Foutmeldingen ....................5-3 Storingsmeldingen ..................5-5 AE-4020...
  • Pagina 125 W005 Verkeerde teststrip Er is een andere teststrip gebruikt Gebruik alleen teststrips van dan is aangegeven. ARKRAY die voor de AUTION ELEVEN zijn ontworpen. W006 Transportfout De teststrip is wellicht niet goed • Reinig de teststriplade en de getransporteerd.
  • Pagina 126 Foutmeldingen Foutmeldingen Fouten kunnen optreden als u het instrument verkeerd bedient of als u tijdens het normaal werken met het instrument een fout maakt. Als er een fout optreedt, wordt er een foutmelding op het scherm weergegeven en hoort u gedurende ongeveer 1 minuut een alarmsignaal (pi-pi-pi-pi).
  • Pagina 127 Hoofdstuk 5 Probleemoplossing Melding Fout Mogelijke oorzaak Maatregelen E008 Fout sensor voor • Er is een teststrip geplaatst terwijl • Verwijder de teststrip. automatisch starten de draagarm naar de zuigpoorten • Reinig de detector. aan het bewegen was. • Als er niets afwijkends is en de fout •...
  • Pagina 128 Storingsmeldingen Storingsmeldingen Storingsmeldingen worden weergegeven als het instrument zelf een storing ondervindt en moet stoppen. Als er een storing wordt gedetecteerd, wordt er een melding op het scherm weergegeven, zoals in de onderstaande afbeelding. Er wordt gedurende ongeveer 1 minuut een alarmsignaal weergegeven. Annuleer de alarmmelding door op te drukken.
  • Pagina 129 Hoofdstuk 5 Probleemoplossing Melding Omschrijving Mogelijke oorzaak Maatregelen XX XXXX XXXX XXXX Onbekende storing Storing opgetreden door onbekende Noteer de weergegeven details, oorzaak. (Het bericht varieert schakel het instrument uit en neem afhankelijk van de opgetreden contact op met de plaatselijke storing.) distributeur.
  • Pagina 130 Storingsmeldingen Bericht Omschrijving Mogelijke oorzaak Maatregelen T132 A/D-overflow • De witte plaat is vuil of er is een • Schakel het instrument UIT en open storing opgetreden in het het onderhoudspaneel. T133 Boven A/D-bereik fotometrische gedeelte. • Als de witte plaat vuil is, reinigt u T134 Onder A/D-bereik •...
  • Pagina 131 Hoofdstuk 5 Probleemoplossing AE-4020...
  • Pagina 132 Bijlage Hoofdstuk 6 Specificatie externe uitvoer ................. 6-2 Prestatiekenmerken ..................6-4 6.2.1. Analytische prestaties ..................6-4 6.2.2. Klinische prestaties ...................6-4 AE-4020...
  • Pagina 133 Hoofdstuk 6 Bijlage Specificatie externe uitvoer • Externe uitvoer: Bit seriële uitgang, RS-232C seriële interface • Communicatiesysteem: Asynchrone communicatie • Tekenstructuur: (1) Standaardformaat Tekenlengte: 10 bits Startbit: 1 bit Gegevensbits: 8 bits (ASCII-code) Pariteitsbit: Geen Stopbit: 1 bit (2) AM/AJ/AX compatibel formaat Tekenlengte: 11 bits Startbit: 1 bit Gegevensbits: 7 bits (ASCII-code)
  • Pagina 134 Specificatie externe uitvoer  Aansluitschema <Het externe apparaat heeft een 9-pins connector> Instrument Extern apparaat 1. FGND 1. FGND 2. RXD 2. RXD 3. TXD 3. TXD 4. DTR 4. DTR 5. SG 5. SG 6. DSR 6. DSR 7. RTS 7.
  • Pagina 135 6.2.2 Klinische prestaties In het AUTION ELEVEN AE-4020 systeem worden de meetresultaten van pH, creatinine and specifieke zwaartekracht gebruikt om te helpen bij de beoordeling van andere meetitems. Het meetresultaat van ALB wordt klinisch gebruikt met het resultaat van de berekening van de A/C-verhouding met CRE. Daarom worden Positieve procentuele overeenstemming, Negatieve procentuele overeenstemming, Totale procentuele overeenstemming over pH, creatinine, specifieke zwaartekracht en albumine niet beschreven.