Opnamen maken met door de camera
bepaalde instellingen
Laat de camera het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen
voor volledig automatische selectie van de optimale instellingen voor
specifieke scènes.
Houd er rekening mee dat in het begin de knop FUNC./SET en enkele
andere zijn uitgeschakeld. Dit is bedoeld om fouten te voorkomen terwijl
u leert om de camera te gebruiken (Easy Auto).
Opnamen maken in de Auto-modus
1
Schakel de camera in.
z
z
Druk op de ON/OFF-knop.
z
z
Het opstartscherm wordt weergegeven.
2
Richt de camera op het
onderwerp.
z
z
Richt de camera op het onderwerp.
Terwijl de camera de scène bepaalt,
maakt deze een licht klikkend geluid.
z
z
Rechtsboven in het scherm verschijnt
een scènepictogram
z
z
Kaders rond gedetecteerde onderwerpen
geven aan dat de camera daarop is
scherpgesteld.
Foto's
Films
(=
30).
3
Kies de compositie.
z
z
Om in te zoomen en het onderwerp
te vergroten, duwt u de zoomknop
naar [
duwt u de knop naar [
Zoombalk
(Op het scherm verschijnt de zoombalk,
die de zoompositie aangeeft.)
4
Maak de opname.
Foto's maken
Stel scherp.
z
z
Druk de ontspanknop half in. Nadat
is scherpgesteld hoort u tweemaal
een pieptoon en worden AF-kaders
weergegeven om aan te geven op
welke beeldgebieden is scherpgesteld.
z
z
Wanneer op meer dan één gebied
is scherpgesteld, worden meerdere
AF-kaders weergegeven.
] (telelens) en om uit te zoomen
] (groothoek).
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus
Andere
opnamestanden
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
27