Een optredende storing wordt ononderbroken gecontroleerd en indien mogelijk, een noodbedrijf of het re-
gelbedrijf hersteld.
Het storingsvrije pompbedrijf wordt hervat, zodra de oorzaak van de storing niet meer bestaat. Voorbeeld: De
regelmodule is weer afgekoeld.
Configuratiewaarschuwingen wijzen erop, dat een onvolledige of verkeerde configuratie de uitvoering van
een gewenste functie verhindert.
LET OP
Controleer of de analoge en digitale ingangen goed zijn geconfigureerd als de pomp ver-
keerd gedrag vertoont.
De invloed van storingen op SSM (verzamelstoringsmelding) en SBM (verzamelbedrijfsmelding) kan in hoofd-
stuk „Communicatie-interfaces: Instelling en functie [" 47]" worden nagelezen.
13.1
Diagnosehulpmiddelen
Om de foutanalyse te ondersteunen, biedt de pomp naast de foutindicaties extra hulp aan:
Diagnosehulp dient diagnose en onderhoud van elektronica en interfaces. Naast hydraulische en elektrische
overzichten wordt informatie over interfaces, apparaatinformatie en contactgegevens van de fabrikant
weergegeven.
Selecteer in het menu
13.2
Mechanische storingen zonder foutmeldingen
Storingen
Pomp draait niet.
Pomp draait niet.
Pomp maakt geluiden.
Pomp maakt geluiden.
Tab. 18: Storingen met externe storingsbronnen
13.3
Foutmeldingen
Weergave van een foutmelding op het grafische display
•
De statusaanduiding is rood ingekleurd.
•
Foutmelding, foutcode (E...), oorzaak en oplossing worden in tekstvorm beschreven.
Weergave van een foutmelding op het 7-segment led-display
•
Er wordt een foutcode (E...) weergegeven.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Stratos MAXO/-D/-Z • Ed.01/2023-02
„Diagnose en meetwaarden"
Oorzaken
Elektrische zekering defect.
Pomp heeft geen spanning.
Cavitatie door
onvoldoende toevoerdruk.
Oplossing
Zekeringen controleren.
Spanningsuitval verhelpen.
Systeemdruk binnen
het toegestane bereik
verhogen.
Opvoerhoogte-instelling
controleren, evt. lagere opvoerhoogte
instellen.
nl
57