•
Als er een lekstroom-veiligheidsschakelaar (RCD) wordt toegepast, wordt aanbevolen om een RCD-type A
(pulsstroomsensitief) te gebruiken. Daarbij controleren of de regels voor de coördinatie van elektrische
apparatuur in de elektrische installatie in acht worden genomen en de RCD hier indien nodig op aanpassen.
•
Houd rekening met een lekstroom per pomp Ieff ≤ 3,5 mA.
•
Aansluiten op laagspanningsnetten met 230 V. Bij aansluiting op IT-netwerken (Isolé Terre-aardingssys-
teem) altijd zorgen dat de spanning tussen de fases (L1-L2, L2-L3, L3-L1 ➜ Fig. 8) niet hoger wordt dan
230 V.
Bij een storing (aardsluiting) mag de spanning tussen de fase en PE niet hoger zijn dan 230 V.
•
Elektrische aansluiting via een vaste aansluitkabel met een connector of een meerpolige schakelaar met
ten minste 3 mm contactopeningsbreedte tot stand brengen (VDE 0700/deel 1).
•
De pomp kan via een onderbrekingsvrije spanningsvoorziening worden gevoed.
•
Bij het externe schakelen van de pomp een pulsering van de spanning (bijv. pulsbreedtemodulatie) deacti-
veren.
•
Het schakelen van de pomp via triacs/halfgeleiderrelais indien nodig controleren.
•
Bij uitschakeling met niet inbegrepen netrelais: Nominale stroom ≥ 10 A, nominale spanning 250 V AC.
Onafhankelijk van de nominale stroomopname van de pomp kunnen bij elke inschakeling van de span-
ningsvoorziening inschakelpieken tot 10 A optreden!
•
Rekening houden met schakelfrequentie:
- In-/uitschakelingen via netspanning ≤ 100/24 h
•
Verhoogd aantal in-/uitschakelingen ≤ 20/h (≤ 480/24 h) toegestaan bij gebruik van:
–
Digitale ingang met Ext. off-functie
–
Gewenste analoge waarde (0...10 V) met uitschakelfunctie
–
Schakelsignalen via communicatie-interfaces (bijv. CIF-module, Wilo Net of Bluetooth)
•
Ter bescherming tegen lekkagewater en voor trekontlasting aan de kabelschroefverbinding een aansluit-
kabel met voldoende buitendiameter gebruiken.
•
De kabels die zich in de buurt van de draadaansluiting bevinden, naar een afvoerlus leiden om het druip-
water te laten afvloeien.
•
Bij mediumtemperaturen boven 90 °C een warmtebestendige aansluitkabel gebruiken.
•
Aansluitkabel zo leggen, dat deze noch leiding noch pomp raakt.
Kabelvereisten
Klemmen zijn voorzien voor starre en flexibele geleiders met en zonder adereindhulzen.
Aansluiting
Netstekker
SSM
SBM
Digitale ingang 1 (DI 1)
Digitale ingang 2 (DI 2)
24 V uitgang
Analoge ingang 1 (AI 1)
Analoge ingang 2 (AI 2)
Bus Wilo Net
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Stratos MAXO/-D/-Z • Ed.01/2023-02
Kabeldoorsnede in mm
Min.
3x1,5
2x0,2
2x0,2
2x0,2
2x0,2
1x0,2
2x0,2
2x0,2
3x0,2
2
Kabeldoorsnede in mm
Max.
3x2,5
**
2x1,5 (1,0
)
**
2x1,5 (1,0
)
**
2x1,5 (1,0
)
**
2x1,5 (1,0
)
**
1x1,5 (1,0
)
**
2x1,5 (1,0
)
**
2x1,5 (1,0
)
**
3x1,5 (1,0
)
nl
2
Kabel
*
*
*
*
*
*
*
afgeschermd
35