Ingebruikname
Q
Verstuiver kiezen
Q
Verstuiver
Verstuiver 0,6 mm
Verstuiver 0,8 mm
Reinigingsverstuiver
Verstuiververlenging
Aan- / uitschakelen
Q
Inschakelen:
D ruk voor het gebruik van het elektrische ge-
reedschap op de AAN- / UIT-Schakelaar
en houd hem ingedrukt.
Uitschakelen:
L aat de AAN- / UIT-Schakelaar
elektrische gereedschap uit te schakelen.
Spuitproces
Q
1. Door de regelknop
2
spuitstraal instellen (zie afb. D). De straal is
correct ingesteld wanneer geen druppels ont-
staan en het spuitbeeld fijn en gelijkmatig is.
2. Schakel het apparaat niet in of uit boven een
te spuiten oppervlak, maar begin en beëindig
het spuitproces ca. 10 cm van het werkstuk ver-
wijderd.
OPMERKING: de afstand van de verstuiver tot
het werkstuk is afhankelijk van het spuitmateriaal
(ca. 20 tot 35 cm spuitafstand al naargelang
de spuitkegel en de gewenste materiaallaag).
G ebruik het apparaat alleen in horizontale
positie (zoals in afb. D).
B ereken telkens de optimale afstand tot het
spuitoppervlak door middel van een test.
B egin eerst op een grotere afstand.
All manuals and user guides at all-guides.com
Ingebruikname / Onderhoud en reiniging
Gebruik
alle verven, lakken
dikvloeibaar te spuiten
product
dunne, harde straal,
voor een punctuele rei-
niging van oppervlakken
spuiten naar boven of
beneden voor moeilijk
toegankelijke plaatsen
3
los om het
3
te verstellen, kunt u de
3. Spuit eerst hoeken of kleine versieringen met
korte spuitstoten.
Voer daarna het eigenlijke spuitproces uit.
4. Voer het spuitproces uit volgens afb. E - be-
weeg de verfspuit daarbij parallel aan het
oppervlak.
– niet zwenken
– beweeg de verfspuit met een gelijkblijvende
snelheid.
– breng het spuitmiddel zo dun mogelijk op.
– de verflaag / -lagen hebben een droogpau-
ze nodig, voordat u de volgende laag kruise-
lings kunt opbrengen (zie afb. F).
5. Spuit de beker
niet leeg - er ontstaan
7
druppels!
Onderhoud en reiniging
Q
Algemene opmerkingen:
1.
ook tijdens pauzes en werkzaamheden aan
het apparaat.
2. Spuit na ieder gebruik verdunner (alleen in
de open lucht - gevaar voor explosie!)
resp. water door het apparaat.
3. Spuit het apparaat na de reiniging door met
naaimachineolie om het tegen corrosie te
beschermen.
4.
VAAR DOOR ELEKTRIScHE ScHOKKEN!
Dompel het apparaat nooit onder reinigings-
middel.
5. Het apparaat mag niet worden gereinigd met
brandbare oplosmiddelen.
6. Gebruik een droge doek voor de reiniging van
de behuizing. Gebruik nooit benzine, oplos-
middelen of reinigingsmiddelen die kunststof
aantasten.
Reinigingsinstructies:
1. Draai de vastzetschroef
2. Neem de pompbehuizing
3. Schroef het mondstuk
zuig- / drukklep
.
9
4. Verwijder de pompzuiger
de pompbehuizing
10
Trek de netsteker
LEVENSGE-
eraf, zie afb. A.
1
naar beneden weg.
10
eraf en verwijder de
8
en de veer
uit
4
5
.
NL
21