Inbouw Green Switch SCS PIR+US
(*) Fysieke configuratie
De parameters van de sensor worden gedefinieerd door 6 zittingen van de configurator en de functies zijn afhankelijk van de werkwijzen:
Lokale: A = 1 – 9
Lichtpunt: PL = 1 – 9
Modus: M = 0 – 4
Bschikbare functies
De sensor controleert de lichtunit waarvan het adres in A en PL is gedefinieerd. Wanneer een aanwezigheid wordt gedetecteerd en de gemeten lichtsterkte lager dan
de geconfigureerde waarde is, schakelt het systeem de gespecificeerde lichtunit in en houdt deze ingeschakeld tot de periode, geconfigureerd met de configurator in
T (automatische wijze) is verstreken. De gevoeligheid van de PIR-bewegingssensor is met de configurator in S geconfigureerd. Om correct te kunnen werken, moet
de gevoeligheid van de lichtsensor met de configurator in D worden geconfigureerd. Als een gebruiker handmatig de lichten uitschakelt met een controlehandeling,
wordt de aanwezigheidssensor gedeactiveerd tot gedurende een periode gedefinieerd door T een aanwezigheid wordt gedetecteerd.
In deze wijze functioneert de sensor uitsluitend op basis van de lichtomstandigheden en is de bewegingssensor gedeactiveerd. Wanneer de lichtsterkte tot onder
de geconfigureerde grenswaarde daalt, schakelt het systeem de lichtunit in en schakelt deze vervolgens weer uit wanneer de lichtsterkte de geconfigureerde
grenswaarde overschrijdt (automatische wijze).
Configureer A = 1 - 9 en PL = 1 - 9, de configuratoren GEN, AMB en GR kunnen niet worden ingevoerd. In deze wijze zijn de configuratoren S en T niet ingevoerd.
In deze wijze beheert de sensor de lichten niet direct, maar verzendt deze de signalen van de beweging en lichtsterkte naar de scenarioprogrammer MH200N. In
dit geval wordt het adres van de sensor in A en PL ingevoerd en moet deze uniek zijn in het hele systeem. Daarom kunnen de configuratoren GEN, AMB en GR niet
worden ingevoerd. In deze wijze zijn de configuratoren S en T niet ingevoerd omdat de parameters direct door de scenarioprogrammer worden beheerd.
In deze wijze beheert het systeem direct de lichten en behoudt een constante lichtsterkte in de ruimte (deze wijze werkt uitsluitend als de sensor een dimmer
aanstuurt). Het systeem schakelt de lichten in wanneer een aanwezigheid wordt gedetecteerd en houdt deze ingeschakeld naar aanleiding van de aanwezigheid van
personen en de geconfigureerde grenswaarde van de lichtsterkte (automatische modus).
Wanneer een aanwezigheid wordt gedetecteerd en de gemeten lichtsterkte lager dan de geconfigureerde grenswaarde is, schakelt de sensor de gespecificeerde
lichtunit in en houdt deze ingeschakeld tot de periode, geconfigureerd met de configurator in T is verstreken. Tijdens de werking houdt de sensor een constante
lichtsterkte naar aanleiding van de configurator in D. Bijvoorbeeld, de sensor verlaagt de lichtsterkte van de gecontroleerde lichtunit wanneer de lichtsterkte van
het natuurlijke licht toeneemt. Om correct te kunnen werken, moet de grenswaarde voor de gevoeligheid van de lichtsterkte van de sensor met de configurator
in D zijn geconfigureerd. De grenswaarde kan met een controle van de lichtsterkte worden gewijzigd. De sensor configureert deze nieuwe waarde als een nieuwe
grenswaarde, tot de volgende activering plaatsvindt.
In deze wijze werkt de sensor uitsluitend naar aanleiding van de lichtsterkte en beheert deze direct een lichtunit om een constante lichtsterkte in de ruimte te
behouden (deze wijze werkt uitsluitend als de sensor een dimmer aanstuurt). De aanwezigheidssensor is gedeactiveerd. De lichten worden handmatig ingeschakeld
en automatisch door de sensor uitgeschakeld naar aanleiding van de geconfigureerde grenswaarde lichtsterkte (eco-modus). Wanneer de lichten uitgeschakeld
zijn, schakelt de sensor deze niet in en wacht tot een gebruiker ze met de hand inschakelt. Tijdens de werking behoudt de sensor een constante lichtsterkte naar
aanleiding van de configurator die in D is aangebracht-. Bijvoorbeeld, wanneer de lichtsterkte van het natuurlijke licht toeneemt, verlaagt de sensor de lichtsterkte
van de gecontroleerde lichtunit.
Wanneer de lichten uitgeschakeld zijn en de lichtsterkte van het natuurlijke licht afneemt, schakelt de sensor deze niet in en wacht tot een gebruiker ze met de hand
inschakelt. Om correct te kunnen werken, moet de grenswaarde voor de gevoeligheid van de lichtsterkte van de sensor met de configurator in D zijn geconfigureerd.
De grenswaarde kan met een controle van de lichtsterkte worden gewijzigd. De sensor configureert deze nieuwe waarde als een nieuwe grenswaarde, tot de
volgende activering plaatsvindt.
Opgelet: om de scenario's via de scenarioprogrammer MH200N naar aanleiding van de signalen van de sensor te kunnen beheren, moet de sensor in wijze 2 zijn geconfigureerd.
1) Duur van de lichttimer afhankelijk van de configurator in T:
Configurator in T
Configurator ontbreekt
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Lichttimer in minuten
15
0,5
1
2
5
10
15
20
30
40
ST-00001844-
AM5658 - HD/HC/HS4658 - L/N/NT4658N - YW/YD/YG4658
Gevoeligheid van de bewegingssensor: S = 0 – 3
Controletimer: T = 0 – 9
Gevoeligheid van de lichtsensor: D = 0 – 5
Opgelet: de adressen A = 0 en PL = 0 bestaan niet
2) Gevoeligheid van de PIR-bewegingssensor afhankelijk van de
configurator in S:
Configurator in S
Configurator ontbreekt
1
2
3
3) Gevoeligheid van de lichtsensor afhankelijk van de configurator in D:
Configurator in D
Configurator ontbreekt
1
2
3
4
5
NL
12/08/2024
574048 - 574098 - 067226 - 078486
AC5220MW - AC5220MB
Wijze
configurator
Gevoeligheid
Laag
Gemiddeld
Hoog
Zeer hoog
Gevoeligheid in lux
300
20
100
300
500
1000
0
1
2
3
4
5