1. Het 'TEMP/HYGRO OUT' deel vertoont de buitentemperatuur en
buitenvochtigheid van één van de drie thermohygro-sensors.
Gebruik de kanaaltoets om te verspringen tussen sensor 1, 2 en 3
(sensors zijn naar keuze verkrijgbaar bij uw winkelier).
2. MIN/MAX-functie, door op de min/max toets te drukken geeft het
LCD-scherm achtereenvolgens weer:
•
Maximum buitentemperatuur
•
Minimum buitentemperatuur
•
Maximum buitenvochtigheid
•
Minimum buitenvochtigheid
•
Maximum binnentemperatuur
•
Minimum binnentemperatuur
•
Maximum binnenvochtigheid
•
Minimum binnenvochtigheid
Bij weergave van elke maximum respectievelijk minimum uitslag
gaan het tijdstip en de datum waarop de registratie werd ontvangen
knipperen. Het scherm keer na 15 seconden automatisch terug naar
de normale bedieningsstand.
3. Het 'hoge frequentie'-symbool verschijnt elke keer als de sensor
nieuwe gegevens naar het weerstation verzendt.
4. De kanaal 1, 2 en 3 symbolen staan voor de respectievelijke sensor
waarvan de gegevens op dat moment op het LCD-scherm worden
vertoont. Er kunnen niet meer gegevens worden afgelezen dan van
één enkel kanaal. Met de kanaaltoets kan tussen de verschillende
sensors gewisseld worden.
5. De stormindicator (windzak-symbool) werkt in twee fasen en
verschijnt wanneer er een storm of slecht weer op komst zijn. De
eerste fase is matige wind, waarbij luchtdruk daalt met meer dan
4hPa binnen een periode van 6 uur, of als de luchtdruk daalt tot
beneden 995hPa hangt de windzak enigszins los van de mast. De
tweede fase is een indicatie van sterke wind en mogelijk stormachtig
weer, waarbij de windzak horizontaal op de mast staat. Het hevige
stormsignaal verschijnt wanneer de luchtdruk in een periode van 4
uur met meer dan 5hPa daalt, of als de luchtdruk daalt tot onder
990hPa. De matige stormindicator verdwijnt wanneer de luchtdruk
gestegen is met 1 hPa of als de luchtdruk stijgt tot meer dan 995hPa.
De hevige stormindicator verdwijnt wanneer de luchtdruk met 1hPa
stijgt, of als de luchtdruk tot meer dan 990hPa stijgt.
6. De elektronische barometer voorspelt het weer aan de hand van drie
weerplaatjes: regen, bewolkt en zonnig. Deze eigenschap maakt het
mogelijk dit instrument te gebruiken als een analoge barometer om
gemakkelijk te kunnen nagaan wanneer zich een perioden van hoge
luchtdruk (boven 1013 hPa) voordoet, of een periode van lage
luchtdruk (onder 1013 hPa). De cirkel met rondjes rondom het
staafdiagram van de luchtdruk is een diagram dat de luchtdruk
voorspelt: naar rechts in de richting van de klok voor toenemende
luchtdruk, naar links tegen de klok in voor afnemende luchtdruk. Elk
rondje representeert 1.5 hPa bij een standaard luchtdruk van 1013
hPa. Boven de nulstand in het midden staat een wolk-symbool.
Omwille van de accuraatheid van de meetresultaten dienen de
eerste weersverwachtingen genegeerd te worden, totdat het toestel
tenminste 24 uur achtereen heeft gefunctioneerd, zodat het
voldoende tijd heeft gehad op constante hoogte metingen van de
luchtdruk te verrichten. Hoe hoger de luchtdruk, hoe meer rondjes er
verschijnen en hoe beter het weer verwacht wordt te zullen zijn. Hoe
lager de luchtdruk, hoe minder rondjes er verschijnen, wat betekent
dat het weer verwacht wordt te zullen verslechteren. De weerplaatjes
dienen als referentiepunt voor het cirkeldiagram van de barometer
die rond het hoofddiagram van de luchtdruk loopt. Voor het beste
resultaat en de meest accurate metingen dient het toestel constant
op het bevestigde punt te functioneren. Zoals altijd bij weervoor-
spellen is het onmogelijk absolute accuraatheid te garanderen, maar
krijgt de gebruiker toch een indicatie van het te verwachten weer.
7. Weerverleden is een unieke functie die het mogelijk maakt een
periode te kiezen tijdens welke ten hoogste 200 combinaties van
weergegevens worden geregistreerd. Een dataset bestaat uit de
buitentemperatuur, buitenvochtigheid, binnentemperatuur, binnen-
vochtigheid, luchtdruk en de tijd en datum tijdens welke deze
waarden werden geregistreerd. Van de buitengegevens worden
enkel de gegevens van sensor 1 beschouwing genomen. Wanneer
de functie weerverleden wordt gebruikt, verandert ook het cirkel-
diagram voor de weersvoorspelling. Druk op de 'history' toets om de
gegevens terug op te roepen en gebruik dan de '+' of '–' toetsen om
vooruit of achteruit te gaan, ofwel druk de '+' of '–' toetsen in om de
data snel voorwaarts of achterwaarts te doorlopen. Voor het instellen