Belangrijk:
Tijdens het opstarten is het voor het plaatsen en bevestigen van de
sensors van belang te onderscheiden welke sensor respectievelijk
'sensor 1', 'sensor 2' en 'sensor 3' zijn. Door de sensors aldus te
identificeren kan de gebruiker de sensors op de gewenste locaties
plaatsen. Als bijvoorbeeld 'sensor 1' buitenshuis, 'sensor 2' in de garage
en 'sensor 3' in de plantenkas wordt aangebracht, dan weet men als de
uitslagen op het LCD-scherm van de ontvanger worden afgelezen welk
kanaal correspondeert met welke locatie van een sensor.
Het is belangrijk te onderscheiden welk toestel 'sensor 1' is, omdat deze
sensor gebruikt wordt voor meting van sneeuwval wanneer het
temperatuursniveau onder 0°C valt en deze sensor dus buiten moet
worden geplaatst. Let op dat deze functie enkel van toepassing is op de
eerst geactiveerde sensor en niet op de andere sensors, zelfs als deze
allen geactiveerd zijn voor gebruik.
Zodra alle sensorsignalen zijn ontvangen, begint de ontvanger het
DCF77 radiografische tijdsignaal te ontvangen. Als het tijdsignaal
ontvangen is geeft het LCD-scherm in het tijdsdeel automatisch de tijd
en datum weer.
6. Het weerstation gebruiken:
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gegevens die op het scherm
van het weerstation verschijnen dienen te worden geïnterpreteerd. Voor
alle duidelijkheid worden hier alle delen van het LCD-scherm vertoond.
1
2
5
7
9
10
13
14
3
4
6
8
11
12
13