Pagina 1
Form No. 3359-823 Rev B Titan ® Z4800 Zero-turn maaiers Titan Z5200 Zero-turn maaiers ® Modelnr.: 74813—Serienr.: 280000001 en hoger Modelnr.: 74815—Serienr.: 280000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com. Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL)
Belangrijk attendeert u op bijzondere technische U kunt rechtstreeks contact opnemen met Toro via informatie en Opmerking duidt algemene informatie www.Toro.com voor informatie over producten en aan die bijzondere aandacht verdient.
Veiligheid Aanbevolen onderhoudsschema ......30 Procedures voorafgaande aan onderhoud....31 De stoel omhoog zetten........31 Instructies voor veilige Toegang tot de accu..........31 bediening van zitmaaiers Smering..............31 De lagers smeren ..........31 Deze machine voldoet ten minste aan de Europese Onderhoud motor..........
◊ onvoldoende grip van de wielen, • Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen ◊ te snel rijden, kunnen verzamelen. ◊ onjuist gebruik van de rem, • Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht. ◊...
• Zet de gashendel terug terwijl de motor uitloopt. Als • Gebruik altijd originele Toro onderdelen zodat de de machine met een brandstofafsluitklep is uitgerust, originele standaarden worden gehandhaafd.
Pagina 6
• Start nooit plotseling heuvelopwaarts op een helling, bij identieke machines volgens EN 836 en ISO 11201 want dit kan tot gevolg hebben dat de machine procedures. achteroverkiept. Geluidsniveau • Houd er rekening mee dat de wielen hun grip kunnen verliezen tijdens een afdaling. Als het Deze machine heeft een geluidsniveau van 105 dBA, gewicht wordt verplaatst naar de voorwielen, kunnen gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens...
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7009 1. Waarschuwing – Gebruik 2. Handen of voeten de maaimachine niet kunnen worden als de grasgeleider gesneden/geamputeerd, omhoog geklapt of...
Pagina 9
109-6035 Geleiding van drijfriem van maaidek 109-8759 1. Maaihoogte 109-6036 1. Lees de Gebruikershandleiding. 109-9120 2. Verwijder het sleuteltje uit het contact en lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te 1. Zekering 2. Diode voeren. 3. Maaihoogte. 109-6210 1.
Pagina 10
6. Snelheid van de machine 5. Lees de 10. Bevat lood; niet Gebruikershandleiding. weggooien. Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. 109-9182 1. Snelheid van de machine 4. Neutraalstand 2. Snel 5. Achteruit 3. Langzaam Symbolen op aftakas 1.
Pagina 11
109-6016 1. Lees de instructies alvorens service- of 4. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het maaidek voor instructies voor de verwijdering. onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 2. Tijdsinterval 5. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof en raadpleeg de gebruikershandleiding voor verdere instructies. 3.
Bedieningsorganen Zet de aftakasschakelaar op "UIT" om de maaimessen uit te schakelen. Schakelbord Opmerking: Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt. Figuur 6 Chokeknop De de choke wordt gebruikt om een koude motor te starten.
Duw de hendel naar voren en naar beneden om de rem • Zekeringen: Steekzekeringen, 25 A, 20 A en 15 A vrij te zetten. • Diode TVS Maaihoogtehendel Veiligheidssysteem Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen • De aftakas moet uitgeschakeld en de rem in werking en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel (Figuur 3).
• Armsteunen: Standaard–in hoogte verstelbare, met worden direct vanaf de motor aangedreven door één schuim gevoerde armsteunen die omhoog kunnen riem (met zelfspannende poelie). worden geklapt. • Maaidek Het volledig zwevende maaidek is bevestigd • Veiligheidsschakelaar van stoel: onderdeel van het aan een draagframe.
Wielbasis: (midden van zwenkwiel tot Gebruiksaanwijzing midden van aandrijfwiel) Opmerking: Bepaal vanuit de normale 122 cm maaidek 132 cm maaidek bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 124 cm 124 cm Veiligheid staat voorop Totale gewicht Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -stickers 122 cm maaidek 132 cm maaidek in het hoofdstuk Veilige bediening.
Onder bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zijn de dampen explosief. Brand of explosie kan brandwonden bij u of anderen en schade aan eigendommen veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste benzine opnemen.
Gebruik van stabilizer/conditioner Gebruik van stabilizer/conditioner in de machine biedt In bepaalde omstandigheden kan tijdens het de volgende voordelen: tanken statische elektriciteit worden ontladen • Houdt de benzine vers gedurende stalling van waardoor vonken ontstaan die benzinedampen 30 dagen of minder. Als u de machine langer tot ontbranding kunnen brengen.
Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. Figuur 8 Figuur 10 3. Benzinetank 1. Opening van benzinetank 2. Ongeveer tot hier vullen 1. Bedieningspaneel 4. Gas – LANGZAAM 2. Choke – aan 5.
Bediening van de maaimessen Met de aftakasschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool, schakelt u de aandrijving naar de maaimessen aan of uit. Deze schakelaar regelt het vermogen van werktuigen die worden aangedreven door de motor, zoals het maaidek en de maaibladen. De maaimessen inschakelen 1.
• de parkeerrem is uitgeschakeld en de bestuurder de Laat de motor weer lopen op een derde gas, stel de machine verlaat. rem in werking en beweeg de linker rijhendel naar binnen – de motormoet afslaan. • de aftakas is ingeschakeld en de bestuurder de machine verlaat.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, moet u de rijhendels in de neutraalstand zetten en naar buiten in de neutraalstand duwen, de aftakas uitschakelen, de gashendel tussen SNEL en halfgas zetten en het contactsleuteltje op UIT draaien. Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt.
Bestuurdersstoel instellen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen De positie van de stoel moet zo zijn dat u de machine als zij de machine verplaatsen of proberen te het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit. bedienen terwijl deze onbeheerd staat.
Machine met de hand duwen Raadpleeg de onderdelenhandleiding voor de onderdeelnummers van de veren en de Belangrijk: U moet de machine altijd met de bevestigingselementen. hand duwen. Slepen kan schade aan de machine veroorzaken. Rijhendels afstellen De machine duwen De hoogte instellen 1.
Gebruik van de machine 1. Zet de motor af, wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen, stel de Draai de omloopknop los, druk de vrijgavehendels naar parkeerrem in werking en haal het sleuteltje uit het voren en zet de knop weer vast om het aandrijfsysteem contact.
3. Uitsluitend voor modellen met 122 cm maaidek. 6. Zet de plaat vast aan het maaidek met twee Verwijder de drijfriemkappen aan de uitwerpkant rijtuigbouten (5/16 x 3/4 inch) en twee borgmoeren van de machine. Bewaar alle losse onderdelen. (5/16 inch). 7.
bouten om te voorkomen dat zand of andere kleine voorwerpen door het maaidek worden uitgeworpen. Maaimessen monteren Monteer de maaimessen met de bevestigingselementen die u eerder hebt verwijderd ; zie Onderhoud van de maaimessen in het hoofdstuk Onderhoud van het maaidek.
15 graden. Een steilere hoek kan ertoe leiden dat onderdelen van het maaidek blijven haken als de machine van de hellingbaan naar de aanhanger of de Als een machine wordt geladen op een vrachtwagen rolt. Steilere hoeken kunnen ook tot aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans gevolg hebben dat de machine achteroverkiept.
Pagina 29
Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit door even snel groeit. Om dezelfde maaihoogte te onmiddellijk vervangen door een origineel Toro mes. behouden, wat een goede gewoonte is, moet u in het Gebruik uitsluitend Toro messen voor deze machine.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure • Motorolie verversen. Na de eerste 5 bedrijfsuren Na de eerste 200 • Hydraulisch filter vervangen. bedrijfsuren • Veiligheidssysteem controleren. • Controleer het luchtfilter op vuile, losse of beschadigde onderdelen. • Controleer het oliepeil voordat u de motor start en daarna om de 8 bedrijfsuren. Bij elk gebruik of dagelijks •...
Procedures Smering voorafgaande aan De lagers smeren onderhoud Type vet: Nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden van NGLI-klasse. De stoel omhoog zetten Smeer de draaipunten van de voorste zwenkwielen en de wielen (Figuur 28). Zorg ervoor dat de rijhendels in de neutraalstand staan. Til de stoel naar voren totdat het sjortouw strak staat.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer het luchtfilter op vuile, losse of beschadigde onderdelen. Het luchtfilter van deze motor is voorzien van een vervangbaar papierelement met hoge dichtheid, dat is omgeven door een schuimelement. Controleer het luchtfilter dagelijks of voordat u de motor start.
Filterelement een onderhoudsbeurt 3. Schuif het filterelement voorzichtig van het geven papierelement af. Controleer het filterelement op beschadigingen of scheuren. Indien nodig Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsu- vervangen. ren—Filterelement een onder- 4. Klop voorzichtig op het papierelement om vuil te houdsbeurt geven (vaker in zeer verwijderen.
Figuur 31 Figuur 32 1. Oliepeilstok 3. Oliepeil Viscositeitsklassen 2. Vulbuis 5. Haal de peilstok eruit en controleer het oliepeil. SAE 30: 5 °C en hoger is geschikt voor alle Het oliepeil moet tot aan de "F"-markering op de gebruiksdoeleinden boven 5 °C. Bij gebruik beneden peilstok staan, maar niet hoger.
15. Giet langzaam olie bij totdat het oliepeil de VOL-markering bereikt. 16. Plaats de vuldop/peilstok weer stevig op zijn plaats. Onderhoud van de bougie Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij de kortste periode aan) Om de 500 bedrijfsuren Figuur 33 Verwijder de bougie, controleer de conditie ervan en stel de elektrodenafstand af indien dit nodig is;...
Onderhoud naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter. brandstofsysteem Belangrijk: Bougie nooit schoonmaken. Bougie altijd vervangen bij zwarte laag op de bougie, versleten elektroden, vettige laag op de bougie of scheuren. In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst 2.
Onderhoud elektrisch systeem Accu opladen Accu verwijderen Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel Figuur 37 kan ontstaan. 1. Brandstoftank 6. Slangklemmen •...
Voltage- Laadpercen- Maximale Oplaadinter- waarde tage instellingen van lader Als accukabels verkeerd worden verbonden, 12,0–12,2 25–50% 14,4 V / 4 A 2 uur kan dit schade aan de machine en de kabels 11,7–12,0 3 uur 0–25% 14,4 V / 4 A tot gevolg hebben en vonken veroorzaken.
Onderhoud Er is ook een vervangbare relais naast de zekering. Raadpleeg de onderdelenhandleiding voor de juiste aandrijfsysteem vervangingsonderdelen. Zekering Blok: Bandenspanning controleren • Hoofdleiding: 25 A steekzekering • Laadcircuit: 20 A steekzekering Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren/Maande- lijks (houd hierbij de kortste periode •...
Onderhoud hydraulisch 5. Verwijder de ontluchtingsplug op elke transmissie en vul vloeistof bij via de expansietank; als er vloeistof systeem naar buiten komt, plaatst u de ontluchtingsplug terug. Draai de bougie vast met een torsie van 20 Nm. Blijf bijvullen met vloeistof totdat het peil de VOL Peil van hydraulische vloeistof KOUD-streep op de expansietank bereikt.
Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit onmiddellijk vervangen door een origineel Toro mes. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben.
3. Bout en ring omstanders ernstig lichamelijk of dodelijk letsel 2. Ring kunnen oplopen. Monteer altijd originele Toro messen, ringen en mesbouten zoals wordt getoond. De maaimessen slijpen 1. Gebruik een vijl om de snijranden aan beide uiteinden van het mes te slijpen (Figuur 47). Houd...
Maaidek horizontaal stellen 8. Zet de maaihoogtehendel in stand van 76 mm. Plaats twee blokjes met een dikte van 6,35 cm onder de De maaimessen moeten in dwarsrichting horizontaal achterste rand van de maaikast; één blokje aan elke staan. Controleer de horizontale stand van het maaidek kant van het maaidek.
mes niet 1,6–7,9 mm lager staat dan de rand van het achterste mes, moet u het maaidek als volgt instellen. 2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 3. Beweeg de rijhendels naar buiten in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens...
Onderhoud drijfriem van bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de bestuurdersstoel te verlaten. maaidek 3. Plaats blokken onder het maaidek om dit te ondersteunen. Zet de maaihoogtehendel in de Riemen controleren laagste stand. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren 4. Verwijder de bevestigingselementen van de Controleer de riemen op scheuren, gerafelde randen, maaidekdrager en de hefarm van het maaidek op schroeiplekken of andere schade.
7. Trek de spanpoelie in de richting die wordt aangegeven en laat de riem over de spanpoelie lopen. 8. Monteer de drijfriemkappen op de buitenste assen. Maaidek monteren Maaidek 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de aftakas uit. 2.
Reiniging Opmerking: Als de maaimachine na één wasbeurt niet schoon is, moet u deze 30 minuten laten inweken. Herhaal daarna deze procedure. Onderkant van maaimachine 8. Laat de motor opnieuw één à drie minuten lopen om wassen het overtollig water te verwijderen. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Telkens nadat u de maaimachine heeft gebruikt, moet u Een gebroken of ontbrekende wasaansluiting...
Stalling D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. Reiniging en stalling E. Choke de motor. Start de motor en laat deze lopen totdat de motor niet meer start. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels naar buiten F.
Problemen, oorzaak en remedie Belangrijk: Het is belangrijk dat de veiligheidssystemen voor de bestuurder zijn aangesloten en in goede gebruiksconditie voordat u gaat maaien. Indien zich een probleem voordoet, mag u simpele oorzaken niet over het hoofd zien. Bijvoorbeeld: een startprobleem kan worden veroorzaakt door een lege brandstoftank. In de volgende tabel vindt een aantal van de meest voorkomende oorzaken van problemen.
Pagina 50
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie Motor levert te weinig vermogen. 1. Motor overbelast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Luchtfilter vuil. 2. Het luchtfilterelement reinigen of vervangen. 3. Oliepeil in carter te laag. 3. Het carter met olie vullen. 4. De koelribben en luchtkanalen voor de 4.
Pagina 51
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie Messen draaien niet. 1. Drijfriem versleten, los of gebroken. 1. Nieuwe drijfriem monteren. 2. Drijfriem van maaimes is van poelie af. 2. Drijfriem monteren en assen en riemgeleiders op juiste stand controleren. 3. Drijfriem van maaidek versleten, los of 3.
Pagina 56
Als u om een of andere reden ontevreden bent over de service van uw Distributeur of moeilijk informatie over de garantie kunt krijgen, verzoeken wij u contact op te nemen met de Toro-importeur. Als alle andere middelen tekortschieten, kunt u zich wenden tot de Toro Warranty Company.