Om het totale standtraject van de werkstandsensor
te bepalen, moeten de grenswaarden worden
geprogrammeerd.
De volgende bronnen kunnen voor de werkstand
worden gebruikt:
Sensor op de machine in achteraanbouw
Sensor op frame van een getrokken machine
Sensor op de tank in frontaanbouw
Sensorsignaal van ISOBUS
Afhankelijk van de uitrusting van de machine kunnen
verschillende schakelpunten worden gedefinieerd. De
schakelpunten leggen vast in welke stand van het
machineframe de dosering werkt of hoe ver de
zaaikouters op de wendakker worden opgetild.
1. In het menu "Instellingen" > "Machine" >
"Werkstand" kiezen.
Als elke doseerunit een eigen werkstand moet
2.
gebruiken:
"Synchrone werkstand" deactiveren
of
Als voor doseerunits dezelfde werkstand moet
worden gebruikt:
"Synchrone werkstand" activeren.
Als de synchrone werkstand is geactiveerd,
wordt een schakeltoestand 2 getoond. Als de
synchrone werkstand is gedeactiveerd, wordt de
schakeltoestand 1 aan het product toegekend.
3. Onder "Grenswaarden" verder met
MG7486-NL-NL | K.1 | 26.11.2024 | © AMAZONE
Werkstandsensor configureren
1
2
7 | Machine instellen
CMS-I-00004094
10.000
CMS-I-00011901
25