Bij machines met centrale doseerunits wordt het
doseerrolvolume voor alle rijen aangegeven.
4. Onder "Doseerwiel" het gewenste doseerwiel
selecteren
of
Onder "Doseerrollen" het gewenste
doseerrolvolume kiezen
of
In het keuzemenu hierboven "..." kiezen. Een
door de gebruiker gedefinieerd doseervolume
invoeren.
5. Verder met
Het kalibratieoppervlak komt overeen met het
oppervlak, waarvoor bij de kalibratie zaaigoed is
afgegeven.
6. Gewenste kalibratieoppervlak invoeren.
Met het kalibratietype wordt vastgelegd hoe de
kalibratie wordt gestart.
Om de kalibratie met de TwinTerminal uit te
7.
voeren:
als "Kalibratietype" TwinTerminal kiezen.
8. Verder met
.
9. Instellingen voor de kalibratie controleren.
OK
10. Invoer met
of
Om de invoer te corrigeren:
bedienen.
Om de machine voor het kalibreren voor te
11.
bereiden:
zie gebruiksaanwijzing van de machine.
MG7486-NL-NL | K.1 | 26.11.2024 | © AMAZONE
bevestigen
10 | Doseerunit kalibreren
Kalibreren met de TwinTerminal
KALIBREREN
Waarden contr. en evt. wijzigen.
Kalibratiefactor
Kalibratieoppervlak
Kalibratietype
ISOBUS- terminal
CMS-I-00000706
CMS-I-00004049
77