Problemen oplossen
WAARSCHUWING:
Voordat u een van de procedures uit dit onderdeel begint, volgt u de Veiligheidsinstructies.
Zelftest
Het beeldscherm beschikt over een zelftestfunctie waarmee u kunt controleren of het beeldscherm correct functioneert. Als het
beeldscherm en de computer correct zijn verbonden maar het beeldscherm donker blijft, voert u de zelftest uit via de volgende
stappen:
1. Schakel de computer en het beeldscherm uit.
2. Trek de videokabel uit de computer.
3. Schakel het beeldscherm in.
Als het beeldscherm geen videosignaal detecteert en correct functioneert, verschijnt de volgende melding:
OPMERKING:
Het bericht kan afwijken op basis van het verbonden ingangssignaal.
OPMERKING:
In de zelftestmodus blijft de aan/uitled wit.
4. Dit vak verschijnt ook als het systeem normaal functioneert wanneer de videokabel los of beschadigd raakt.
5. Schakel het beeldscherm uit en sluit de videokabel weer aan. Schakel vervolgens de computer en het beeldscherm weer in.
Als het beeldscherm na de voorgaande procedure leeg blijft, controleer dan de videocontroller en de computer, omdat het
beeldscherm naar behoren functioneert.
Ingebouwde diagnostiek
Het beeldscherm heeft een ingebouwd diagnostisch hulpmiddel waarmee u kunt bepalen of de schermafwijkingen die u opmerkt een
inherent probleem met het beeldscherm zijn, of met de computer en videokaart.
De ingebouwde diagnostiek uitvoeren:
1. Zorg dat het scherm schoon is (dat geen stofdeeltjes op het schermoppervlak zichtbaar zijn).
2. Beweeg of druk op de joystick om de Menustarter te openen.
3. Beweeg de joystick omhoog, selecteer
4. Gebruik de joystick, navigeer door het OSD-menu en selecteer Others (Overige) > Self-Diagnostic (Zelfdiagnose).
5. Druk op de joystickknop om de diagnose te starten. Er verschijnt een grijs scherm.
6. Controleer of het scherm geen defecten of onregelmatigheden vertoont.
7. Druk nogmaals een keer met de joystick totdat een rood scherm wordt weergegeven.
8. Controleer of het scherm geen defecten of onregelmatigheden vertoont.
9. Herhaal de stappen 7 en 8 totdat het scherm groen, blauw, zwart en wit laat zien. Controleer het scherm op defecten of
onregelmatigheden.
De test is voltooid wanneer een tekstscherm wordt weergegeven. Om af te sluiten drukt u nogmaals op de joystickbesturing.
Als u met de ingebouwde diagnostiek geen onregelmatigheden op het scherm kunt zien, functioneert het beeldscherm naar behoren.
Controleer de videokaart en de computer.
Figuur
69. Waarschuwing voor verbroken signaalkabelverbinding
Figuur
70. Self-Diagnostic (Zelfdiagnose)-menu
en open het Hoofdmenu.
Problemen oplossen
55