12.
Plaats de inktcartridges. Zorg ervoor dat u elke inktcartridge in de sleuf plaatst met een label met dezelfde
kleur als de inktcartridge die u plaatst.
BELANGRIJK:
voor juiste plaatsing van de printkop.
13.
Sluit de hoofddeur.
14.
Op het front panel wordt uitlijning van de printkop aanbevolen.
De codeerstrook reinigen
Ongewenste resten kunt u met een vochtig doekje verwijderen.
1.
Schakel de printer uit: Druk op de aan/uit-toets en maak het netsnoer los.
2.
Maak een niet-pluizend doekje vochtig met leidingwater en verwijder overtollig water, zodat de doek vochtig
maar niet nat is.
3.
Open de hoofddeur.
4.
Houd de doek in de vorm van een omgekeerde U om de codeerstrook en veeg deze voorzichtig schoon
totdat er geen inkt meer op de doek achterblijft. Let erop dat u de codeerstrook niet beschadigt met uw
nagels of een ander voorwerp. Houd de doek op de juiste manier vast.
OPMERKING:
5.
Open de hoofddeur.
6.
Zet de printer aan.
Als de printkop nieuw is, installeert u nieuwe inktcartridges. Nieuwe inktcartridges zijn nodig
Beweeg de wagen niet bij het servicestation vandaan.
De codeerstrook reinigen
71