Opladen van de accu
(elektrische start modellen)
Ofschoon een nieuwe accu niet volledig geladen is,
levert een gedeeltelijke oplading van 4 uur voldoende
energie voor een aantal keer starten. Een nieuwe accu
moet echter gedurende 72 uur continu worden
opgeladen voor een volledige lading. Laad de accu
ook gedurende 72 uur op wanneer de maaier wordt
opgeslagen en in het voorjaar. Bij normaal gebruik
wordt de accu door de dynamo opgeladen. Als de
accu leeg is, deze gedurende 48 uur opladen.
1.
Zet de motor af en neem de accukabels van de
accupolen af (fig. 6).
2.
Indien nodig kan de accu worden verwijderd
door de (2) bevestigingsbouten, (2) ringen en (2)
borgmoeren te verwijderen waarmee de accu aan
de onderkant van het bedieningspaneel is
bevestigd (fig. 6). Verwijderen van de accu is
niet nodig als de maaier bij een stopcontact kan
worden geplaatst.
3.
Verbind de TORO elektrische lader met de accu
en steek de stekker in een 220V stopcontact.
Nadat de accu gedurende een bepaalde tijd is
opgeladen, de acculader uitschakelen en de accu
afkoppelen.
4.
Sluit de kabels weer op de accupolen aan.
Belangrijk: Gebruik uitsluitende de TORO
acculader, omdat andere laders de
accu kunnen beschadigen. Laad de
accu indien mogelijk altijd binnen
en bij kamertemperatuur (22 C)
op. Laad de accu niet langer dan
gedurende 72 uur op, omdat de accu
anders beschadigd kan raken.
Vervangen van de zekering
(elektrische start modellen)
Het laadcircuit van de elektrische installatie is
beveiligd door middel van een zekering. Als de
batterij niet geladen blijft, kan de zekering
doorgebrand zijn. Gebruik een AGC-5 zekering van
5 A.
1.
Druk de twee delen van de zekeringhouder in
elkaar. Draai het bovenste deel van de
zekeringhouder om de houder te openen
(fig. 27).
2.
Verwijder de defecte zekering.
3.
Plaats de nieuwe zekering.
4.
Breng de lippen op het onderste en bovenste deel
van de zekeringhouder op één lijn en druk de
delen in elkaar. Draai het bovenste deel om de
zekeringhouder te sluiten.
Schoonmaken
Afsluiter en afvoertunnel
Voor het beste resultaat moet de afvoertunnelafsluiter
telkens na gebruik worden schoongemaakt. Wanneer
het gras dik en dicht is, kunnen er plukken gemaaid
gras op en rond de afsluiter achterblijven; hierdoor
kan het moeilijk zijn de afsluiter te verwijderen. Na
ieder gebruik moet de afsluiter van de afvoertunnel
worden verwijderd en worden ontdaan van alle vuil.
Controleer altijd of de afvoertunneldeur goed sluit
wanneer u de handgreep loslaat. Als de deur door vuil
niet goed sluit, de binnenkant van de tunnel en deur
grondig schoonmaken.
Onderkant van de maaikast
Houd de onderkant van de maaikast schoon. Houd
vooral de stootplaten schoon (fig. 29).
Wassen
1.
Zet de maaier op een vlakke ondergrond bij een
aangesloten tuinslang.
2.
Bevestig een snelkoppeling (los verkrijgbaar)
aan het uiteinde van de tuinslang. Bevestig de
snelkoppeling aan de wasaansluiting van de
maaier en draai de waterkraan helemaal open
(fig. 28).
18