3
(1)
(2)
Klik op de knop [Afdrukken].
4
Het afdrukken wordt gestart.
OP ENVELOPPEN AFDRUKKEN
U kunt de doorvoerlade gebruiken om op enveloppen af te drukken.
(1) Klik op de tab [Papierinvoerbron].
(2) Kies het envelopformaat bij "Uitvoergrootte".
Als "Uitvoergrootte" op [DL] is ingesteld, wordt "Papiertype" ook automatisch ingesteld op [Envelop].
(3) Selecteer [Handinvoer] bij 'Papierlade'.
Stel het papiertype van de doorvoerlade in op [Envelop] en plaats een envelop in de doorvoerlade.
► Enveloppen laden (pagina 21)
(3)
(1)
(2)
(3)
Selecteer de afdrukinstellingen.
(1) Klik op de tab [Algemeen].
(2) Kies het origineelformaat.
Als u instellingen op andere tabbladen wilt selecteren,
klikt u op het gewenste tabblad en selecteert u
vervolgens de instellingen.
(3) Klik op de knop [OK].
• U kunt het Help-venster voor een instelling
weergeven door op de instelling te klikken en op de
toets [F1] te drukken.
• Klik op de [Help]-knop; het Help-venster wordt
geopend met een uitleg van de instellingen op het
tabblad.
PRINTER
27