5
Geef de vereiste instellingen op.
[AirPrint gebruiken]
Schakel dit selectievakje in als u wilt afdrukken met AirPrint. Schakel het selectievakje uit als u AirPrint wilt
uitschakelen.
[Printernaam]
Voer de naam van het apparaat in. Als er al een mDNS-naam is geregistreerd in [mDNS-instellingen] (
configureren(P. 58) ), wordt de geregistreerde naam weergegeven.
[Locatie]
Voer de locatie van het apparaat in. Als er al een locatie is geregistreerd in [Apparaatinformatie]
([Systeembeheer] in [Instellingen Systeembeheer] (Instellingen/registratie)), wordt de geregistreerde naam
weergegeven.
[Breedtegraad]
Voer de breedtegraad in van de locatie waar het apparaat is geïnstalleerd.
[Lengtegraad]
Voer de lengtegraad in van de locatie waar het apparaat is geïnstalleerd.
6
Klik op [OK].
Als u [AirPrint gebruiken] selecteert, worden de volgende instellingen op Aan gezet.
●
<Gebruik HTTP>
●
[Instellingen IPP-afdrukken]
●
[Gebruik mDNS] (IPv4-instellingen)
●
[Gebruik mDNS] (IPv6-instellingen)
●
Als u de naam wijzigt die u eerder hebt opgegeven voor [Printernaam], kunt u misschien niet meer
afdrukken vanaf de Mac die u tot dan voor het afdrukken hebt kunnen gebruiken. Dit komt omdat de
waarde voor [mDNS-naam] (
moet in dit geval het apparaat weer aan de Mac toevoegen.
Koppelen aan mobiele apparaten
DNS configureren(P. 58) ) van IPv4 ook automatisch wordt gewijzigd. U
119
DNS