82
nl | Configuratie met een webbrowser
Als u een of twee SNMP-host-adressen invoert, worden de SNMP-traps automatisch
verzonden. Selecteer Uit om de SNMP-functie uit te schakelen.
1e SNMP-hostadres / 2e SNMP-hostadres
Als u SNMP-traps wilt verzenden, voert u hier de IP-adressen van één of twee vereiste
doelapparaten in.
SNMP-traps
U kunt kiezen welke traps moeten worden verzonden.
1.
2.
3.
Verificatie
Als een RADIUS-server wordt gebruikt voor het beheer van toegangsrechten, moet de
verificatie worden geactiveerd, om te kunnen communiceren met het apparaat. De RADIUS-
server moet ook de desbetreffende gegevens bevatten.
Voor het configureren van het apparaat moet de VIP X1 XF rechtstreeks worden aangesloten
op een computer. Dit is nodig omdat communicatie via het netwerk pas mogelijk is nadat de
parameters Identiteit en Wachtwoord zijn ingesteld en geverifieerd.
Identiteit
Voer de naam in die de RADIUS-server moet gebruiken voor identificatie van de VIP X1 XF.
Wachtwoord
Voer het wachtwoord in dat in de RADIUS-server is opgeslagen.
RTSP-poort
Selecteer, indien nodig, een andere poort voor de uitwisseling van de RTSP-gegevens uit de
lijst. De standaard RTSP-poort is 554. Selecteer Uit om de RTSP-functie uit te schakelen.
UPnP
U kunt de PPnP-functie (Universal Plug-and-Play) activeren. Als de functie is ingeschakeld,
reageert het apparaat op verzoeken van het netwerk en wordt het automatisch geregistreerd
als een nieuw netwerkapparaat op computers die de verzoeken hebben verzonden. Er kan dan
bijvoorbeeld toegang tot het apparaat worden verkregen via Windows Verkenner zonder het
IP-adres van het apparaat te kennen.
AANWIJZING!
Voor gebruik van de UPnP-functie op een computer moet de Universal Plug and Play Device
Host en de SSDP Discovery Service actief zijn in Windows XP en Windows 7.
Deze functie moet niet worden gebruikt in grote installaties vanwege de verschillende
mogelijke registratiemeldingen.
TCP-poort
Het apparaat kan gegevens ontvangen van een externe TCP-zender, bijvoorbeeld een ATM- of
POS-apparaat, en deze opslaan als metadata. Selecteer de poort voor TCP-communicatie.
Selecteer Uit om de functie voor TCP-metadata uit te schakelen.
IP-adres zender
Geef hier het IP-adres van de afzender van de TCP-metadata op.
DOC | V4.54 | 2011.09
Klik op Selecteren. Er wordt een lijst geopend.
Klik op de selectievakjes om de vereiste traps te selecteren. Alle geselecteerde traps
worden verzonden.
Klik op Instellen om de selectie te accepteren.
Installatie- en bedieningshandleiding
VIP X1 XF
Bosch Sicherheitssysteme GmbH